Foto: G.Lanting

Hoe verder na het faillissement?

Met het faillissement van Hudson’s Bay – op de dag af vijf jaar na dat van V&D –  is de grote vraag wat er gaat gebeuren met de vijftien lege winkels die het concern achterlaat. In totaal gaat het om 150.000 lege vierkante meters. In hoeverre wordt herbestemming bemoeilijkt door de juridische afwikkeling van de contracten? Stadszaken vroeg het aan Lennard Magis, hoofd Retail Capital Markets bij vastgoedadviseur JLL.

Hudson’s Bay huurde panden in Almere, Amersfoort, Amstelveen, Amsterdam Kalvertoren, Amsterdam Meathall, Amsterdam Rokin, Breda, Den Bosch, Den Haag, Enschede, Haarlem, Leiden, Maastricht, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Zwolle en een distributiecentrum in Mijdrecht. Uit het faillissementsbeslag van de curatoren blijkt dat de totale huurlast ruim € 4,7 miljoen per maand bedroeg. Ook blijkt uit het faillissementsbeslag dat de verhuurders in totaal € 176 miljoen aan investeringsbijdragen beschikbaar hebben gesteld, die de Canadese retailreus via de huurbetalingen in termijnen zou terugbetalen.

Verhuurders en gemeenten zien de winkelmeters van Hudson’s Bay het liefst zo snel mogelijk weer in gebruik, maar eerst zal er een oplossing moeten komen voor de langjarige huurcontracten die de warenhuisketen heeft afgesloten met eigenaren van de Nederlandse locaties. De belangen bij het afwikkelen van de contracten zijn groot. Het Canadese moederbedrijf van Hudson’s Bay heeft voor € 400 miljoen aan garanties verstrekt aan de verhuurders van het winkelvastgoed en verhuurders moeten dus in Canada aankloppen voor afwikkeling van de huurcontracten. Hierbij zijn een aantal complicerende factoren. Zo is volgens vakwebsite Vastgoedmarkt in een deel van de huurcontracten vastgelegd dat er een exploitatieplicht geldt.

Bemoeilijkt dat de herbestemming van panden?

‘Per locatie zal gekeken moeten worden naar de beste oplossing. De kwaliteit en configuratie van de panden verschilt per locatie.. Op dit moment vinden er gesprekken plaats tussen Hudson’s Bay en verhuurders om te komen tot een compromis voor de lopende huurcontracten en eventuele exploitatieverplichtingen. Tijdens deze gesprekken zijn huidige eigenaren al bezig met de toekomstige, alternatieve invulling. De eventuele herbestemming, en de daar bijbehorende timing, hangt samen met deze gesprekken die de huurder en verhuurder met elkaar voeren. Echter, eventuele uitdagingen zitten niet alleen in de afkoop van de verplichtingen. Die liggen ook bij de bereidheid van gemeenten om mee te denken over alternatieve invullingen.

Wat is een mogelijke nieuwe bestemming van deze panden?

‘De kans dat er een nieuwe warenhuisformule opstaat voor alle beschikbare meters in de desbetreffende locatie is klein. Optimaal gebruik van deze panden is nu voor een groot deel afhankelijk van de locatie. Elke stad heeft zijn eigen dynamiek, behoeftenen eigen doelgroepen. Daar zal het aanbod op moeten worden afgestemd. Ik verwacht dat er uiteindelijk een combinatie van functies zal komen, waarbij retail wordt aangevuld met andere vormen van gebruik. Alle vestigingen liggen in het centrum van grote Nederlandse steden en hebben de potentie om invulling te geven aan de vraag vanuit de specifieke locaties. Hierbij kan worden gedacht aan winkelruimte op de begane grond, aangevuld met bijvoorbeeld woon- of kantoorgebruik op de verdiepingen. Daarnaast lenen sommige locaties zich heel goed voor hotelgebruik.’

Wat betekent het faillissement voor de winkelgebieden waar ze gevestigd zijn?

‘Dat hoeft niet overal negatief uit te pakken. Voor panden, winkelgebieden en steden liggen kansen om het einde van Hudsons’s Bay toch een positieve schwung te geven. Verhuurders hebben voldoende kennis, kunde en middelen om opnieuw invulling te geven aan deze locaties. Dit is iets waar eigenaren al langer mee bezig zijn, ook al voordat het faillissement werd uitgesproken. Het vertrek van Hudson’s Bay kwam niet als een verrassing.’

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl