Geografische mismatch vraag-aanbod op arbeidsmarkt

Zo langzamerhand weet iedereen in Nederland wel dat de rek uit de arbeidsmarkt is. De arbeidsparticipatie stijgt dit jaar naar 68,2 procent en het aantal banen, fulltime én parttime, neemt in 2018 naar verwachting met 200.000 toe. Daarmee is het pre-crisisniveau wel zo’n beetje geëvenaard. Er staat tegenover dat de arbeidsparticipatie van mannen tussen de 25 en 45 jaar structureel daalt en op een veel lager niveau ligt dan een aantal jaren geleden. Hoe dat komt is niet echt duidelijk (FD, 19 november 2018). Maar er is niet alleen een volumeprobleem bij vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Geografisch is er ook sprake van een mismatch bij specifieke beroepen.

Dit artikel verscheen eerder in BT Magazine, hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. Meer informatie of een nummer gratis inzien? Klik dan hier.

Het NOS-journaal kwam op 10 november 2018 met de alarmerende mededeling dat op allerlei plaatsen in Nederland werkgevers momenteel moeilijk aan personeel komen. Gebaseerd op een analyse van UWV-gegevens over het tweede kwartaal 2018 bleken de problemen het allergrootst bij bouwarbeiders in Amsterdam en omgeving. Ook machinemonteurs in de regio Gorinchem, metaalbewerkers rond Ede en timmerlieden in het midden van de provincie Utrecht zijn niet of nauwelijks te vinden.

Grote urgentie in de bouw

Laten we de bouw als de grootste probleemsector eens nader bekijken. Deze sector heeft door de krediet- en vastgoedcrisis sinds 2008 heel veel (vast) personeel zien vertrekken, in totaal zijn meer dan 100.000 banen van werknemers tussen het vierde kwartaal van 2008 en 2015 verloren gegaan. Daar waren ook zeer ervaren krachten bij die tegen hun leeftijdspensioen aan zaten. Die komen natuurlijk niet meer in de sector terug. Daarnaast is een gat gevallen in de toeloop uit het onderwijs, want wie kon zich nog een baan in de bouwnijverheid voorstellen? In het verleden werden personeelstekorten op bouwprojecten in de grote steden opgevangen door inkomende personenbusjes uit Noord-, Oost- en Zuid-Nederland. Maar ook daar zijn de bouwvakkers nog amper te vinden, zo blijkt uit de kaart met het personeelstekort van het tweede kwartaal 2018. Dit heeft natuurlijk grote consequenties voor het te realiseren (woning)bouwvolume.
En dan hebben we het nog maar even niet over de noodzakelijke inspanningen voor de energietransitie. De woningmarkt stagneert nu al. Een bijna onoplosbaar probleem, in ieder geval op de korte en middellange termijn. Hopelijk wordt de bouw weer aantrekkelijk voor instromers en schoolverlaters!

251.000 vacatures

Niet alleen de bouw heeft een personeelsprobleem. Nederland kende halverwege 2018 een recordaantal van 251.000 vacatures. Sectoren met veel moeilijk vervulbare vacatures zijn behalve de bouw de industrie, de ICT, transport & logistiek en de horeca. Maar ook in de publieke sector, vooral zorg en onderwijs, is de situatie vaak nijpend. Nieuwe prognoses van de Universiteit Maastricht laten zien dat de situatie in deze branches de komende jaren ook niet verbetert. Integendeel: in de ICT-sector groeit de vraag naar werknemers tot en met 2022 met 3,4 procent. Gelijk daarachter volgt de zorg met 3,1 procent, de bouw met 2,7 procent en de horeca met 1,8 procent per jaar (NOS.nl, 10 november 2018).

Terug naar de regio

In BT 2018-2, Thema: Arbeidsmarkt van de Toekomst, schetsten we al een verontrustend beeld van de toekomstige arbeidsmarktsituatie in de Noordvleugel van de Randstad. Daarbij constateerden we dat de werkgelegenheid in de regio’s Amsterdam en Utrecht naar verwachting tot 2040 sneller toeneemt dan de (potentiële) beroepsbevolking. Dit leidt weer tot extra woon-werkverkeer.

Structureel is in veel regio’s sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een toenemende afstand tussen wonen en werken leidt tot fileproblemen rond de grote en middelgrote steden, die wel steeds aantrekkelijker worden om te wonen en te werken. Het werken neemt nog steeds toe, het er wonen wordt door de stagnatie van de woningmarkt steeds moeilijker te realiseren. We hebben het al over specifieke sectoren en beroepsgroepen gehad, maar er is ook sprake van een mismatch op (achterliggende) opleidingsniveaus. Met andere woorden de geografische aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is niet perfect. De situatie in Den Haag biedt een interessant voorbeeld.

Geografische mismatch

Onze analyse van vraag en aanbod naar opleidingsniveau volgt twee lijnen. De eerste lijn benadert de invulling van banen naar opleidingsniveau vanuit de (gemeten) invulling van banen in Den Haag naar 4-positiepostcodegebied. De tweede lijn benadert de invulling van banen naar opleidingsniveau vanuit de (gemeten) invulling van banen in Nederland naar sector. De twee lijnen zijn vervolgens met elkaar gecombineerd.

Uit het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN 2016; RWS/CBS) blijkt dat in Den Haag slechts 14 procent van de banen wordt vervuld door laagopgeleiden. Een zeer groot deel van de Haagse werkgelegenheid bestaat uit banen die door hoogopgeleiden worden ingevuld (55%). Op basis van hetzelfde OViN-bestand is het tevens mogelijk om te kijken naar het pendelgedrag. Hieruit blijkt dat in Den Haag hetzelfde beeld opgaat als voor Nederland als geheel, namelijk dat hoogopgeleiden in het algemeen een grotere afstand afleggen tot hun werk dan laagopgeleiden. Zo wordt 59 procent van de Haagse banen die door laagopgeleiden worden vervuld, ingevuld door laagopgeleiden die in Den Haag wonen. Bij de ‘hoogopgeleide banen’ geldt dit voor ‘slechts’ 41 procent. Anders gezegd 59 procent van de hoogopgeleide banen wordt ingevuld door mensen die buiten Den Haag wonen. We kunnen dat nog verder specificeren.

(Tekst loopt verder onder de afbeelding)

Ruimtelijke spreiding banen naar opleidingsniveau in Den Haag per 4-positiepostcodegebied: laag (l) en hoog (r) (bron: Rienstra/QGIS m.b.v. CBS/EBB)

In de eerste plaats kijken we dan naar het opleidingsniveau van de werkzame beroepsbevolking die in Den Haag woont. Hieruit blijkt dat deze, vergeleken met het landelijke gemiddelde, ook relatief hoogopgeleid is. Het aantal laag-en middelbaar opgeleiden in de Haagse werkzame beroepsbevolking is relatief klein. Toch is sprake van een mismatch. Het percentage laagopgeleiden van de werkzame beroepsbevolking dat in Den Haag woont, is hoger dan het aandeel banen dat in Den Haag door laagopgeleiden wordt ingevuld. Bij hoogopgeleiden is het andersom. Dit betekent dat Den Haag per saldo hoogopgeleiden aantrekt en dat de lokale arbeidsmarktsituatie voor laagopgeleiden krap is te noemen. Deze situatie op de arbeidsmarkt leidt daarmee tot omvangrijk pendelgedrag van en naar Den Haag, natuurlijk vanuit de randgemeenten, maar daarnaast ook van en naar Rotterdam, Utrecht en Amsterdam. Bijna 99.000 forensen verlaten de stad, 151.000 werknemers pendelen naar Den Haag en slechts 113.000 inwoners werken in hun eigen woongemeente!

(Tekst loopt verder onder de afbeelding)

Woon-werkrelaties Den Haag, inkomende en uitgaande pendel per gemeente (> 4.000) (bron: Rienstra/QGIS m.b.v. CBS, woon-werkrelaties gemeenten)

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl