woonaantrekkelijkheid

Hospers reageert op nieuwe Atlas voor Gemeenten

Elk jaar verschijnt er in juni een lijstje waar menig stadsbestuurder met angst en beven naar uit kijkt. Het gaat om de 'Atlas voor gemeenten', een onderzoek dat de vijftig grootste gemeenten in ons land met elkaar vergelijkt op het aspect ‘woonaantrekkelijkheid’. Dit jaar wordt de lijst weer aangevoerd door Amsterdam, Utrecht en Amstelveen.

In de top tien staan tevens steden als Haarlem, Den Haag en Nijmegen. Vergeleken met de afgelopen jaren is het beeld weinig verrassend. Wel zijn er sterke dalers: de laatste tien jaar is Hilversum in de ranking gezakt van plek 14 naar 24, Delft van plek 13 naar 23 en Oss van plek 20 naar 29. Traditiegetrouw bungelen Spijkenisse, Sittard-Geleen en Emmen onderaan. Volgens de Atlas voor Gemeenten kun je daar maar beter niet wonen. 

'Plekken laten zich niet in indicatoren, statistieken of getallen vangen: daarvoor zijn ze veel te complex'

We leven in een tijd van tellen, turven en toetsen. Helaas moeten steden daar ook steeds meer aan geloven. Dat we de prijs van een mand boodschappen bij verschillende supermarkten naast elkaar leggen is nog daar aan toe. Maar het is belachelijk dat onderzoekers ook woonplaatsen met elkaar vergelijken. Plekken laten zich niet in indicatoren, statistieken of getallen vangen: daarvoor zijn ze veel te complex. Het is onmogelijk om een objectieve uitspraak te doen over de meest aantrekkelijke woonplaats. Voor een gezin is Amstelveen misschien een eldorado, maar een beetje student vindt het er maar saai. Het probleem van de meeste stedenlijsten is dat ze niet naar leeftijd, levensstijl of beroepsgroep specificeren. Ze zijn het resultaat van gemiddelden, een maat waarover Godfried Bomans terecht opmerkte:  ‘Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier die gemiddeld één meter diep was. Hij verdronk.’ Bovendien is de keuze van indicatoren bepalend voor de uitkomst: je krijgt eruit wat je erin stopt. Zo beïnvloeden volgens de onderzoekers van de Atlas voor gemeenten onder meer het culturele aanbod (podiumkunsten) en de kwaliteit van de culinaire infrastructuur de woonaantrekkelijkheid. Goed, het is leuk als je elke dag naar het theater kunt en daarvoor kunt genieten van Jamie’s pasta en een frappuccino. Maar hoe belangrijk is dat nu echt voor onze locatiekeuze? Veel mensen wonen gewoon ergens, maken er het beste van en genieten net zo goed van een pizza, een biertje en een bezoek aan de bioscoop.

'Een woonplek is het decor van hun persoonlijke leven. Dat maakt ze ook zo honkvast'

Gelukkig heeft de Atlas voor gemeenten concurrentie. Later deze maand verschijnt het Elsevier-onderzoek 'De beste gemeenten' dat niet alleen alle gemeenten in ons land vergelijkt, maar ook z’n eigen indicatoren voor woonaantrekkelijkheid hanteert. Ik durf nu al wel te voorspellen dat de top tien er volledig anders uitziet dan die in de Atlas voor Gemeenten-ranking. Dat geeft meteen de relativiteit van al die statistische voodoo en het lijstjesdenken weer. En ook al zou het zo zijn dat objectief gezien Amsterdam aantrekkelijker is dan Emmen, dan nog verhuizen Emmenaren niet massaal naar onze hoofdstad. Het zijn echt niet alleen praktische factoren die ze aan Emmen bindt, zoals werk, familie, vrienden en het feit dat de kinderen nog op school zitten. Veel mensen hebben namelijk warme gevoelens bij hun woonplek – het is het decor van hun persoonlijke leven. Dat maakt ze ook zo honkvast: van alle Nederlanders die elk jaar in ons land verhuizen, verhuist tweederde binnen de eigen gemeente. Echt: ook in Emmen kun je domweg gelukkig zijn. 

Prof.dr. Gert-Jan Hospers werkt voor de Universiteit Twente, Radboud Universiteit en Stichting Stad en Regio. Hij zet zich in voor stedelijke en regionale ontwikkeling op menselijke maat.

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl