Foto: Stocksnap, Pixabay

Corona zet onze wereld op zijn kop, maar niet stil. Volgens Inge Lensink biedt deze periode juist kansen om bewoners te betrekken bij uw ruimtelijke plannen.

In de periode voor de coronacrisis ging het dagelijks over complexe opgaven. Denk aan de ambities om in 2050 aardgasvrij te zijn, in 2020 75 procent minder restafval te produceren of de woningbouw aan te jagen – en als het even kan duurzaam. De conclusie luidde steeds: om zulke maatschappelijke ambities te bereiken, is betrokkenheid van inwoners onmisbaar. Zij moeten immers energie besparen, duurzame aanpassingen aan de (eigen) woning doen en afval scheiden.

Op dit moment beheerst corona het gesprek. Toch merken we (gelukkig) ook dat het ‘normale leven’ doorgaat – zij het in een andere vorm, veelal online en vanuit huis. Zo toont de crisis dat we met flexibiliteit en hulp van techniek ook in uitzonderlijke situaties tot veel in staat zijn. Hoewel ruimtelijke projecten minder in de spotlights staan, is dit hét moment om het participatietraject in de steigers te zetten. Voor u het weet rent u immers weer van overleg naar overleg.   

Een goed startpunt is de voorkeur voor betrokkenheid van inwoners. Iedereen is op een eigen manier betrokken bij zijn of haar leefomgeving. Waar de een betrokken is bij het reilen en zeilen in de eigen buurt of de lokale voetbalvereniging, voelt een ander zich betrokken bij meer mondiale ontwikkelingen. Al die vormen zijn waardevol. Door ze te leren kennen, kunnen we beter aansluiten op hetgeen inwoners drijft en dat helpt om in gesprek te raken. Waarom zouden inwoners immers meepraten over een vraag die hen niet aanspreekt, op een manier die niet past en op een tijdstip dat niet uitkomt?

Betrokkenheid op maat, dus. Het mooie is: u kunt hier al mee beginnen, online en op de thuiswerkplek. Dat leidt straks tot een overzichtelijk proces waar ideeën, kennis en kunde van de inwoners, ondernemers en experts benut kunnen worden. Wellicht kunt u daarbij de nieuwe vormen van interactie en betrokkenheid waarmee nu volop gewerkt wordt benutten. Denk aan webinars, videogesprekken en live participatie.

Met deze vijf tips kunt u snel aan de slag:

1. Gooi aannames en onderbuikgevoel overboord

Een participatieplan is vaak gebaseerd op aannames en een onderbuikgevoel over wat de “gemiddelde” Nederlander aanspreekt en prettig vindt. Helaas levert dit meestal geen aansprekende uitnodiging op. De gemiddelde Nederlander bestaat immers niet. Waar participatie voor de overheden vaak een vereiste is, is participatie voor inwoners een keuze. Een inwoner kan kiezen tussen meedenken over uw vraagstuk en de kinderen in bed leggen. Tussen participatie en Netflix. Is de uitnodiging niet aansprekend, dan is de keuze snel gemaakt. De standaard aanpak resulteert in de deelname van de usual suspects.

Verruim uw blik door uw aanpak te baseren op inzicht. Inzicht in de houding van verschillende inwoners ten aanzien van uw vraag, hun gedrag en hun drijfveren. Door hierop aan te sluiten maakt u uw ambitie en vraagstuk herkenbaar en het voor inwoners makkelijk om mee te doen op een manier die bij hen past, op een moment waarop ze ervoor open staan en via kanalen en media van hun voorkeur.  

2. Maak drijfveren en motivaties inzichtelijk

Datagedreven werken gebeurt steeds vaker. Er zijn diverse databronnen waar u gebruik van kunt maken. Denk aan het CBS, verschillende trendanalyses, onderzoeken en segmentatiemodellen. Uit die grote hoeveelheid informatie zijn in ieder geval vier factoren cruciaal voor inzicht in de drijfveren van inwoners om betrokken te raken bij uw project, namelijk: 

  • Het vertrouwen van inwoners in de overheid en instituties;
  • De betrokkenheid van inwoners bij hun leefomgeving;
  • Hun voorkeuren voor communicatie;
  • Hun voorkeuren voor participatie.

Deze inzichten bieden houvast om in gesprek te geraken met verschillende typen inwoners. Tijd om in gesprek te gaan. Maar waarover?

3. Stel een heldere vraag; onderzoek is communicatie

Wilt u echt samen met inwoners aan de slag? Het slim inzetten van participatie en het goed coördineren van overheidsvragen kan resulteren in betrokkenheid van inwoners, ook op de langere termijn. Niet iedereen hoeft mee te denken of doen. Het streven zou wel moeten zijn dat voor iedereen duidelijk is hoe het proces eruit ziet, zodat inwoners en andere stakeholders weten wat er speelt en ze een keuze hebben om mee te denken. Dit vraagt om een goede voorbereiding met duidelijke participatiekaders: een helder doel, een concrete vraag, duidelijkheid over de ruimte voor inbreng en een transparant vervolgproces.

Laat inwoners weten welke meerwaarde hun inbreng heeft, op welke manier dit effect heeft en hoe ze concreet mee kunnen denken. Zorg dat dit wordt gedeeld binnen de eigen organisatie. Inwoners vragen om hun inbreng wekt de verwachtingen, namelijk dat hun inbreng gewaardeerd wordt, serieus genomen wordt en effect heeft. Belangrijk is dat deze verwachtingen ook waargemaakt worden. Dit vraagt om een goede voorbereiding, zodat u de juiste verwachtingen weet te wekken. Onderzoek is immers ook communicatie.

4. Breng interne perspectieven in de juiste positie

Vergeet ook de positie van de eigen organisatie niet. Over heldere kaders beslist u immers niet alleen. Dat vraagt behendigheid en is een heel participatietraject op zichzelf. Het klinkt misschien voor de hand liggend, maar in de praktijk wordt deze stap vaak overgeslagen. Inzicht in de verschillende perspectieven kunt u eenvoudig verzamelen door collega’s te vragen naar hun verwachtingen. Dat kan ook online. Met een eenvoudige “overheidsconsultatie” krijgt u snel een eerste beeld van de heersende verwachtingen bij uw project. Wat hopen intern betrokkenen dat het participatietraject oplevert? Welke rol willen ze daarin zelf spelen? En, welk resultaat helpt hen verder – of juist niet? Zo bouwt u ook intern aan een participatietraject.

5. Tot slot: maak participatie zo eenvoudig mogelijk

De verzamelde inzichten bieden een ultieme uitgangspositie om uw participatietraject zo in te richten dat het aansluit bij de voorkeuren en verwachtingen van uw inwoners en collega’s. Met een verruimde blik is een breder palet aan participatiemogelijkheden en -voorkeuren in beeld gekomen. Waarschijnlijk valt dat de keuze uiteindelijk op een mix van verschillende participatiemogelijkheden. Nogmaals: een gemiddelde Nederlander bestaat niet. Door aan te sluiten bij diverse voorkeuren maakt u participatie voor meerdere groepen zo makkelijk en interessant mogelijk.

Ook interessant: Eenzaamheid en vervreemding door wegvallen openbare ruimte
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl