We moeten de beschikbare open ruimte in Nederland beter benutten, schrijft Marten van den Bossche van adviesbureau Ecorys. 'Dat is nodig, want voor veel Nederlanders geldt dat ze het gevoel hebben dat Nederland te vol is. En dat gevoel is goed te begrijpen, maar niet terecht. Waarom snoeren wij ons ruimtelijk zo in?'

Door Marten van den Bossche, partner en director Global Practice Transport Infrastructure and Mobility bij Ecorys

Op dit moment werken ministeries en maatschappelijke partijen aan de NOVI, de Nationale Omgevingsvisie. Een document dat de ruimtelijke contouren van de komende decennia schetst. En dus oplossingen kan bieden voor dat gevoel van 'vol'. Ik heb wat eerste versies van die NOVI voorbij zien komen, en zie dat op dit moment deze nota de gevoelde ruimteschaarste niet op gaat lossen, integendeel er moet nog méér op bestaande plekken gaan worden gedaan.

Maar we doen al zo véél op zo’n klein stukje van Nederland. De opstelsom van het tot nu toe gevoerde ruimtelijkeordeningsbeleid heeft ertoe geleid dat (afgerond) 99 procent van de toegevoegde waarde, 98 procent van de werkgelegenheid en bijna de gehele woonbehoefte van de Nederlandse bevolking het moet doen met 13 procent van het oppervlak van dit land (5.200 km2 van 41.500 km2). En binnen die 13 procent moet dan ook nog alle infrastructuur (alle wegen, spoorwegen, lucht- en zeehavens) worden ingepast. En alle bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Die 13 procent is het landelijk gemiddelde, maar ook in de dichtstbevolkte provincies als Utrecht en Zuid-Holland is dit percentage niet hoger dan zo’n 22 procent.

Bijna 90 procent van de oppervlakte van Nederland wordt dus gebruikt voor 1 procent van het BNP, 2 procent  van de werkgelegenheid en speelt geen rol voor de woonbehoefte van de bevolking.  Waarvoor wordt al die andere ruimte dan wel gebruikt? Iets meer dan 30 procent van Nederland is natuur (bos en open natuurgebieden) en water (binnen- en buitenwateren). En de rest (ruim 55 procent) wordt gebruikt door de landbouw.

Deze scheve ruimtebalans moeten we de komende decennia rechttrekken. Want we hebben in ieder geval extra ruimte nodig voor vijf essentiële (ruimtevragende) ontwikkelingen die op ons af komen:

  1. We hebben meer ruimte nodig voor het oplossen van energietransitievraagstukken (bijv. windmolens, zonnepanelenparken, nieuwe energiewinningstechnologieën, nieuwe bedrijvigheid)
  2. We hebben –in ieder geval tijdelijk- meer ruimte nodig voor het faciliteren van de bedrijvigheid die vorm gaat geven aan de circulaire economie (bijv. opslag van en handel in circulaire –bouw-materialen)
  3. We hebben meer ruimte nodig voor het bouwen van huizen waarin we graag willen wonen (een opgave van vele honderdduizenden woningen)
  4. We hebben meer ruimte nodig waarin we ons gelukkig en gezond kunnen voelen (op dit moment blijkt dat lager opgeleiden zowel in levensverwachting als in kwaliteit van leven negatief worden beïnvloed door de te dichte nabijheid van verstorende factoren als milieuhinder, geluid en/of andere risico’s die samenhangen met de nabijheid van de dichtbebouwde omgeving)
  5. En last but not least, we hebben veel meer ruimte nodig om fatsoenlijke –groene- buffers te hebben tussen gebieden waar wordt gewerkt, waar wordt bewogen (infrastructuur), en waar wordt gewoond.

Op basis van wat mij nu al bekend is schat ik in dat de NOVI geen echt nieuwe visie op ruimtegebruik gaat presenteren. Terwijl er behoefte is aan een visie waarin 98 procent van het maatschappelijk-economisch bestel van Nederland een bestendige hoeveelheid ruimte krijgt. En die ruimte mag benutten voor duurzame oplossingen voor de uitdagingen die ons de komende decennia te wachten staan. Per saldo een ruimtebehoefte die een stuk groter is dan de eerdergenoemde 13 procent, maar geenszins als irreëel mag worden bestempeld.

Een gedachtenoefening: als we éénvijfde van het landbouwareaal afstoten/uitkopen (dat kost ons structureel jaarlijks een kwart procent van het BNP), dan spelen we 4 á 5000 vierkante kilometer vrij voor ofwel meer natuur, ofwel meer ruimte voor de Nederlandse bevolking en alles wat ze in hun leven aan ruimte nodig hebben voor werken, wonen én recreëren (ja, ook alle parken, openbare ruimtes, sportterreinen et cetera, zitten al in die eerdergenoemde 13 procent). Denk je eens in: 4 á 5000 vierkante kilometer extra, dat is bijna een verdubbeling van de ruimte die nu aan ruim 16 miljoen Nederlanders ter beschikking is gesteld. En die ruimte ligt –relatief- bijna gratis naast de deur.

Nooit meer krapte op de huizenmarkt. En dan ook nog voldoende huizen –menigeen met een lapje grond- waarin mensen echt wíllen wonen, in plaats van móeten wonen omdat er te weinig keuze is. Nooit meer benauwende nieuwbouwwijken ingeklemd tussen veel te dichtbije infrastructuur. Voldoende experimenteerruimte voor de noodzakelijke transities op energie- en materiaalgebruik. Ruimte voor ondernemend Nederland. Voldoende ruimte voor wegen waar schone (en autonome) voertuigen vrij kunnen bewegen, voor spoor en ov. Normale grond- en woningprijzen. Verlichting van de druk op grote steden. Meer natuur en recreatiemogelijkheden nabij de woongebieden.

Waarom lukt het niet om deze gedachtenoefening te vertalen in ruim(te)denkend beleid? Waarom begrenzen we ons denken in zelfopgelegde ruimtelijke leefregels die overduidelijk knellen, daar waar dat niet het geval hoeft te zijn? Een raadsel voor me. Nederland is niet vol, we gebruiken de ruimte slecht. En dat beslissen we zelf….

De NOVI: wat ik er tot nu toe van gezien heb wordt het mogelijk een grotendeels gemiste kans. Te weinig Nieuw, te weinig Visie. Want na zelf decennia ingesnoerd te hebben gezeten binnen de strakgespannen RO-kaders in dit land, zou ik het mijn kinderen zo graag gunnen dat ze de beschikbare ruimte in ons land de komende decennia optimaal mogen gaan benutten voor de grote uitdagingen waar ze voor komen te staan.

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl