Slechts 8% van de Nederlanders doet aan het beheer van de openbare ruimte. Onderhouden van openbaar groen, de meeste Nederlanders hebben er geen zin in.

Slechts 8% van de Nederlanders doet, als vrijwilliger, aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Onderhouden van speeltuinen of openbaar groen, de meeste Nederlanders hebben er geen zin in. 

Volgens onderzoeksbureau I&O Research is dat daarmee een van de ‘minder voorkomende terreinen van actief burgerschap’. I&O zocht samen met Binnenlands Bestuur uit hoe actief wij in de openbare ruimte zijn en willen zijn en openbare ruimte’ scoort veel slechter dan bijvoorbeeld sport, zorg, veiligheid en kunst. En dan te bedenken dat niet eens iedereen sport of iemand hoeft te verzorgen. Relatief gezien is de score dus nog slechter.

Het bureau zocht ook uit hoeveel mensen wel iets willen doen, maar dat vervolgens toch niet doen (zie onder voor de cijfers). Dat is 19% van de ondervraagden. 73% van de Nederlanders wil dus helemaal niets doen. En er werd onderzocht wát mensen dan wel kunnen en willen doen. Nou ja, bij dat kunnen werd gevraagd wat ze vinden dat ‘burgers kunnen doen’. Ook dat leverde een interessant grafiekje op. Ten eerste vonden de ondervraagden dat ‘burgers’ meer kúnnen doen dan zijzelf wíllen doen. Dat is niet zo gek. Niet alles wat je vindt dat gedaan kan worden, wil je ook zelf doen. Neem bijvoorbeeld het opruimen van hondenpoep. Dat kunnen burgers inderdaad prima zelf, maar wie geen hond heeft wil dat natuurlijk niet doen. Opvallend genoeg is het verschil tussen willen en kunnen bij de meeste vragen slechts een procentpunt of tien. Oftewel, de meeste mensen vinden dat wat de ander kan, zij zelf ook wel kunnen en zelfs willen.

Maar ja, dat verschil mag dan klein zijn, de meeste Nederlanders vinden dan ook dat ze überhaupt niet zoveel kúnnen. Ze willen wel opletten of er niets kapot wordt gemaakt en sneeuwruimen willen ze ook nog wel, maar het als het echt op de zaken aankomt die die overheid wil overdragen aan burgers, namelijk het onderhoud van de openbare ruimte en speeltoestellen, dan is de bereidheid een stuk kleiner. Dat wil slecht 19% van de ondervraagden. En ze vinden dat ze het ook niet kunnen. Die cijfers wijken amper af van vorig jaar.

De openbare ruimte is een overheidstaak, zo vinden de Nederlanders. En gelijk hebben ze. De overheid is er zo ongeveer voor uitgevonden. We hebben in Nederland allemaal met de openbare ruimte te maken, dus waarom zou de overheid dat dan niet verzorgen? En dat wij daar dan belasting voor betalen. Dat is niet alleen het eerlijkst, ik kan me ook niet voorstellen dat er een burgerinitiatief is dat de openbare ruimte efficiënter kan onderhouden dan de overheid (rekeninghoudend met alle kosten). En als dat wel bestaat, moet de betreffende gemeente dat initiatief direct inhuren.

Burgers willen vooral actief bezig zijn met het algemeen belang dat dicht bij hun eigenbelang staat. De zorg bijvoorbeeld, sport, cultuur of veiligheid. Dus als de overheid wil dat burgers meer doen in de openbare ruimte, moet ze die ruimte gericht overdragen aan burgers, inclusief het exploitatierecht (via een vorm van eigendom of huur). Dat leidt tot meer semiopenbare speeltuinen, parken, zwembaden en wat niet meer zij. Dat kan ook best. De afgelopen jaren is er op dat vlak zoveel geëxperimenteerd dat ondertussen wel duidelijk is wat wel werkt en wat niet. En het is ook bekend dat in veel wijken minder openbare ruimte niet per se leidt tot een lagere levenskwaliteit.

In alle overige openbare ruimtes moet de overheid gewoon zelf aan de bak.

Jan-Willem Wesselink is hoofdlaborant van het Kennislab voor Urbanisme

Lees meer blogs over Urbanisme

Beeld: I&O Research
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl