Met natuurterreinen hebben natuurorganisaties potentieel een groot kapitaal in eigendom. Via talloze ecosysteemdiensten plukt de samenleving de vruchten.

Met hun natuurterreinen hebben natuurorganisaties potentieel een groot kapitaal in eigendom. Via talloze ecosysteemdiensten kan de samenleving de vruchten van dit natuurlijk kapitaal plukken. Maar hoe krijg je dat nou daadwerkelijk financieel aantrekkelijk?

Ondanks hun waardevolle karakter zijn de meeste baten als waterzuivering, koolstofopslag, beleving en biomassa gratis, zonder dat daar inkomsten tegenover staan. Onderzoek in de Weerribben-Wieden maakt duidelijk dat een gerichte aanpak nodig is om klinkende munt te slaan uit natuurterreinen.

Tot medio 2010 domineerde overheidsfinanciering de ontwikkeling en het beheer van natuurterreinen. Bezuinigingen hebben ertoe geleid dat natuurorganisaties op zoek moesten gaan naar andere financieringsbronnen. Niet alleen om geld te verdienen, maar ook voor het verwerven van een positie dichter bij de samenleving en bij de markt. Tegen deze achtergrond heeft Wageningen UR in opdracht van het PBL onderzoek verricht naar de verzilveringsmogelijkheden van het ‘natuurlijk kapitaal’ in de Weerribben-Wieden.

Ecosysteemdiensten verzilveren

Met meer dan 10.000 hectare is de Weerribben-Wieden het grootste aaneengesloten laagveenmoeras in Noordwest-Europa. Dit karakteristieke landschap in de Kop van Overijssel is grotendeels door turfwinning ontstaan. Rond 1920 raakte het bruikbare veen op. De winning werd onrendabel en de plaatselijke bevolking schakelde over op de rietteelt.

Het gebied herbergt een breed scala aan ecosysteemdiensten, variërend van riet en vis tot het vastleggen van koolstof en waterzuivering. Dankzij de pracht aan natuur- en landschapsschoon is het ook een geliefd gebied voor dag- en verblijfsrecreatie. Voor een viertal diensten – water, recreatie, biomassa en riet – zijn op basis van bestaande kennis en kunde de mogelijkheden tot verzilvering onderzocht.

Water

Voor de ecosysteemdienst water blijkt het lastig om geld te verdienen met de waterzuiverende functie die het gebied heeft. Weliswaar ontvangt drinkwaterbedrijf Dunea voor het beheer van duingebieden een bijdrage van circa 5,50 euro per waterklant per jaar, maar een vergelijkbaar verdienmodel lijkt voor de Weerribben-Wieden niet haalbaar.

Dunea is duinbeheerder en drinkwaterbedrijf ineen. Een dergelijke dubbelrol doet zich niet voor in de Kop van Overijssel, waar terreinbeheer en drinkwaterproductie in handen zijn van gescheiden organisaties. Bovendien komt het gewonnen water maar deels (40%) uit de Weerribben-Wieden zelf en wordt door waterschap Reest en Wieden en andere overheden met verschillende technische maatregelen de waterzuiverende functie van het gebied een handje geholpen. Dat maakt het lastig om te bepalen wat het aandeel van het natuurlijk kapitaal in dit regulerende proces is – laat staan om daar geld voor te vragen.

Recreatie

Recreatie en toerisme zijn al een belangrijke economische pijler voor de regio, maar lang niet alle mogelijkheden worden benut. Zo kan de vermarkting beter. Als bezoeker word je nu onvoldoende geïnformeerd over waar je bent en wat je ziet. En hoewel het gebied veel bezoekers trekt, met Giethoorn als magneet voor onder meer veel Chinezen, is de onderlinge sectoroverstijgende samenwerking onvoldoende.
Men speelt bijvoorbeeld nauwelijks met recreatie-arrangementen in op de specifieke behoefte van verschillende doelgroepen. Het vergroten van de koek door meer onderlinge samenwerking tussen (recreatie)ondernemers en beheerders biedt hiertoe kansen. Door medeverantwoordelijkheid te nemen voor het behoud van de omgeving kan de recreatiesector bovendien voorkomen dat de kip met de gouden eieren wordt geslacht.

'Hoewel de Weerribben-Wieden veel bezoekers trekt, is de onderlinge sectoroverstijgende samenwerking onvoldoende'

Om hier invulling aan te geven, is binnen verschillende pilots ervaring opgedaan met het concept van Bedrijven Investeringszones (BIZ'en) voor het buitengebied. Daarbij nemen bedrijven een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor hun directe omgeving. Ervaringen uit Nationaal Park De Biesbosch leren dat het daarbij belangrijk is te appelleren aan ambassadeurschap, trots en eigenaarschap.

BioBlocks

Door cyclisch beheer wil Staatsbosbeheer voorkomen dat open wateren in het gebied dichtgroeien met riet en oeverplanten. Rietvelden worden geplagd of afgegraven. Inmiddels zijn er experimenten gaande om van dit rietplagsel en van de kraggen (onderdelen van oeverplanten die eenmaal gedroogd als turf kunnen worden opgestookt) zogeheten BioBlocks te maken: duurzame bouwblokken die kunnen worden gebruikt voor bouwconstructies en aanverwante toepassingen.

Riet

Eerder onderzoek uit 2011 naar de levensvatbaarheid van de rietsector in de Weerribben-Wieden toont aan dat zonder ingrepen het toekomstperspectief voor de rietsector in het gebied weinig rooskleurig is. De sector is terughoudend in samenwerking, is verouderd en heeft weinig geïnvesteerd. Toch liggen ook hier kansen. Zo kan bijvoorbeeld de positie van binnenlands riet worden verbeterd door het opzetten van een keurmerk. Tegelijkertijd vraagt dit om innovaties in de rietsector zelf.

Weerstand

Idee achter de beschreven verdienmodellen is dat baathebbers hun verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren aan het behoud van het gebied. Maar de praktijk is weerbarstig. Uit een gebiedsanalyse bleek dat alleen al een voorzichtige suggestie in die richting op grote weerstand stuit. Vertegenwoordigers van de belangrijkste stakeholders toonden zich dan ook afwachtend in hun medewerking aan dit onderzoek.

Hun weerstand kent een aantal oorzaken. Allereerst leeft onder de betrokkenen sterk de opvatting dat door de jarenlange overheidsfinanciering de natuur en haar ecosysteemdiensten collectieve goederen zijn, waar iedereen gebruik van kan maken. Bovendien heerst nog altijd het beeld dat de natuurorganisaties veel overheidsgeld ontvangen en dat zij daarom de eerst aangewezenen zijn om te investeren in behoud van het gebied.

Verder lijkt onder veel betrokkenen een sense of urgency te ontbreken. Dat neemt overigens niet weg dat (recreatie)ondernemers zich terdege bewust zijn van het economische belang van de Weerribben-Wieden. Alleen spreken zij zich hier niet over uit, bang om daar letterlijk op afgerekend te worden. Verder is de Kop van Overijssel een streek waar bewoners van oudsher huiverig tegenover veranderingen staan. Veranderingen en vernieuwingen komen vooral van buiten.

Gebiedsprocessen

De uitdaging voor het gebied ligt in het creëren van een perspectief waarin de actoren vertrouwen hebben en die tot samenwerking uitnodigt om de verzilveringsmogelijkheden daadwerkelijk te benutten. Verzilvering heeft namelijk pas kans van slagen in een ondersteunend klimaat. Als blijkt dat betrokkenen, om wat voor reden dan ook, niet aan de slag willen met het concept natuurlijk kapitaal, dan gebeurt er niets.

Gebiedsprocessen verdienen daarom juist bij het verzilveren van natuur volop aandacht – zonder dit besef vervalt het praten over verdienmodellen in vrijblijvendheid. Dit betekent veelal vroegtijdig met elkaar om de tafel gaan en met elkaar verkennen hoe de toekomst eruit zal zien bij ongewijzigd en nieuw beleid.

In het geval van de Weerribben-Wieden zou ongewijzigd beleid onder meer betekenen dat er minder geld beschikbaar is voor onderhoud van recreatieve elementen en voor behoud van het cultuurhistorische karakter. Een en ander zal gepaard gaan met dalende opbrengsten. Kortom, een afnemende kwaliteit van het gebied heeft direct impact op de belangrijkste economische pijler.

Dr.ir. C.M. van der Heide (martijn.vanderheide@wur.nl) en Ir. M.H. Borgstein zijn senior onderzoekers bij LEI Wageningen UR; Ir. C.M.A. Hendriks is senior onderzoeker bij Alterra Wageningen UR.
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl