‘Own the trip, not the car’

‘Sharing is hip. Of is het misschien al op zijn retour? Er is ongetwijfeld sprake van enig idealisme en wat dagdromerij, maar het biedt ook veel kansen om consumenten anders te bedienen.’ In dit artikel gaat Hans Groenhuijsen, automotive expert, in op de toekomst van de deelauto.

Kort gezegd kunnen we een auto delen of ritten delen en kan sharing worden ontwikkeld in een B2C-model zoals Greenwheels of tussen consumenten onderling via een platform (Peer-2-Peer) zoals Snappcar. We kunnen een auto thuis laten bezorgen of oppikken op een vast punt en daar weer inleveren (station based). Of we pakken die auto ergens, en droppen hem ook weer ergens waar het jou uitkomt (free float).

Voor wie?

Gebruiksmogelijkheden zijn grenzeloos. Gebruik kan worden georganiseerd binnen een bedrijf, in bredere zin voor zakelijke gebruikers, voor consumenten/autobezitters, voor huidige gebruikers van taxi en ov. Delen kan ook worden benut door nieuwe doelgroepen, mensen die tot nu toe autorijden te duur of onaantrekkelijk vonden.

Waarom?

Sharing kan leiden tot minder auto’s op de weg, vooral in stedelijke gebieden: minder auto’s die rondrijden, minder parkeerplaatsen (doordat auto’s intensiever worden gebruikt dus minder hoeven stil te staan). Combinaties kunnen worden ontwikkeld met vormen van openbaar vervoer/andere modaliteiten. De kosten kunnen omlaag voor de gebruiker en het gemak neemt toe: je hebt alleen een auto als je hem nodig hebt.

Elektrisch en connected?

Het is duidelijk dat sharing en elektrisch goed samengaan: stille, zuinige en schone auto’s in de grote steden. Connectiviteit is handig om de deelauto te kunnen bestellen, traceren, af te rekenen en autonoom rijden maakt het verhaal compleet. De deelauto kan zichzelf parkeren, kan op bestelling naar jou toekomen, en kan prima worden gebruikt door mensen die dat nu niet kunnen (gehandicapt, blind/doof, kinderen).

Voorlopig wordt aangenomen dat sharing uiteindelijk voor zo’n 30% van de autorijders een aantrekkelijke optie kan vormen. In Nederland is nu ruim 1% van de autorijders (11 miljoen mensen hebben een rijbewijs) om naar sharing. Verwachting is dat dit snel kan stijgen. Voor Nederland wordt een groei verwacht naar 2,5 % in 2020 en 5 tot 6% in 2025 (toch al voorbij de 500.000 gebruikers). Daarna kan het hard gaan, zeker ook door de combinatie met autonoom rijden.

McKinsey rekent met 2 scenario’s: een jaarlijkse groei tot 2030 van 28% en een groei van 15%. Dat leidt dus in 14 jaar al snel tot 10-40% van de consumenten die gebruik maken van auto delen.

Komen er dan minder auto’s?

‘Rethink X’, een Amerikaanse denktank, voorspelt dat in 2030 95% van het vervoer gaat via transport as a service; het aantal auto’s in de USA zou dan zakken van 247 naar 44 miljoen, een daling van ruim 80%.

Een extreme voorspelling, maar het signaal is duidelijk: minder auto’s. Maar feit is dat de vraag naar mobiliteit blijft toenemen, en het gebruik van de auto (dus de vraag naar mobiliteit per auto) zelfs kan groeien doordat de drempel lager wordt. Het wordt allemaal erg eenvoudig en nieuwe doelgroepen kunnen gebruik gaan maken van de auto.

PWC voorspelt voor Europa in 2030 een teruggang in het aantal auto’s met zo’n 30% van 280 naar 200 miljoen. Gemiddeld zullen auto’s dan ongeveer 58.000 km per jaar rijden (nu is dat 13.200 km, een groei dus van 340%). Auto’s zullen tegen die tijd na ongeveer 4 jaar worden vervangen (dat is nu ruim 17 jaar). In 2030 zal 30% van de totaal per auto afgelegde afstand worden gereden via een vorm van sharing.

Misschien wel andere auto’s?

Het ligt voor de hand om voor dat autodelen, vooral in stedelijke gebieden en voor de korte afstand,
speciale auto’s (‘purpose built’ cars) te bouwen: niet alleen elektrisch, maar ook kleinere auto’ met minder vermogen en eenvoudiger te bouwen. Dat zou de prijs van zo’n auto met 25% kunnen verlagen. Zeker in die grote stedelijke gebieden is het logisch dat er mengvormen ontstaan van privaat vervoer (auto’s in bezit) en openbaar vervoer, met een scala aan modaliteiten.

Minder auto’s dus, maar ze worden wel intensiever gebruikt en dus sneller vervangen, en vragen dus om iets meer onderhoud. Een elektrische auto vergt echter relatief weer minder onderhoud. Alweer PWC doet voor 2030 een voorspelling: gebaseerd op de in voorgaande genoemde cijfers, zullen autofabrikanten in de Europese markt ongeveer 33% meer (!) nieuwe auto’s verkopen dan in 2017.

Het is voor de automobielsector de vraag of zij zelf de markt gaan ontwikkelen met elektrische en autonome en gedeelde auto’s. Of zijn het bijvoorbeeld de leasemaatschappijen die deze markt naar zich toetrekken, of nieuwe partijen zoals Google, Tesla, Amazon?

Data zijn goud

Data zijn essentieel. Data maakt dat:

  • autodelen simpeler wordt;
  • dat de klant meer en betere service ontvangt;
  • dat verkeersstromen en infrastructuur beter worden aangestuurd;
  • dat veiligheid kan toenemen;
  • verduurzaming een positieve impuls krijgt;
  • er combinaties van vervoersmodaliteiten worden ontwikkeld.

Iedereen heeft belang bij die data: de consument, de aanbieders van auto/mobiliteit/ICT/ social media, de overheid. Het wordt zoeken naar de balans tussen commercieel en maatschappelijk belang, tussen opslag/gebruik en privacy/veiligheid. Auto's delen gaat doorbreken, als antwoord op de groeiende vraag naar goede, snelle en betaalbare mobiliteit, als een (deel van het) antwoord op de vraagstukken rondom openbare ruimte, energietransitie en verduurzaming.

Het delen is een kans om consumenten anders te bedienen en vast te houden, op basis van de voordelen voor betrokken partijen en voor de samenleving; zeker als sharing onderdeel wordt van een combinatie van technologieën zoals elektrisch rijden, connectiviteit en autonoom rijden.

Hans Groenhuijsen
Advies in automotive en mobiliteit

Zie o.a.:
McKinsey, “how shared mobility will change the automotive industry”, april 2017.
“Die fünf Dmensionen der Transformation der Automobilindustrie” , PWC Deutschland, Christoph Stuermer et al. , September 2017.
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl