Herken je dat, dat je sneller wilt gaan lopen op plekken met hoge gebouwen, die kaal, saai en winderig zijn? Wat kun je doen om de beleving van de openbare ruimte te verbeteren in een tijd dat we de woningnood moeten oplossen en steden steeds verder verdichten? Mariska Kien, adviseur PLANTERRA, zet de gevolgen en tips op een rij.

Door Mariska Kien

Tussen 2015 en 2030 is er een toename van 700.000 extra huishoudens, berekende het CBS in 2016. Het gevolg hiervan laat zich raden: we moeten steeds meer woningen bouwen en steeds meer openbare ruimte inleveren. Verontrustend is dat we voor deze opgave staan in een tijdperk waarin veel focus ligt op financiële resultaten.

De openbare ruimte is vaak het sluitstuk van ruimtelijke ontwikkelingen. De beleving en behoeften van inwoners zijn op de achtergrond geraakt, terwijl de openbare ruimte een sociale functie heeft en kan bijdragen aan de leefbaarheid.

Stress en verdichting

Verdichting is een mogelijke stressfactor. In Nederland doen we hier nauwelijks onderzoek naar en hoewel er onder ontwerpers meer aandacht is gekomen voor beleving en gezondheid, wordt omgevingspsychologisch onderzoek in het algemeen zelden toegepast. Ook wordt weinig beleid gemaakt op basis van omgevingspsychologisch onderzoek.

Er is echter wél veel onderzoek gedaan naar het effect van ‘crowding’ op mensen. ‘Crowding’ is het gevoel dat we krijgen als er, als gevolg van verdichting, ongewild te veel mensen om ons heen zijn en/of we onvoldoende persoonlijke ruimte hebben. Ik noem het voor nu ‘drukte’.

Drukte en welbevinden

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat drukte gevolgen heeft voor ons welbevinden. Hoge gebouwen leiden tot een groter gevoel van drukte en zorgen ervoor dat we minder controle over de situatie ervaren. We voelen ons minder veilig, we hebben minder privacy en de tevredenheid over relaties met andere bewoners is lager dan bij laagbouw.

Hoge dichtheden leiden tot negatieve gevoelens als onrust, stress en mogelijk tot ziekten. Verder zorgt het voor het minder waarderen van andere mensen én plekken en resulteert het in een afname van hulpgedrag, gevoelens van hulpeloosheid en soms zelfs agressie. (Bell, Greene et al., 2001).

We kunnen verwachten dat de kwaliteit van leven afneemt als de verdichting en drukte (flink) toenemen. Tenzij we de kansen verkennen en meer te weten komen over de beleving en behoeften van inwoners en deze kennis vervolgens vertalen naar beleid, visies en oplossingen.

5 tips voor verdichting

Lokaal onderzoek naar verdichting is altijd een goed idee. Grote steden als Toronto gingen voor. Een ander goed idee is het verkennen van de mogelijke toepassingen van dit onderzoek.

Er zijn geen algemene richtlijnen, maar enkele algemene tips zijn wel te geven. Voor een meer mensgerichte aanpak kun je onder meer denken aan de volgende leidende principes voor de inrichting:

  1. Voorkom verdichting op plekken waar je van tevoren aan ziet komen dat dit negatieve gevolgen zal hebben op het welbevinden.
  2. Een groene omgeving draagt op vele manieren bij aan het welzijn van mensen, door een betere luchtkwaliteit en mogelijkheden voor gezond bewegen. Van natuur is bovendien wetenschappelijk aangetoond dat mensen sneller herstellen van stress.
  3. Creëer plekken voor ontmoeting. In sterke gemeenschappen accepteren mensen de nabijheid van anderen en drukte. Maak bijvoorbeeld liever een plein met sociale functies dan parkeerplaatsen.
  4. Zorg voor een betekenisvolle openbare ruimte met zinvolle functies waar mensen activiteiten kunnen ondernemen (bijvoorbeeld het Amstelpark met horeca, sport- en recreatiemogelijkheden en kunst).
  5. Geef controle over situaties en voorzieningen. Het bedienen van bijvoorbeeld een lift of stoplichten, meedenken over de inrichting, interactieve kunst (bijvoorbeeld de D-toren in Doetinchem van Lars Spuybroek en Q.S. Serafijn) etc. geeft het gevoel van meer controle over de situatie. Mensen die controle ervaren kunnen beter omgaan met stress als gevolg van drukte.

Rol omgevingspsycholoog

Wat gebeurt er als wij toestaan dat bij de aankomende woningbouwopgave geen rekening wordt gehouden met de menselijke maat? Ik ben van mening dat de overheid de regie moet pakken, maar dat iedereen iets kan doen en dat het goed is als iedereen die ruimte neemt en krijgt.

De openbare ruimte mag niet het sluitstuk zijn van ruimtelijke plannen. Het is meer dan een restruimte met eventuele esthetische en verkeerstechnische waarden. Omgevingspsychologen kunnen een bijdrage leveren aan ruimtelijke plannen en de belangen van de gebruikers van de openbare ruimte vertegenwoordigen. Als we de mens centraal stellen en allemaal vanuit onze rol een bijdrage leveren, door beleid te beïnvloeden en actief mee te denken in projecten, zorgen we er beter voor dat onze leefomgeving gezond en prettig blijft.

Mariska Kien is Adviseur Openbare Ruimte bij PLANTERRA en omgevingspsycholoog

Ook interessant: '5 misverstanden over binnen- en buitenstedelijk bouwen'
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl