Er is een lobby gaande voor meer aandacht voor het platteland. ‘Antistedelijkheid als blitzkrieg’, noemde Amsterdamse planoloog Jos Gadet het. Electoraal geograaf Josse de Voogd is blij met de mediarevival van het platteland, maar waarschuwt voor de tegenstelling. 6 vragen aan de onderzoeker van Telos.

Randstad of Randland?

‘Ik vind twee centrale dingen heel belangrijk in die discussie. (1) Ga niet te veel in de tegenstelling zitten want heel veel mensen wonen ertussenin en (2) koppel analyse en mening los van elkaar. Je ziet dat mensen die van de stad houden en veel waarde hechten aan compact bouwen, zich een beetje aangevallen voelen als er een roep om meer aandacht voor het platteland komt. Ik begrijp dat, ik ben ook voor een compacte ‘GroenLinksige’-stad, maar ik vind ook dat het stadse wereldbeeld te veel domineert in veel discussies. Wil je bouwen in de weilanden, dan word je al snel in een populistische hoek geduwd terwijl de meeste Nederlanders niet in de compacte stad wonen en niet naar hipsterbarretjes gaan om contact te leggen met de hele wereld. De gemiddelde Nederlander woont in de buitenwijken van grote steden of de kleinere steden en ze gaan met de auto naar winkelcentra.’

En nu is er ook aandacht voor Groningen…

‘Het gaat in de media over de binnenstedelijke gebieden en over de krimpgebieden als Noordoost-Nederland waar ze nu ook nog te maken hebben met de aardbevingsproblematiek. Er is weinig aandacht voor groeikernen als Zoetermeer, Spijkenisse en Almere waar ook een vorm van krimp plaatsvindt. De kinderen trekken weg en de vroegere middenklasse daalt in aanzien. Ik denk dat de ontevredenheid, die zich duidelijk op de kaart manifesteert, vooral gaat over veranderingen en over zorgen. Waar de middenklasse in de knel komt zijn de gebieden waar men last heeft van robotisering en globalisering. De electorale scheidslijnen zijn ook scherper dan je op basis van inkomen en dergelijke zou verwachten. Dus gemiddelde woonwijken, waar zich ineens problemen voordoen die eerst alleen in de stad speelden.’

Wat voor negatieve uitwerking heeft dat?

‘In discussies over de energietransitie gaat het bijvoorbeeld veel over de hippe initiatieven, maar de uitdaging is niet hoe we de groene daken in de D66-wijken krijgen, maar wel hoe we alle jaren 70 en 80 wijken verduurzamen. Waar veel van is, daar moet je rekening mee houden. Er is meer dan de ruimte in Groningen en de kleinschalige initiatieven uit de compacte stad.’

Durf je een voorspelling te doen voor de gemeenteraadsverkiezingen?

‘Door de vele lokale partijen zijn die een stuk lastiger te analyseren dan de landelijke verkiezingen. Binnen steden zie je wel duidelijke patronen. In buitenwijken wordt veel populistischer gestemd, in de rijkere wijken stemt men D66 en in de gekleurde wijken verwacht ik dat PvdA veel zetels zal verliezen aan DENK. Juist in middelgrote plaatsen die achterblijven in de nieuwe economie, zoals Almelo, Roosendaal en Emmen zie je veel populistische kiezers.’

Meer aandacht voor deze steden en het komt goed?

‘Als het zo doorgaat zal het verder polariseren. Ik durf niet te zeggen waar dit gaat eindigen en heb ook niet direct de oplossing. Globalisering kan doorzetten, maar deglobalisering en een nieuwe industrialisatieronde in die steden kan ook. Dicht bij de Randstad zullen mensen wel zoeken naar goedkopere alternatieven om te wonen, dat biedt kansen. Almelo en Roosendaal hebben weinig kennisindustrie met hoger opgeleiden en zijn kwetsbaar. Maar vergeet ook niet dat Almelo nog altijd een paradijs is in vergelijking met achtergebleven steden in de Verenigde Staten. Qua inkomen is Nederland ontzettend gelijk, maar het stemgedrag geeft ons wel een goed beeld van de plekken die het zwaar hebben en ook zullen krijgen.’

En daar mag best meer aandacht voor komen?

‘Ondanks deze nuance herken ik de algehele boodschap: ja, meer aandacht voor alles buiten de steden! Dat hoeft niet meer asfalt of Blauwe Stad te betekenen, maar gewoon op het netvlies hebben staan. Qua ruimtelijke ordening, maar ook qua politiek. Er is veel discussie over diversiteit en afspiegeling, wat betreft kleur en gender. Maar het gebrek aan mensen van kleur en vrouwen valt in het niet bij de geografische eenzijdigheid qua aandacht en mensen in de media. Op de Universiteit van Amsterdam speelde een discussie over de diversiteit onder studenten. “Universiteiten zijn veel te wit”, werd er gezegd.  Maar als je kijkt naar de bevolkingsverhoudingen over het land in plaats van de stad, dan blijkt dat niet zo te zijn. Mijn laatste publicatie (Zicht op verschil, red) gaat in op de ruimtelijke verscheidenheid. Het is belangrijk om voor ogen te hebben hoe dit land in elkaar zit, bij elke mogelijke maatschappelijke discussie. Je hoeft er niet iets mee te doen, maar als je zo te koop loopt met een diversiteitsbeleid, mag je ook wel eens iemand uit Emmen of Heerlen uitnodigen.’

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl