Mensen worden gemiddeld steeds zwaarder met alle gevolgen vandien voor hun gezondheid. In het tegengaan van deze ontwikkeling gaat de aandacht vooral uit naar voorlichtingscampagnes en educatie over gezonde voeding. Zinniger lijkt het om gezond eetgedrag te stimuleren door middel van aanpassingen in de directe leefomgeving.

Gezond eten is ‘hot’. Wekelijks staat er wel een artikel over voeding in de krant, verkondigen experts in talkshows de nieuwste inzichten of worden er via blogs talloze meningen verkondigd over het ultieme dieet voor een fit en gezond leven.

Maar ondanks de vele aandacht voor dit onderwerp is hier slechts een klein deel van de samenleving – veelal hoog opgeleide vrouwen uit de steden – mee bezig. Voor het grootste deel van onze samenleving gaat dit niet op en is eerder sprake van het tegenovergestelde. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de Nederlandse bevolking over het algemeen te veel verzadigd vet, suiker en zout consumeert. Niet voor niets zijn we de afgelopen vijftig jaar gemiddeld zwaarder geworden en komen er steeds meer chronische, voedinggerelateerde ziekten voor zoals diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.

Dikmakende voedselomgeving

Een positieve energiebalans, waarbij mensen meer energie binnenkrijgen (door voedselconsumptie) dan dat zij verbruiken (door lichamelijke activiteit), wordt gezien als een belangrijke oorzaak voor  het ontstaan van overgewicht en chronische ziekten. Er worden dan ook veel inspanningen geleverd voor een evenwichtigere energie- balans. Daarbij krijgt het dusdanig inrichten van de leefomgeving dat deze een gezonde keuze stimuleert steeds meer aandacht.

Dergelijke stappen zijn hard nodig, want het voedsellandschap is in de afgelopen decennia sterk veranderd. Mensen wonen tegenwoordig in een omgeving waar goedkoop en sterk bewerkt voedsel vrijwel overal binnen handbereik is. Dag en nacht hebben we toegang tot voedsel; de meeste supermarkten zijn zeven dagen per week open en snackbars, benzinestations en ‘nacht’winkels soms wel 24/7. Het overgrote deel van het aanbod past door de grote hoeveelheid aan suiker, verzadigd vet of zout niet binnen de welbekende Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Ook in winkels die niet primair tot doel hebben voeding te verkopen, denk aan bouwmarkten, boekwinkels en warenhuizen, worden snacks en suikerhoudende dranken aan de man gebracht.

Doordat de omgeving een grote rol speelt in wat we kopen – voedselkeuzes zijn van nature nou eenmaal geen rationele weloverwogen beslissingen – stimuleert een veelal ongezond aanbod ongezonde voedselkeuzes. De voedselomgeving wordt daarom ook wel ‘obesogeen’ genoemd, omdat deze dikmakend is.

Naar een nieuwe balans

Gelukkig hebben verschillende steden tegenwoordig oog voor het belang van een gezondere voedselomgeving. Voorop staat het vinden van een juiste balans tussen sociale, ecologische en economische factoren. Ook het European Healthy City Network van de WHO pleit voor de integratie van gezondheid en welzijn in stedenbouwkundige projecten. Op deze manier staan de behoefte van mensen aan de basis van de planningsprocessen.

Inspiratie kan worden geput uit het voornemen van de Britse National Health Service om gezonde wijken te gaan bouwen om ongezonde gedragingen te ontmoedigen. In de ontwikkeling van deze wijken zal geput worden uit wetenschappelijk onderzoek waarin de relatie tussen de woonomgeving, gezond- heidsgedragingen en obesitas is onderzocht. Insteek is om alle bekende obesogene factoren uit de stedenbouwkundige plannen te verbannen, zowel in relatie tot voeding- als beweeggedrag, en daarvoor in de plaats gezondheid- en welzijnsbevorderende factoren op te nemen.

Enerzijds wordt in deze wijken getracht om lichamelijke activiteit en actief transport te stimuleren door veilige speeltuinen, aantrekkelijke sportvoorzieningen en wandel- en fietspaden te creëren. Anderzijds zal in de wijken gezonde voeding worden gepromoot. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over het instellen van ‘fastfood free zones’, waardoor in bepaalde wijken geen ongezonde voeding mag worden verkocht.

De geschetste manier van plannen en bouwen heeft veel gemeen met duurzame ontwikkelingen, waarbij gelijkheid, intersectorale samenwerking, betrokkenheid van burgers en duurzaamheid centraal staan. Dergelijke stedelijke ontwikkelingen zijn van grote invloed op de condities van de leefomgeving en de toegang tot faciliteiten en diensten zoals voedselvoorzieningen in de stad.

Hoger schaalniveau

Naast een gezond stedelijk beleid moeten op hoger niveau hervormingen plaatsvinden. In de gezonde stad van de toekomst zou het namelijk ook vanzelfsprekend zijn dat de overheersende ongezonde aanbodkant op productniveau wordt aangepast, bijvoorbeeld door een supermarktaanbod te creëren dat grotendeels juist wél binnen de Schijf van Vijf past. Daarom zal er  op landelijk en internationaal niveau beleid gevoerd moeten worden om een gezondere stedelijke voedselomgeving van de toekomst te creëren.

Zo zal volksgezondheid bijvoorbeeld een prominentere plaats binnen het landbouwbeleid moeten krijgen. Het zou in de landbouw niet langer alleen om kwantiteit, maar vooral ook om kwaliteit moeten gaan. Zo zou het wenselijk zijn als de landbouw- doelstellingen aansluiten bij de aanbeveling voor een gevarieerd, en onbewerkt plantaardig voedingspatroon: gezond én duurzaam. Alleen zo kunnen we de groeiende wereldbevolking woonachtig in steden in de toekomst voorzien van voldoende en gezonde voeding.

 

Dit artikel is afkomstig uit Tijdschrift Milieu. Auteur: Dr. Maartje Poelman.
Dr. Maartje Poelman (m.p.poelman@uu.nl) is gezondheids- wetenschapper en werkt als Universitair Docent aan de Universiteit Utrecht. Ze is verbonden aan het interdisciplinaire Healthy Urban Living onderzoeksprogramma en doet onderzoek naar de voedselomgeving, eetgedrag en gezondheid.

Beeld: Remundo

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl