Op verschillende plekken in Nederland wordt geëxperimenteerd met zelfrijdende voertuigen. Ze zijn al te vinden in onder andere Capelle aan den IJssel (op een bedrijventerrein), Den Haag (shuttlebus) en in Zuid-Holland en Schiphol worden momenteel testen gedaan met zelfrijdende bussen. Eén ding hebben deze innovaties gemeen. Ze rijden, tot nu toe, op afgeschermde routes, niet op de openbare weg. Wat maakt dat deze voertuigen daar nog niet klaar voor zijn?

Weeze airport

Op het terrein van het ‘living lab’ van Weeze airport rijden sinds 2017 zelfrijdende busjes rond. Deze busjes rijden wel op de openbare weg, maar dat levert veel beproevingen op, zegt projectleider Sven Robertz in de Volkskrant. Bijvoorbeeld de vergunningaanvragen die nodig zijn voor rijden op de openbare weg. De zelfrijdende pod heeft tot op de dag van vandaag moeite met vlotte verkeersdeelname. Zo stoppen de zelfrijdende busjes nog wel eens voor obstakels langs de weg omdat ze die aanzien voor mensen. Daarnaast ligt de gemiddelde snelheid van de voertuigen ook lager dan regulier autoverkeer. Dit heeft te maken met de grote hoeveelheid gevaren die het karretje detecteert en waar op geanticipeerd moet worden.

Eindeloze dilemma’s

Bij het anticiperen op gevaarlijke situaties wordt vaak de vergelijking getrokken met het trolley-dilemma. In dit gedachtenexperiment raast een losgeslagen tram (trolley) af op een groep van vijf mensen op het spoor. Vlak voor dit punt is een wissel. Als deze geactiveerd wordt, wijkt de trein uit naar een naastgelegen spoor waar slechts één persoon ligt. Het is kiezen tussen twee kwaden, maar welke keuze is hier de beste?

Dit oude ethische dilemma is door de opkomst van zelfrijdend vervoer opnieuw onder de aandacht gekomen. Autonome voertuigen moeten immers regelmatig een besluit nemen waarvan de impact groot kan zijn. In het geval van de zelfrijdende auto’s betekenen deze opties soms maar één ding: stilstaan. De gevaren die zich, vooral in drukke binnensteden voordoen, zijn het kleinst als er wordt stilgestaan, zo redeneert de software. Het is een vorm van keuzestress die het voertuig verlamt, zoals we ook zien bij de steeds stoppende Weeze-busjes.

Nederland fietsland

Uit een recent onderzoek van KPMG naar implementatiemogelijkheden van zelfrijdende auto’s blijkt dat Nederland het best voorbereid is op de komst van zelfrijdende auto’s. De VS, waar de auto’s vaak ontworpen en getest worden, staan lager. Toch is Nederland nog niet klaar voor deze ontwikkeling. In de VS, bijvoorbeeld, zijn de wegen recht en breed, waardoor er behoorlijk wat ruimte kan zitten tussen zelfrijdende voertuigen en fietsers. In veel Nederlandse steden zullen de verschillende voertuigen vlak naast elkaar rijden. De fietsdrukte op Nederlandse wegen is dan ook een obstakel dat de opmars van de autonome voertuigen hier tegenhoudt.

Naast de fietsdrukte is ook het gebruik van de fietsen in Nederland anders dan in de VS. Denk aan een aangeschoten student die slingert, of een oudere dame die niet goed om zich heen kan kijken. Dit soort gevallen komen hier veel vaker voor. De razendsnelle groei van snelle e-bikes op de weg nog niet eens te noemen. Hoe drukker en chaotischer de weg is, hoe lastiger het is om een zelfrijdende auto te introduceren. Het Trolley-dilemma maakt het voor de zelfrijdende auto onmogelijk om zich vlot door het Nederlandse verkeer te manoeuvreren. Bij bij iedere fiets die van dichtbij passeert, bij ieder gevaar, kan de auto besluiten te stoppen.

Nederland telt meer fietsen dan gebruikers. Interactie met fietsers en zelfrijdende voertuigen zal hier dus vaker voorkomen dan waar ook ter wereld. Als zelfrijdende auto’s ook in de toekomst bij interactie met fietsers blijven stilstaan, hebben Nederlandse binnensteden een probleem. Er moet dus nog wel iets gebeuren voor we zelfrijdende auto’s op de Nederlandse openbare weg gaan zien.

Over de gevaren van het trolley-dilemma
In een artikel voor Social and Personality Psychology Compass uit 2014 werd door een groep onderzoekers gesteld dat dergelijke opofferingsdilemma's als het Trolley-dilemma onrealistisch zijn en 'niet representatief voor de morele situaties die mensen in de echte wereld tegenkomen'. De onderzoekers waarschuwden er bovendien voor dat de absurditeit en kunstmatige instellingen van dergelijke paradigma's ‘invloed kunnen hebben op de manier waarop mensen de situatie benaderen en besluiten wat ze moeten doen.’
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl