Wegbeheerders kunnen mbv de Omgevingswijzer gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren. Voordeel: maatregelen op dit gebied vergroten rendement investering

De Nederlandse infrastructuur wordt doorlopend aangepast om de mobiliteitsvraag te kunnen faciliteren. Wegbeheerders als Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten hebben hiermee een belangrijke kans om de infrastructuur toekomstproef te maken en tegelijkertijd de gezondheid van mensen positief te beïnvloeden.

Het huidige gezondheidsbeleid van Rijkswaterstaat beperkt zich veelal tot geluids- en luchtkwaliteitsmaatregelen.

Omgevingswijzer

In opdracht van Rijkswaterstaat heeft ingenieursbureau Arup samen met adviesbureau TEMAH drie cases onderzocht op kansen om infrastructuur in te zetten voor gezondheidsbevordering. De studie is een uitvloeisel van de Omgevingswijzer. Het instrument ‘Omgevingswijzer’ brengt in kaart hoe duurzaam de scope van een opgave is en wat het potentieel voor integrale duurzame gebiedsontwikkeling is. Het is een kwalitatief instrument dat digitaal kan worden ingevuld. De wijzer bestaat uit een vragenlijst van twaalf duurzaamheidsthema’s. Het onderzoek benoemt drie gezondheidsaspecten die een uitbreiding van het beleid rechtvaardigen:

1. het bevorderen van actieve vormen van woon-werkverkeer,
2. het bevorderen van toegang tot groen
3. het terugdringen van luchtveront- reinigende uitstoot.

Deze drie – door de wegbeheerder beïnvloedbare – gezondheids- aspecten zijn uitgewerkt voor drie onderdelen in het netwerk van Rijkswaterstaat. Bij de uitwerking zijn telkens lokale partijen en experts als de provincie, de fietsersbond en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) betrokken.

Case 1: Woon-werkverkeer per fiets

Het benutten van de waterinfrastructuur voor woon-werkverkeer per (elektrische) fiets bestrijkt alle drie de door de onderzoekers benoemde gezondheidsaspecten. De kades van rivieren en kanalen zijn te benutten om een interlokaal en –regionaal fietsnetwerk te realiseren. Dat bevordert de volksgezondheid en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het toekomstbestendig maken van het totale multimodale netwerk. Met name omdat de ingreep voorziet in de naar verwachting groeiende behoefte om over langere afstanden hogere snelheden te halen met lichte voertuigen, zoals elektrische fietsen.

Landelijk uitrollen van zo’n beleidsmaatregel is relatief makkelijk te realiseren omdat een groot deel van de infrastructuur al bestaat. De kosten van de beleidsmaatregel zijn relatief beperkt. De investering wordt namelijk in circa vijf jaar via gezond- heidsbaten terugverdiend door daling van het ziekteverzuim en lagere ziektekosten door meer bewegen, verminderde stress en schonere lucht.

Case 2: Park & Bike

Verbinden van snel (auto) en langzaam verkeer (fiets) heeft invloed op twee van de drie benoemde gezondheidsaspecten, namelijk meer beweging en minder luchtvervuiling. Uitvoering van de beleidsmaatregel, die aanhaakt bij de populaire OV-fiets en P&R-parkeerplaatsen bij treinstations, wordt bemoeilijkt door het ontbreken van betrouwbare gegevens. Daarnaast is het moeilijk om de impact van de beleidsmaatregel op stadsverkeer vast te stellen omdat er voor fietsers nauwelijks betrouwbare verkeersmodellen zijn.

De uitwerking van de beleidsmaatregel is onderzocht aan de hand van een ‘Park & Bike’-plaats. Het rendement van een dergelijke beleidsmaatregel is relatief hoog, namelijk circa 10%. Dat blijkt uit bereke- ningen op basis van een onderzoek van de gemeente Utrecht. Het concept is vooral interessant voor steden waar de milieudruk hoog is en de afstanden relatief beperkt zijn. Maar het concept is nog niet volwassen en vergt met name nog meer onderzoek naar verkeersmodellen voor fietsers.

Case 3: Wegnemen barrières

Rijkswaterstaat kan het wegennet zo inrichten, dat het geen barrière meer is voor mensen om de natuur op te zoeken. Deze beleidsmaatregel heeft betrekking op één van de drie benoemde gezondheidsaspecten, de toegang tot groen. Het economische effect van de maatregel is echter niet bepaald, omdat het langzame verkeersnetwerk van de onderzochte case al relatief fijnmazig is. Het effect van verdere ontsluiting is hierdoor verwaarloosbaar. Daarnaast heeft de toegang tot meer groen met name gevolgen voor de gezondheidsbeleving, een aspect dat moeilijk is te kwantificeren. Het wegnemen van barrières is van belang voor het onderliggende netwerk en daarmee een belangrijke strategische beleidskeuze die bij ieder project bewust gemaakt moet  worden.

Conclusies

Wegbeheerders kunnen met relatief beperkte uitgaven gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren en zo het economische rendement van de investering in infrastructuur vergroten. De drie onderzochte cases tonen aan dat met de ingrepen de toekomstige mobiliteitsvraag, die in toenemende mate multimodaal is, kan worden gefaciliteerd.

Dit artikel is afkomstig uit Tijdschrift Milieu. 
Beeld: Tijdschrift Milieu
Auteurs: Annemiek Tromp en Tertius Hanekamp.
Annemiek Tromp
(annemiek.tromp@rws.nl) is programmamanager Duurzame Gebiedsontwikkeling bij Rijkswaterstaat;
Tertius Hanekamp
(th@temah.nl) is adviseur bij TEMAH advies.

 

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl