Vandaag stemt Rotterdam over de Woonvisie Rotterdam. Ik stem tegen. Of had graag tegen willen stemmen.

Gisteren stemde Rotterdam over de Woonvisie. Ik heb tegengestemd. Of had graag tegen willen stemmen. Ik woon niet meer in Rotterdam, helaas. Een schrale troost: mijn stem had niets uitgemaakt.

Een boycot van met name ‘hoger opgeleiden’ (bron: AD) over deze volksraadpleging pakte dit keer wél goed uit, ondanks oproepen van de SP en de Woonbond om toch vooral tegen het onheilzame plan te stemmen, en vóór solidariteit.

Feitelijk ging het om de vraag of je vóór de sloop van 20.000 goedkope woningen bent, of tegen. Want Rotterdam heeft te veel goedkope woningen, stelt het stadsbestuur: 168.000 voor 125.600 huishoudens die voor een goedkope woning in aanmerking komen. Dat overschot trekt lage inkomens aan, terwijl er onvoldoende woningen zijn voor midden- en hoge inkomens, aldus Leefbaar Rotterdam-wethouder Ronald Schneider. De stad wordt volgens hem steeds populairder bij Rotterdammers die carrière maken en er willen blijven wonen, ook als ze kinderen krijgen, en de aantrekkingskracht van de randgemeenten neemt af.

6 jaar geleden verhuisde ik naar Amsterdam. En dat had helemaal niets met huisvesting te maken. Allesbehalve. In Amsterdam kon ik in een sloopwoning terecht, die dankzij de crisis de sloopkogel bespaard bleef.

Het belangrijkste motief voor mijn transfer was werk. In de noordvleugel van de Randstad zijn nu eenmaal meer banen dan in de zuidvleugel, en het verschil is afgelopen decennia gegroeid. Onderstaande illustratie uit het rapport ‘De verdeelde triomf – Verkenning van stedelijk-economische ongelijkheid en opties voor beleid’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), laat zien hoe de Rijnmond vanaf pakweg 2005 ook Utrecht voor zich moet dulden.

Maar in plaats van op de economie, staart de stad al 15 jaar blind op de goedkope woningvoorraad, die als een magneet zou werken op huishoudens waar de stad al genoeg van had. Lees: met een laag inkomen, veelal van niet-Nederlandse komaf.

In het verleden is gepoogd om omliggende gemeenten ertoe te bewegen meer sociale huurwoningen te bouwen, om daarmee de instroom van ongewenste huishoudens af te buigen. Niets van terecht gekomen natuurlijk. De Rotterdamwet moest eraan te pas komen om te voorkomen dat er nieuwe kwetsbare huurders in toch al kwetsbare buurten terecht kwamen.

Verstandig, maar het rijmt mijns inziens slecht met de doelstelling om tegelijk 40.000 scheefwoners tot verhuizen te verleiden. Ik zou zeggen: laat die vooral zitten, voor de nodig balans in de wijken. Maar reken voor hen wel een markthuur. Dat is politiek vast niet haalbaar, maar Rotterdam heeft laten zien creatief te zijn. Zo dwong ze haar eigen Rotterdamwet af, en gaf oude huurwoningen als klushuizen een tweede leven, wat een nieuwe stroom bewoners naar de oude wijken op gang bracht.

Er zijn onvoldoende woningen voor middeninkomens. Dan moet je nieuwe, duurdere huizen bouwen. Daar is in Rotterdam gelukkig voldoende ruimte voor. Denk bijvoorbeeld aan het Merwe-Vierhavens gebied, of het volstrekt over-gedimensioneerde Zuiderpark. En als Rotterdam écht aantrekkelijk genoeg is, dan vindt een (nu nog) goedkope woning vanzelf haar weg naar een middeninkomen, ook op Rotterdam-Zuid, een stadsdeel met prachtige singels en van grote stedenbouwkundige kwaliteit.

Sterker: zelfs mindere arbeiderswijken kregen op deze wijze een tweede leven als yuppenwijk. Denk aan de Amsterdamse Pijp en aan de Jordaan, waar ik met mijn salaris niet kan wonen. Het is een economische verhaal, en niet van huizen. Feitelijk is de woningvoorraad zo goedkoop als haar bewoners. Die zijn in Rotterdam nu eenmaal vaker dan gemiddeld arm. Werk aan de winkel dus.

Het lijkt er al met al op dat de sloop van 20.000 huizen niet primair bedoeld is om middeninkomens een kans op een wooncarrière te geven, maar vooral lage inkomens te verdringen. Een drogreden voor pure bevolkingspolitiek, als je het aan mij vraagt.

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl