Foto: Jheronimus Academy of Data Science

Jheronimus Academy of Data Science

De Jheronimus Academy of Data Science (JADS) is de eerste universitaire opleiding in ’s-Hertogenbosch. Ontstaan vanuit een samenwerking tussen de universiteiten van Tilburg en Eindhoven, springt de opleiding in op een verwacht tekort van achtduizend dataspecialisten. Het brengt studenten, onderzoekers en ondernemers samen onder één dak. Nu opent de opleiding een nieuw centrum.

Aan het begin van de 20e eeuw bestond de ambitie een nieuwe katholieke universiteit op te richten. De keuze was tussen Nijmegen of ’s-Hertogenbosch. ‘Die laatste wilde een chique plaats blijven, daar was geen plek voor luidruchtige studenten’, stelt Arjan van den Born, academisch directeur van JADS.

Negentig jaar later komt er dan toch nog een universiteit naar de stad. Met name voormalig burgemeester Rombouts heeft zich sterk gemaakt voor de komst van JADS, zegt Paul Cox, masterstudent aan de opleiding en geboren en getogen Bosschenaar. Volgens Rombouts versterkt de komst van het instituut het vestigingsklimaat voor bedrijven, het onderwijsaanbod én het profiel van de stad. ’s-Hertogenbosch moet meer internationaal worden en hij zag studenten wél als aanwinst voor de Noord-Brabantse stad.

Het bleef niet bij slechts een wens, ’s-Hertogenbosch stelde hier ook wat tegenover. Het 120-jarige Mariënburgklooster werd beschikbaar gesteld door de gemeente. Van den Born geeft aan dat er een interessante match was tussen het historisch pand en het moderne dataonderzoek. Daarnaast kende ’s-Hertogenbosch ook al een sterke infrastructuur van ICT-bedrijven. De Nederlandse hoofdkantoren van internationale technologiebedrijven Ricoh en SAP zijn er gevestigd, zegt Lucas Otten, masterstudent aan JADS. Een metafoor die vaak werd opgevoerd was dat wanneer twee geliefden gaan samenwonen, ze naar een nieuwe plek gaan. In dit geval gingen de universiteiten van Eindhoven en Tilburg samenwerken en lag ’s-Hertogenbosch ertussenin.

T-shaped dataspecialisten

Dataspecialisten zijn gewild. Enkele jaren geleden riep Harvard Business Review het vak van dataspecialist uit tot ‘meest sexy beroep van de 21e eeuw’. Digitale data worden in de 21e eeuw gezien als wat olie was voor de 20e, want uit de grote hoeveelheden data kan geldelijke en maatschappelijke waarde worden gecreëerd. Wel moet je bepaalde vaardigheden hebben om uit de datakluwen waardevolle inzichten te verkrijgen.

Wat de Jheronimus Academy of Data Science onderscheidt, is dat het niet bij dit technische aspect blijft. Ook de sociale en ethische impact van data komt aan bod. Eveneens wordt er gedoceerd in ondernemerschap. Volgens Arjan van den Born worden studenten zo tot ‘T-shaped dataspecialisten’ opgeleid. De verticale as van de ‘T’ staat voor diepgaande kennis van de specialist, de horizontale as voor de vaardigheid om te kunnen samenwerken met mensen uit andere beroepsgroepen.

De joint venture tussen de universiteiten van Eindhoven en Tilburg zorgt voor de mix aan expertises. Zo brengt Eindhoven de technische expertise in en Tilburg de maatschappelijke. Studenten leren programmeren, maar ook ondernemen. En het ontwikkelen van technologie, maar vervolgens ook hoe mensen hiermee omgaan. Van den Born: ‘We proberen hier twee bloedgroepen zo goed mogelijk te mixen. De toekomstige T-shaped dataonderzoekers moeten bruggenbouwers worden tussen de werelden van programmeurs en de rest van de beroepsbevolking. Want die begrijpen elkaar niet, spreken een andere taal. Die werelden moeten wel kunnen samenwerken, want de digitaliseringsontwikkeling is zowel een technologische als een maatschappelijke uitdaging.’

Ecosysteem

De Jheronimus Academy of Data Science moet een ecosysteem worden waar studenten, onderzoekers en ondernemers elkaar ontmoeten. Iedereen is met data bezig vanuit verschillende perspectieven. Het is van belang dat dit onder één dak gebeurt. Zo kunnen mensen elkaar gemakkelijk vinden. Ondanks dat de virtuele wereld een grote rol speelt in het dagelijkse werk, blijven face-to-facecontacten gewenst, geeft Arjan van den Born aan. Op die manier wordt kennisuitwisseling en kruisbestuiving van ideeën optimaal gefaciliteerd. ‘Zo’n ecosysteem van studenten, onderzoekers en ondernemers is – bij mijn weten – uniek in Nederland en België.’

Een voorbeeld van een bijzondere kruisbestuiving die Van den Born noemt is die van politie en dataonderzoekers. ‘De politie op straat denkt vooral in hypotheses: zij dachten dat bepaalde huurbusjes vaak worden gebruikt voor het witwassen van geld. Dataonderzoekers waren hier zelf nooit opgekomen. Maar ze hebben wel, in tegenstelling tot de politie, de middelen deze hypothese te testen. Andersom zien dataspecialisten dat een bepaald type loods wordt gebruikt voor criminele activiteiten en zo hebben zij de politie in de straat getipt vaker dit soort loodsen te inspecteren.’

Regionale samenwerking: de triple helix

Het triplehelixprincipe stond aan de basis van de totstandkoming van het JADS-instituut. Het succes van de triplehelixconstructie in Brainport Eindhoven heeft volgens Van den Born te maken met de schaal van Noord-Brabant: ’Voordeel van Brabant is dat het groot genoeg is om een klap op het water te geven. En klein genoeg is zodat mensen wel met elkaar van doen hebben. Mensen weten elkaar te vinden en gunnen elkaar wat.’ De vier betrokken partijen hebben elk 10 miljoen euro geïnvesteerd. 3 jaar na de intentieverklaring is de Jheronimus Academy of Data Science geopend.

Succes van het instituut en invloed op de stad

De ambities voor JADS zijn groot. Binnen 1 á 2 jaar moeten er 100 wetenschappers, 400 ondernemers en 500 studenten werken in het Mariënburgklooster. Van den Born zegt dat ze niet verlegen zitten om start-ups en grotere bedrijven die zich er willen vestigen. Interesse uit het buitenland is er ook: vanuit München en Berlijn zijn er al kleine bedrijfjes overgekomen.

Van den Born voegt toe dat ze nu nog in de experimentfase zitten, de komende 3 jaar. ‘Het is nu nog een kwestie van bijstellen en bijschaven, bijvoorbeeld wanneer bepaalde cursussen in het onderwijscurriculum ontbreken. Het is nog pionieren, maar dat geldt voor het snel veranderende vakgebied van dataonderzoek ook. Innovaties volgen elkaar snel op en discussies rondom privacy en eigenaarschap van data zijn nog lang niet afgerond. Dat maakt het leuk en spannend’, stelt Van den Born.

Studenten Paul Cox en Lucas Otten vinden het nog te vroeg om te kunnen beoordelen of de komst van de universiteit een positieve uitwerking heeft op de stad. ‘Het is wel drukker bij de Albert Heijn.’ Maar de cafécultuur in het bourgondische Den Bosch was er volgens hen al. ‘Het aantal studenten dat in de stad woont blijft vooralsnog beperkt. Er is weinig studentenhuisvesting en de huren zijn relatief hoog.’

De studenten van de Bossche hogescholen HAS en Avans blijven veelal thuis wonen. En meer dan duizend studenten zullen er voorlopig niet aan JADS verbonden zijn. De zichtbaarheid van studenten blijft dan enigszins beperkt. De opleiding heeft al naam opgebouwd in het buitenland, internationale studenten resideren op de campus zelf.

Op het moment is het nog koffiedik kijken of JADS een grote trekker wordt van start-ups en of ’s-Hertogenbosch een echte studentenstad zal worden. Maar geconstateerd kan worden dat er in korte tijd een instituut is opgericht dat al een goede reputatie heeft opgebouwd, ook over de grens. En een ding is in ieder geval volgens Van den Born vrijwel zeker: ‘Dataonderzoekers gaan een gouden toekomst tegemoet.’

Dit artikel stond eerder in het Smart City Magazine van Ziut. Download hier de complete digitale uitgave met artikelen over de smart city,
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl