Pokémon Go is fascinerend omdat het van de wereld een speeltuin maakt. Als iedereen Pokémon Go in de stad speelt, leven we in een digitale speeltuin.

Stap voor stap is alles om ons heen data. De stoep, de lantaarnpaal, de bomen, het gat in de weg, de hond en vooral wijzelf. Die verandering biedt een enorme kans voor de stedebouw en stedebouwers. Want we laten toch niet de technerds en de Googlers van de wereld bepalen hoe onze steden functioneren? De stad is Pokémon Go.

Even dacht ik dat ik hopeloos achterliep, maar die hele Pokémon-Go-rage is dus nog maar een week oud. Dat is natuurlijk op zichzelf al fascinerend. Dat iets zo snel zo groot kan worden. Dat de hele wereld letterlijk binnen een week iets nieuws omarmt. Sterker nog, binnen twee dagen. Maar Pokémon Go is vooral fascinerend omdat het van de wereld een speeltuin maakt. En voor het eerst een digitale speeltuin. Want een speeltuin was het al toen ik vroeger over het fietspad naar mijn opa en oma racete, denkend dat ik Erik Breukink was. Ik leefde toen ook in een andere realiteit. En dat is precies de essentie van de rage. Over de stad wordt een nieuwe realiteit gespannen, een augmented reality, waarmee op je scherm elementen aan de omgeving worden toegevoegd. Dat is geen nieuwe techniek; sinds er smartphones zijn, wordt ermee geëxperimenteerd. Maar een groot succes werd het tot nu toe nooit. Je had een app waarmee je door het verleden van Berlijn kon lopen, maar ik weet niet of iemand dat ooit heeft gedaan.

Sinds we allemaal een smartphone hebben en sinds alles om ons heen (of in ieder geval steeds meer) met elkaar en met ons communiceert, is de stad veranderd. We zijn een internet-van-mensen in een internet-of-things. Maar daar waren we ons nooit zo van bewust. Nou ja, ik niet, want alles went heel langzaam. Je went er langzaam aan dat Google altijd weet waar jij bent en je de goede weg wijst. Het went langzaam dat je altijd met elkaar in contact bent. We vinden het niet gek dat de parkeergarage ons nummerbord kan lezen en weet dat we hebben betaald.

En stap voor stad is alles om ons heen data. Klaar om te communiceren. Met ons en met de rest van de stad. De stoep, de lantaarnpaal, de bomen, het gat in de weg, de hond en vooral wijzelf. Dat klinkt heel erg als the Matrix, maar via mijn smartphone kan ik meten waar ik ben, wat de hoogteverschillen zijn, of dat gat in de weg er zit en wat voor soort hond voorbij loopt. Nou ja, dat laatste weet ik niet zeker, maar dat zou zeker een handige app zijn. Er is in onze stad een nieuwe laag gekomen, de datalaag. Die laag maakt van de stad een constant veranderd geheel, zo flexibel als de schermen op Timesquare. Wat nu een parkeerplaats is, is over een paar uur een plein. Die laag reguleert verkeersdruk, bepaalt openingstijden van parken en musea en wie weet wat nog meer.

En die verandering. biedt een enorme kans voor de stedebouw en stedebouwers. Want we laten toch niet de technerds en de Googlers van de wereld bepalen hoe onze steden functioneren? Daar hebben we toch stedebouwers voor? Waarom ontwerpen die dan wel de tastbare lagen (zowel boven als onder de grond) en denken ze na over het sociale gedrag, maar bemoeien ze zich niet met die datalaag? Die op dit moment allesbepalend is. Ik pleit daarom voor een omgevingsvisie die als uitgangspunt neemt dat de hele stad flexibel is en die vanuit de datalaag ontwerpt. En ik pleit ervoor dat we daar dan de hele dag Pokémon Go spelen, omdat dat spel symbool staat voor de grote verandering waar we nu middenin zitten.

Jan-Willem Wesselink is hoofdlaborant van het Kennislab voor Urbanisme
Lees hier meer blogs over Urbanisme
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl