ProRail’s zorg om trillende nieuwbouw krijgt niet altijd gehoor
Spoorinfra-baas waarschuwt voor meer overlast door bouwen langs spoor

ProRail maant gemeenten tot maatregelen tegen treintrillingen bij nieuwbouw, maar krijgt niet altijd gehoor. Volgens de spoorbeheerder wordt het probleem urgenter, door een toename in het aantal woningen langs het spoor. Ondertussen laat nationale regelgeving over trillingen al acht jaar op zich wachten.

Naar eigen zeggen heeft de spoorbeheerder de afgelopen drie jaar 'honderden brieven' naar gemeenten gestuurd, waarin werd gemaand tot het nemen van maatregelen bij nieuwbouw tegen trillingen tegen het treinverkeer. Volgens ProRail werd daar niet altijd even positief op gereageerd.

ProRail-topman Pier Eringa vindt dat gemeenten meer oog moeten hebben voor mogelijk toekomstige problemen. ‘Onze trillingsbrieven hebben wisselend resultaat. Sommige gemeenten nemen onze opmerkingen ter harte. Zo hebben we met Delft afspraken gemaakt over maatregelen voor woningen op de nieuwe spoortunnel. Op andere plekken liep het minder soepel. We hebben zelfs wel eens gedreigd met een rechtszaak.’

Meer woningen rond spoor

Nu wonen zo’n twee miljoen mensen in een straal van 300 meter rond een spoor. Bewoners van woningen waar geen maatregelen zijn genomen, klagen over geluidsoverlast en slechte nachtrust. Bij drukke goederenroutes hebben bewoners zelfs last van scheuren in muren, meldt de Volkskrant. De urgentie van maatregelen tegen trillen zal de komende jaren enkel toenemen. Door een grote vraag naar woningbouw zal meer langs sporen worden gebouwd. Bovendien zullen over deze sporen meer en zwaardere treinen rijden.  

Voorkomen is beter

ProRail pleit voor een preventieve aanpak. Volgens de spoorbeheerder zijn ingrepen die trillingen voorkomen relatief eenvoudig en goedkoop. Zo kan met ingrepen in de fundering worden voorkomen dat bewoners overlast ervaren.

Achteraf repareren is volgens ProRail een slecht alternatief. Aanpassingen zouden kostbaar zijn en hebben lang niet altijd effect. Het achteraf verminderen van trillingshinder is ‘een ingewikkelde aangelegenheid die met heel veel verschillende factoren te maken heeft, waaronder de staat van de bodem, type treinen, onderhoudskwestie op en rond het spoor, hoe ver woningen en kantoren van het spoor staan en welke fundering is gebruikt.’ Zo blijkt dat trillingen zich door bijvoorbeeld zandgronden anders verplaatsen dan door klei, terwijl deze bodemsoorten elkaar om de paar meter af kunnen wisselen. Ook grondwater speelt een rol.

Rijk buigt zich over probleem

Het  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zal in 2019 een nationale rekenmethode presenteren om trillingen door spoorverkeer te voorspellen. Hiermee moet meer inzicht ontstaan in de rol van bodemsoorten en grondwater. Met de rekenmethode antwoordt de RIVM op een oproep van de Tweede Kamer in 2010, waarbij om wettelijke normen voor trillingen werd gevraagd. Staatssecretaris Van Veldhoven verwacht dan ook dat de wet- en regelgeving er in 2019 zal zijn.

Ook interessant: 'Mobility as a service heeft de toekomst, maar niet vanzelf'
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl