Foto: Wibautstraat Amsterdam (door Rink Hof)

Ontsluitingswegen met een lint van commercie: zinvol, maar niet altijd

In Amsterdam zijn 'stadsstraten' al lang een begrip. Het betreffen de ontsluitingswegen van de binnenstad waarlangs zich een lang lint van commerciële voorzieningen heeft gevestigd. Vergelijkbaar met de aanloopstraten van een kernwinkelgebied, alleen een maat groter. Bekende voorbeelden zijn de Utrechtsestraat, de Kinkerstraat en de Haarlemmerdijk. Inmiddels lijkt het begrip ook in andere steden te landen. Pieter van de Heijde buigt zich daarom over de vraag: hebben deze straten daadwerkelijk meerwaarde voor de stad?

Door Pieter van der Heijde, directeur Bureau Stedelijke Planning.

Enkele jaren geleden is het begrip ‘stadsstraten’ omarmd door de gemeente Amsterdam. Deze ziet een stadsstraat als een “Straat met een belangrijke verblijfs- en economisch-maatschappelijke functie op verschillende schaalniveaus met daarnaast een belangrijke verkeersfunctie”. De stadsstraat heeft hierbij ten minste de volgende karakteristieken: hij ligt altijd in intensief bebouwd gebied, heeft een verblijfs- én verkeersfunctie, ligt in verkeersnetwerken, bevat tal van voorzieningen, is relatief druk, is doorgaans een brede(re) en lange(re) straat, is een bekende(re) straat, bevat grote(re), hoge(re), representatieve(re) gebouwen en is een plek om aan te wonen, te werken en te ontspannen.

Inmiddels lijkt het begrip stadsstraten ook in andere steden te landen. Vanuit dit perspectief is het interessant om te analyseren of stadsstraten daadwerkelijk meerwaarde hebben voor de stad. Bijvoorbeeld om de bereikbaarheid te verbeteren, de stedenbouwkundige kwaliteit te vergroten, de stedelijke economie te versterken en om de leefbaarheid te bevorderen.

Vooral verbetering in bereikbaarheid en stedenbouwkundige uitstraling

Stadsstraten kunnen een belangrijke rol spelen om de bereikbaarheid in de stad te verbeteren. Lange duidelijke hoofdroutes door de stad maken het voor automobilisten en fietsers gemakkelijker om van A naar B te komen. Voor voetgangers zijn alleen stadsstraten die niet langer zijn dan circa 750 meter aantrekkelijk. De nieuwe generatie stadsstraten kan echter vele kilometers lang zijn. Voetgangers zullen slechts bepaalde delen hiervan betreden. Als gevolg hiervan is ook de ontmoetingsfunctie alleen in korte (onderdelen van) stadsstraten relevant.

Voor het verbeteren van de stedenbouwkundige uitstraling kunnen stadsstraten een belangrijke rol spelen. Met stadsstraten neemt de ‘leesbaarheid’ van de stad toe. Met een uniforme openbare ruimte en bijpassende bebouwing zal de uitstraling van deze lange lanen bovendien verbeteren. Een goed voorbeeld is de Wibautstraat. Dit was ooit een van onaantrekkelijkste straten van Amsterdam en heeft inmiddels een hoogwaardige uitstraling.

Minder belangrijk voor stedelijke economie en leefbaarheid

Vanuit economisch perspectief is het toevoegen van werklocaties langs stadsstraten positief, mits hier voldoende behoefte aan is. Dit is echter lang niet altijd het geval. Bedrijfsruimten laten zich lang niet altijd goed combineren met bovengelegen woningen. Hierdoor is zelfs in Amsterdam in nieuw gerealiseerde stadsstraten nogal eens sprake van leegstand. In andere steden, met minder behoefte aan bedrijfsruimten, is dit gevaar nog groter. Vanuit economisch perspectief heeft het bovendien de voorkeur om bedrijven zoveel mogelijk te clusteren. Hierdoor ontstaan agglomeratie-effecten, oftewel economische synergie.

Het langgerekte karakter van stadsstraten is daarom minder aantrekkelijk voor bedrijven dan een concentratie van bedrijven op bijvoorbeeld een bedrijventerrein. Ook voor consumentgerichte functies is het langgerekte karakter van de stadsstraat geen voordeel. Zo hebben lange winkelstraten het over het algemeen moeilijker dan geconcentreerde winkelgebieden. Zeker in deze tijd van een afnemende behoefte aan winkelpanden is dit relevant.

Samenvattend is de nieuwe generatie langgerekte stadsstraten vooral aantrekkelijk voor het verbeteren van de bereikbaarheid en voor de stedenbouwkundige uitstraling. Vanuit het perspectief van stedelijke economie en leefbaarheid zijn alleen korte stadsstraten, of onderdelen van stadsstraten aantrekkelijk. Dit betekent dat het programma van lange stadsstraten niet over de gehele lengte ingevuld dient te worden met economische functies. Het is geen enkel probleem als delen van deze lange assen bestaan uit uitsluitend woningen.

Stadsstraten en economische concentratiegebieden: een win-winsituatie

Het versterken van de stedelijke economie dient met name plaats te vinden binnen de economische concentratiegebieden. Belangrijk is om hier zoveel mogelijk te intensiveren. Op de werklocaties waar mogelijk door de combinatie van wonen en werken te bevorderen. De aard van de bedrijvigheid moet dit wel mogelijk maken. In de centrumgebieden door hier zoveel mogelijk consumentgerichte voorzieningen te concentreren. Dit zijn niet alleen winkels, maar ook horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Hierbij ontstaat een win-winsituatie als stadsstraten zoveel mogelijk economische concentratiegebieden ontsluiten. Het stedelijk gebied is opgebouwd uit woongebieden, werklocaties, centrumgebieden en openbare ruimte. De centra bestaan uit de binnenstad, stadsdeelcentra, wijkcentra en buurtcentra. Door met stadsstraten zoveel mogelijk werklocaties en centrumgebieden te verbinden krijgen deze, naast het verbeteren van de bereikbaarheid en stedenbouwkundige uitstraling, tevens een functie voor het bevorderen van de stedelijke economie en leefbaarheid.

Voor winkelgebieden bieden stadsstraten extra voordelen. In vergelijking met overdekte winkelcentra heeft de situering van commerciële voorzieningen in de plint van woonbebouwing namelijk het voordeel dat de bewoners kunnen profiteren van de levendigheid die hierdoor wordt gegenereerd. Met name de kruisingen van stadsstraten zijn geschikte locaties voor commerciële voorzieningen. Hierbij kan tevens sprake zijn van achtergelegen straten, waardoor daadwerkelijk een economisch concentratiegebied ontstaat, in plaats van te lange assen. Zoals eerder aangegeven bevordert dit de economische synergie.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Tot slot

Het inzetten van stadsstraten als stedenbouwkundig en planologisch concept is zinvol voor het bevorderen van de bereikbaarheid, de uitstraling en leesbaarheid van een stad. Maar voor het versterken van de stedelijke economie en de ontmoetingsfunctie hebben te lange stadsstraten geen toegevoegde waarde en gaat de voorkeur uit naar economische concentraties in de vorm van centrumgebieden en werklocaties. Stadsstraten kunnen wel een belangrijke functie vervullen als verbinding tussen deze concentratiegebieden. Daarnaast biedt de ontwikkeling van centra in de vorm van stadsstraten voordelen om de levendigheid van deze gebieden te vergroten.

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl