Oorlog in de boom

De lindebomen op het Lange Voorhout en langs de Hofvijver in Den Haag kregen recent hun jaarlijkse middel tegen bladluis. En wat is nou een betere bescherming dan de natuur zelf? Daarom bestrijdt de gemeente Den Haag de bladluis in deze bomen met hun natuurlijke vijand: lieveheersbeestjes.

Tekst door Jan Jens. Beeld door Jurriaan Brobbel. Dit artikel is een voorpublucatie uit Groen, het vakblad voor professionals in de groensector. Meer weten of abonnee worden? Klik dan hier.

Dat meldt Het Haagse Groen. In de lindebomen zitten veel bladluizen en de “luizenpoep” kan veel overlast veroorzaken. Bankjes, auto’s en fietsen komen “onder de plak” te zitten. Gelukkig is er een natuurvriendelijke oplossing: larven van lieveheersbeestjes. Die zijn namelijk gek op bladluizen. Recent werden daarom zakjes met de Exochomus-larven in de bomen gehangen.

Oorlog

De Haagse boomverzorger Rosko Webley vertelt graag meer over zijn werk. Hij is boomverzorger bij het Groencentrum, de voormalige Stadskwekerij van de gemeente Den Haag. Samen met tien andere collega’s is hij verantwoordelijk voor het onderhoud en de zorg voor bomen in Den Haag. ‘Ons werk bestaat vooral uit snoeien, het bestrijden van plagen of zieke bomen verzorgen, bijvoorbeeld 8.000 iepen die we jaarlijks injecteren.’

Waarom bladluis bestrijden met lieveheersbeestjes? ‘Dat heeft te maken met de relatie tussen de verschillende insecten die in de bomen leven’, legt de boomverzorger uit. Denk aan mieren, lieveheersbeestjes en bladluizen die, in een strijd om te overleven, elkaar in een natuurlijk balans houden. In lindebomen zit veel bladluis. Mieren zijn gek op de suikers die de bladluis uitscheidt, en daar zitten lindebladeren vol mee. De lieveheersbeestjes zijn op hun beurt weer gek op bladluizen. Mieren en lieveheersbeestjes zijn dus natuurlijke vijanden van elkaar. ‘Kortom, het is echt oorlog boven in zo’n boom’, vertelt hij lachend. ‘Mensen vinden lieveheersbeestjes schattig, maar het zijn moordenaars onder de insecten.’


Rosko Webley plaatst de zakjes met larven aan een linde. 

Telling

Elk voorjaar tellen Webley en zijn collega’s de insecten, in met name lindebomen waarin veel bladluizen leven. Op basis van die telling rekent een ecoloog uit hoeveel larven nodig zijn voor het verminderen van overlast. Deze larven worden op natuurlijke wijze gekweekt bij een speciaal bedrijf in Wageningen. De larven worden gekoeld bewaard en vervolgens met zakjes op circa 6 meter hoogte vastgemaakt in de boom. ‘Meestal doen we dat met een hoogwerker. Dat is efficiënter dan steeds omhoog te moeten klimmen, al is dat natuurlijk wel veel leuker’.

Na het plaatsen van de zakjes met larven moet de natuur haar werk doen. De larven vreten zich vol met luizen. ‘De timing is echter essentieel’, waarschuwt hij. ‘Er moet veel bladluis zitten zodat lieveheersbeestjes zich goed vol kunnen eten, want anders sterven ze van de honger. Daarom doen we in de herfst altijd nog een check of de natuur haar werk wel goed heeft gedaan.’ Een larf kan wel 50 tot 100 luizen per dag eten. In een zakje zitten 250 larven. Per zakje worden dus tussen de 10 en 20.000 luizen per dag opgepeuzeld. Webley en zijn collega’s hangen 65 zakjes op het Lange Voorhout, dus het aantal luizen vermindert echt met tienduizenden tegelijk. Het duurt twintig dagen voordat de larven ontpoppen tot een volwassen lieveheersbeestje. Ook deze volwassen dieren zijn dol op bladluis. ‘Een boom vol bladluis is als het ware een toprestaurant voor (de larven van) een lieveheersbeestje.’ 

De bestrijding van overlast van bladluizen wordt op verschillende locaties in Den Haag toegepast. Behalve op het Lange Voorhout, bijvoorbeeld ook op Plein 1813, in het centrum en in enkele woonwijken waar heel veel overlast is. Dit project is een proef waarin boomdeskundigen, ecologen en een gespecialiseerd bedrijf goed samenwerken. ‘Daarnaast is de methode kostbaar, gemiddeld 30 euro per boom, dus het kan niet zo maar overal toegepast worden’, aldus Webley.

Van windturbine naar boom

Webley komt oorspronkelijk uit Schotland. Webley: ‘Daar was ik “industrieel klimmer”. Ik klom onder andere in windturbines voor onderhoud en reparaties. Later ben ik naar Nederland gekomen. Ik wilde een ander pad volgen. En dat moest iets met natuur en bomen zijn. Ik ging Bos- en natuurbeheer met als specialisatie “European Treeworker” studeren.’ Na zijn studie trad hij in dienst bij het Groencentrum. Werken met bomen is zijn grote passie en hij vindt het heerlijk om buiten in de natuur te werken. Van hoogtevrees heeft hij geen last, al is een bepaalde dosis hoogtevrees heel gezond, vindt hij. ‘Dat zorgt ervoor dat je geen onverantwoorde risico’s neemt.’

Ook interessant: 'Groen in plaats van steen op Papendrechtse schoolpleinen'
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl