Jeroen Niemans: 'Frame Omgevingswet niet als grote cultuuromslag'

Foto: Provincie Zuid-Holland

Experimenteren met de omgevingsvisie

De omgevingsvisie blijkt een kerndocument voor de nieuwe manier van werken bij de overheid. De experimenten met dit nieuwe instrument voor het omgevingsbeleid leggen ragfijn de kansen en uitdagingen bloot. Misschien wel de allerbelangrijkste lessen tot dusver: het is niet een kunstje wat je even leert en de sectorale reflex los je niet op met een organisatieverandering.

Begin alvast met de omgevingsvisie en doe dat op een innovatieve manier in de geest van de Omgevingswet; kort gezegd was dat de opgave voor de twaalf overheden die vorig jaar zijn geselecteerd voor het Pilotprogramma omgevingsvisie 2017-2018.

Het was de tweede serie pilots na de eerste die in 2015 startte, in het kader van het programma Aan de slag met de Omgevingswet.

Afgelopen jaar werd het pilotprogramma getrokken door Ruimtevolk. Na een jaar experimenteren levert dat al hele leerzame ervaringen op, én lessen voor de komende tijd. Ze zijn beschreven in een bondig verslag, dat is te downloaden op aandeslagmetdeomgevingswet.nl.

Dit is een ingekorte versie van het artikel in ROm 6, juni 2018. Word nu abbonnee.

Speelveld

Integraliteit is het sleutelwoord voor het nieuwe omgevingsbeleid. Er ligt een hele weerbarstige wereld in opgesloten, blijkt uit de praktijkervaringen. In een omgevingsvisie gaat het over het toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving; van de hele gemeente dus. Dit gaat het klassieke werkterrein van planologen en milieukundigen ver te boven. Het gaat ook over economie, over sociale verbondenheid, over gezondheid.

Wie denkt dat een omgevingsvisie een hedendaagse vertaling van een structuurvisie is, komt dus bedrogen uit. Met de introductie van de omgevingsvisie verdwijnen huidige sectorale plannen: de structuurvisie, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en het waterplan. De sectorale aanpak heeft z’n tijd gehad, maar dat betekent nog niet automatisch dat de sectorale reflex snel verdwijnt. Zowel binnen overheden als tussen overheidsorganisaties en uitvoerende diensten zoals waterschappen, GGD’s en veiligheidsregio’s en tussen overheid en maatschappij blijkt die sectorale reflex hardnekkig.

Juist door het toevoegen van thema’s als energie en gezondheid ontstaat een compleet nieuw speelveld waarbij nieuwe integrale opgaven en kansen voorbij komen, maar waar ook andere stakeholders betrokken zijn.

Samenwerking met de ketenpartners zal verder invulling moeten krijgen, evenals samenwerking op de regionale schaal. Want opgaven als energietransitie, de woningmarkt en mobiliteit hebben een bovenlokale dynamiek, vragen om regionale afstemming van gemeentelijke agenda’s en investeringen. Blijf ontschotten, verbinden en verbreden luidt dan ook één van de inzichten die de pilots hebben opgeleverd.

Bezinning

De pilots laten zien dat het van groot belang is om als overheid, voorafgaand aan het proces van de omgevingsvisie, na te denken over de rol die je wilt spelen. Wat voor type overheid je wilt zijn, en daaraan gekoppeld, welke sturingsfilosofie je daarbij kiest? ‘De Omgevingswet vraagt om dat veel explicieter aan te geven’, aldus Olga Arandjelovic, programmamanager ontwikkeling omgevingsbeleid bij de Provincie Zuid-Holland.

Ze geeft aan dat die provincie juist niet bezig is met het opnieuw produceren van een nieuwe visie, want die is na een heftig proces nog maar een paar jaar terug vastgesteld. ‘We hebben wel een ambitienotitie gemaakt met daarin onze vernieuwingsambities, zoals voor de energietransitie, klimaatverandering, een groenblauwe leefomgeving. Opgaven dus waarvan we constateren dat het bestaande beleid niet toereikend is.

En er zijn algemene sturingsprincipes vastgelegd. Maar voorop staat het samen brengen van al het beleid in één duidelijk beleidskader, en zorgen dat er gedeeld eigenaarschap ontstaat voor het geheel. Je bent straks met zijn allen eigenaar van het hele omgevingsbeleid. Dat is al een hele toer, want zowel inhoudelijk beleid als de manier waarop er werd gestuurd, is vanouds sectoraal georganiseerd.’

Realistisch

De cultuuromslag in de organisatie en de werkwijze kreeg in de meeste pilots veel aandacht. Maar toch ook het formuleren van de strategische keuzes voor de langere termijn en om daar in een vroegtijdig stadium alle betrokkenen te betrekken. De straks wettelijk verplichte participatie krijgt steeds meer handen en voeten signaleert Jeroen Niemans van Ruimtevolk. ‘Een positieve ontwikkeling, want breed inzetten op participatie biedt een handvat om ook binnen de overheid en tussen overheden met elkaar in gesprek te raken.' 

'We zien in de praktijk dat bij gesprekken met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en politici voor ambtenaren grenzen tussen sectoren en vakgebieden als vanzelf vervagen. Simpelweg omdat deze grenzen voor burgers en politici helemaal niet bestaan.’

Dat heeft Peter Commissaris ervaren. Hij is programmamanager Omgevingswet en projectleider omgevingsvisie in bij de Gemeente Alphen aan den Rijn. 'Voor ons was zowel de permanente participatie van burgers en ondernemers als het betrekken van externe ketenpartners als brandweer, GGD en omgevingsdienst een leerdoel bij de pilot. Daar kwamen goede ervaringen uit.

'Voor onze collega’s van verschillende afdelingen was het heel leerzaam om eens met andere burgers en ondernemers te praten dan de usual suspects. Ze ervoeren zelf hoe het is om op die manier relevante informatie op te halen en van buiten naar binnen te werken. De filosofie van de Omgevingswet dus. Ineens viel het kwartje. En het leverde nieuwe inzichten op voor de visie.’

Inzicht in het DNA en het schetsen van een perspectief van je gemeente of regio voeden de omgevingsvisie. Zo’n DNA beschrijven is trouwens wat iets anders is dan een label plakken op de gemeente. Het is een zoektocht naar de elementen die het verhaal van je gemeente dragen, lezen we in het verslag van de pilots.

Stap voor stap

De Omgevingswet vraagt om een cultuurverandering; het is inmiddels genoegzaam bekend. Bij de eerste tranche pilots heerste er nog weinig optimisme dat die verandering zich binnen enkele jaren zou voltrekken. In de tweede tranche leek dat optimisme gegroeid – maar het is nog steeds een aandachtspunt.

De fasering van de invoering van de Omgevingswet heeft het gevoel van urgentie geen goed gedaan. Je moet als trekker van een omgevingsvisie hard werken om de organisatie mee proberen te krijgen en niet in een spagaat worden getrokken. Elke organisatie loopt hier tegenaan. Peter Commissaris: ‘Toen bekend werd dat de invoeringsdatum opschoof, leek het wel of er een zucht van verlichting door de organisatie ging. Zo van, nou dan hoeven we ons daar voorlopig niet mee bezig te houden. ’ Dat maakt het soms moeilijk om de vaart erin te houden', moet hij erkennen.

Veel deelnemers aan de pilots ervoeren dat er weinig tijd is om het groots aan te pakken in een tijd van krimpende organisaties en kleinere budgetten. Ze moeten het doen met de tijd en mensen die er beschikbaar zijn.

Hoe dan ook lijkt een stap voor stap-aanpak voor de hand liggend en slimmer. Jeroen Niemans: ‘Als je de Omgevingswet blijft je framen als een grootse cultuuromslag organiseer je je eigen weerstand. Daarom zien we het liever als een logische vertaling van een beweging die past bij deze tijd en de huidige samenleving: ruimte voor functieverandering, initiatief en een gebiedsgerichte aanpak van maatschappelijke opgaven. Wie aan de slag is met de Omgevingswet ontdekt dat de crux zit in de combinatie van het denken en doen, langs nieuwe integrale opgaven en anders werken binnen en tussen organisaties en met de samenleving. Het draait uiteindelijk om mensen. Hier past een ontwikkelgerichte aanpak bij waarbij experimenteren van belang is.’

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl