Westerveld Brinq

Foto: Gemeente Westerveld, G. Lanting

Met het project BrinQ neemt de gemeente Westerveld het beheer en de inrichting van de openbare ruimte compleet op de schop. De openbare ruimte moest veel meer van de inwoners zelf worden. Projectleider Dirk Buiter (Westerveld) en adviseur Dion Koens (BTL Advies) schetsen wat daarbij komt kijken. ‘Inwoners zitten niet te wachten op kwaliteitsniveaus, maar op schoon, veilig, toegankelijk en duurzaam.’

Dit is een artikel uit het vakblad Vitale Groene Stad.

Westerveld is een gemeente in Zuidwest-Drenthe, tussen Meppel, Steenwijk en Hoogeveen, met zo’n 19.000 inwoners. Zij wonen verspreid over maar liefst 24 kernen. De gemeente telt veel karakteristieke brinkdorpen in een zogeheten esdorpenlandschap: dorpen met typerende oude klinkerwegen, eikenlanen en zandwegen. Westerveld beschikt over veel natuurwaarde door de aanwezigheid van drie nationale parken: het Dwingelderveld, het Fries-Drentse Wold en het Holtingerveld.

Participatie openbare ruimte vanzelfsprekend

Projectleider Dirk Buiter is verantwoordelijk voor BrinQ, het project waarmee de gemeente vanaf 2016 de inrichting en het beheer van de openbare ruimte op een geheel nieuwe leest wilde schoeien. Buiter schetst dat de gemeente op een andere manier ging aankijken tegen de openbare ruimte. ‘Tot voor kort hadden we een kwaliteitsplan voor kapitaalsgoederen in de openbare ruimte dat gebaseerd was op drie niveaus: laag, basis en hoog.

Bij een laag niveau moet je uitkomen met minimale middelen en doe je minimaal onderhoud. Bij het basisniveau bied je iets meer. Bij een hoog niveau doe je alles tiptop, maar dat kwam in de praktijk niet voor. De politiek en onze inwoners ervaarden het kwaliteitsplan steeds meer als een star document waarbij invloed op het beheer en onderhoud nagenoeg onmogelijk was. Zowel de politiek als onze inwoners vonden het tijd voor nieuw beleid waarbij participatie vanzelfsprekend is'.

BrinQplan

‘De gemeenteraad gaf ons de opdracht om met de inwoners aan de slag te gaan en te achterhalen hoe ze tegen de openbare ruimte aankijken. Inwoners en instanties zijn vanaf de start van het project dan ook betrokken geweest bij het opstellen van de visie. De visie is door, voor en met de inwoners opgesteld. In totaal hebben meer dan twintig instanties meegewerkt aan het BrinQplan.'

Gedurende het proces is de gemeenteraad op de hoogte gehouden van het project en is er getoetst of de aanpak past binnen de visie van de politiek. Uiteindelijk is de visie vastgesteld en heeft de politiek besloten dat deze aanpak (participatie) het voorbeeld is bij het opstellen van een ander beleid in de gemeente Westerveld.

Dions Koens is als adviseur groenbeleid en landschapsarchitect bij BTL Advies betrokken bij de ontwikkeling van BrinQ. Hij vertelt dat het project meerdere doelen dient. ‘Het eerste doel is de ontwikkeling van een integrale visie voor de hele openbare ruimte, in plaats van aparte plannen voor groen, water, bermen, wegen enzovoorts. Het tweede doel is om inwoners intensief te betrekken bij de openbare ruimte en het beleid daarop. De openbare ruimte is immers voor en van de inwoners.’

Dorpskracht en boermarken

Bij de eerste informatiebijeenkomst over het project BrinQ waren 140 vertegenwoordigers aanwezig van dorpsgemeenschappen, bedrijven, scholen , natuurorganisaties en andere instanties, vertelt Buiter. ‘In vier werkgroepen zijn we aan de slag gegaan met het opstellen van nieuw beleid wat uiteindelijk tot het BrinQplan heeft geleid. Belangrijk daarbij is de zogeheten dorpskracht: de inzet bij het beheer van groepen inwoners zelf. Hierbij spelen de ‘boermarken’ (verenigde, meestal kleine, boerenbedrijven) wel een belangrijke rol.

Zij onderhouden ongeveer eenderde deel van het buitengebied. Voor de werkzaamheden ontvangen ze een kleine vergoeding die ze weer inzetten voor de aanschaf van machines voor onder andere hun eigen bedrijfsvoering.’

Na de informatiebijeenkomst gingen de belangenorganisaties en betrokken inwoners tijdens expedities de discussie aan in en over de openbare ruimte. Ook werd een enquête gehouden onder 6.000 huishoudens, van wie er zo’n 1.000 hebben gereageerd, vertelt Koens.

‘Met de expedities zijn we meer de diepte ingegaan, terwijl de resultaten van de enquête een representatief beeld gaven van wat inwoners vinden over de openbare ruimte. De resultaten van de expedities en de enquête hebben we vervolgens vertaald in een visie.

Bron: G. Lanting. 

Unieke waarden Westerveld

In de visie staat dat de inwoners van Westerveld in eerste instantie vinden dat de openbare ruimte schoon, heel, veilig en duurzaam moet zijn. Dat zijn basisvoorwaarden die overal gegarandeerd moeten worden.’ Daarnaast wordt er op specifieke plekken aandacht besteed aan vier onderscheidende Westerveldse waarden: authenticiteit, energie, ontmoeting en natuur. Buiter: ‘We zijn een authentieke Drentse gemeente met typische dorpsbrinken, met monumentale bomen die een bepaalde uitstraling hebben en waar veel recreatie en toerisme bij hoort.

Als je dat vergelijkt met een woonwijk, waar het kwaliteitsniveau wat lager mag zijn, is dat anders. Daarbij hebben we veel natuur binnen onze grenzen in Nationaal Park Dwingelderveld, Nationaal Park het Drents-Friese Wold en Natura 2000-gebied Het Holtingerveld.’

Participatie bewoners bij beheer

Inwoners vinden echter ook dat dat hun gemeente geen museum moet worden, benadrukt Koens. ‘De gemeente wil energiek en dynamisch zijn, ook met het oog op het toerisme en het fiets- en wandelpadennetwerk. Er wordt veel gefietst en gewandeld, wat mensen belangrijk vinden. De verschillende groepen moeten worden verleid tot bewegen, zowel ouderen als jongeren.’ Ook de toegankelijkheid voor oudere en kwetsbare inwoners is een belangrijke waarde.

De bedoeling is dat de inbreng van bewoners bij het beheer flink zal groeien, schetst Buiter. ‘We nemen nu bewoners mee in de schouw van de openbare ruimte. De hele opzet van het beheer wordt laagdrempeliger. Bewoners hoeven zich niet meer met een klacht bij de gemeente te melden, maar kunnen zich direct wenden tot het aanspreekpunt van de aannemer in de wijk.’

'De gemeente komt er nog maar mondjesmaat.'

Sinds 2014 doen de bewoners van Zorgvlied het beheer al helemaal zelf, waarbij de rol van de gemeente zich beperkt tot het twee keer per jaar organiseren van een schouw. ‘Inwoners maaien het gras, knippen de hagen, vegen het vuil, bestrijden onkruid en onderhouden de begraafplaats.

De gemeente komt er nog maar mondjesmaat. De vrijwilligers krijgen een kleine vergoeding, dat ten goede komt aan het dorp. Hierbij moet je denken aan de aanleg van een Jeu-de-Boulesbaan, activiteiten voor de jeugd of een dorpsbarbecue.’

Aandacht biodiversiteit

De visie geeft ook extra aandacht aan biodiversiteit in bermen en sloten. Daarbij werkt de gemeente samen met natuurorganisaties als Natuurmonumenten, IVN, Drents Landschap, Staatsbosbeheer en boerenorganisatie LTO. Dirk Buiter: ‘De eikenprocessierups kun je het best bestrijden met natuurlijke vijanden. Naast ecologisch bermbeheer, zijn we op zoek naar andere bestrijdingsmethoden en daarover hebben natuurorganisaties vaak meer kennis in huis.’

‘In Diever gaan we experimenteren met een dorpsraad, met een eigen budget en beslissingsbevoegdheid.’

Nu de visie op de openbare ruimte klaar is, moeten er ook nieuwe beheerplannen voor plantsoenen, wegen, sloten en bomen worden opgesteld. ‘Bij de uitvoering gaan we kijken hoe we per wijk budget beschikbaar kunnen stellen zodat inwoners meer invloed kunnen uitvoeren op het beheer en onderhoud. Hoe we dat gaan doen, zijn we nog aan het uitwerken.'

'In Diever zijn we aan het experimenteren met een dorpsraad, met een eigen budget en beslissingsbevoegdheid over de uitvoering van een herinrichtingsplan dat een groot deel van het dorp beslaat. Op dit moment hebben we per dorp twee vertegenwoordigers die aanspreekpunt zijn voor het beheer en onderhoud. Verschillende dorpen zullen verschillende keuzes maken: de een vindt authenticiteit van zijn brink van belang, maar het andere dorp heeft geen brink en maakt dus andere keuzes.‘

´Het samen beheren van de openbare ruimte versterkt de gemeenschapszin.’

De nieuwe aanpak doet een groot beroep op de samenwerking van bewoners in de verschillende kernen. Het project BrinQ zal dan ook een impuls geven aan ‘ontmoeting’ en ‘gemeenschapszin’, verwacht Koens. ‘Dat betekent dat de openbare ruimte vaak wordt gebruikt om activiteiten te organiseren, van markten tot sportevenementen. Juist het samen beheren van de openbare ruimte versterkt die gemeenschapszin en het verantwoordelijkheidsgevoel. Het gaat er om wat de inwoners zelf belangrijk vinden in de openbare ruimte.’

BrinQ Westerveld openbare ruimte

Buiter verwacht dat bewoners elkaar ook meer gaan aanspreken op hun gedrag. ‘De een gaat makkelijk met zijn rommel om, terwijl de ander denkt: “Ruim dat eens op”. Mensen gaan met elkaar in gesprek. Dan gebeurt het ook sneller dat jongeren klussen van ouderen overnemen. In Zorgvlied hebben de inwoners met het budget van € 5500 al een Jeu-de-Boulesbaanen een hangplek opgezet. Bovendien houden ze een grote barbecue, waarbij iedereen bij elkaar komt. Als gemeente komen we dan natuurlijk ook.’

Bijzonder BrinQ

Het bijzondere aan het project BrinQ is volgens Dion Koens dat inwoners vanaf het begin over de visie konden meepraten. ‘Bijzonder is dat de gemeente open het proces ingaat en bereid is om dingen los te laten. Het beheer deels moet loslaten. Daarmee wordt de rol van de gemeente, zowel van de ambtenaar als de bestuurder, anders. Zij faciliteren en adviseren, maar laten bewoners nu meer beslissen.

We hadden in september met de gemeenteraad een discussie hierover. Als bewoners iets vinden, dan wordt het lastig om als bestuurders te zeggen: “Ik vind toch wat anders.” Dat geldt ook voor vakspecialisten. Zij moeten immers wel het gesprek blijven aangaan als bewoners dingen willen, die niet uitvoerbaar of niet betaalbaar zijn.’

Meer informatie over Brinq Westerveld leest u hier.

Lees ook: Groene stad Amsterdam essentieel voor vestigingsklimaat 

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl