Foto: Fakton

Op de PROVADA organiseerde Fakton in samenwerking met PROVADA ‘Het G5 Debat.’ Het debat stond in het teken van de nieuwe coalitieakkoorden. In deze akkoorden staat de verduurzaming van bestaande voorraad centraal, waarbij de G5 heil ziet in financiering vanuit een revolverend fonds. Fakton licht de bevindingen toe.

Fakton vergeleek de vijf documenten op het gebied van impact, slagingskans, duurzaamheid en financiën. Dit zijn zijn voor hen de relevante onderwerpen om de veerkracht van een stad te kunnen meten. Tijdens het debat met de directeuren Stedelijke Ontwikkelingen van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven kwamen ze tot de volgende inzichten.

De coalitieakkoorden van de G5 besteden veel aandacht aan een veerkrachtige ontwikkeling van onze grootste steden, maar adviseert de gezamenlijke slagkracht verder te vergroten om de grote financiële opgaven het hoofd te kunnen bieden. De toezegging voor de oprichting van een fonds voor stedelijke transformatie (met initiële funding van 38 miljoen euro) van minister Ollongren is een goed begin maar niet toereikend om de grootschalige problematiek mee op te lossen.

Op dit moment komen de gemeenten met concrete maatregelen om de toenemende druk op de stad aan te kunnen op het gebied van duurzaamheid, betaalbaarheid, productie en mobiliteit. Fakton ziet vanuit haar dagelijkse praktijk dat de opgave enorm is en dat de G5 fundamenteel moet worden geholpen door hogere overheden én marktpartijen.

Opvallend is dat in vrijwel elk coalitieakkoord het thema Bouwen en Wonen veruit de meeste aandacht krijgt, maar niet als eerste onderwerp is benoemd. Thema’s als duurzaamheid en betaalbaarheid lijken voorrang te krijgen op de evidente bouwopgave.

Verduurzaming bestaande voorraad

De gehele G5 stelt hoge ambities wat betreft duurzaamheid en de energietransitie. Opvallend is dat de verduurzaming van de bestaande voorraad een voorname plek inneemt in de aanpak van de energietransitie. De G5 benoemt veel concrete maatregelen die moeten leiden tot een versnelde energietransitie. De haalbaarheid en betaalbaarheid van verduurzaming is echter een zorgpunt. De gehele G5 ziet perspectief in het middel van (revolverende) fondsvorming voor de bekostiging van de energietransitie.

Betaalbaarheid en sociale woningbouw

In de gehele G5 ligt de focus op het behoud en de borging van woonruimte voor de lage en middeninkomens in de stad. Er bestaan verschillen in aanpak tussen de gemeenten. Zo gaat iedere gemeente op haar eigen manier om met het al dan niet voorschrijven van een verplicht percentage sociale woningbouw in nieuwbouwprojecten.

Het aandeel sociale woningen wordt soms op projectniveau bepaald. De meeste gemeenten sturen op wijk- of gebiedsniveau. Het is ook interessant om te constateren dat er een rem komt op de sloop en onttrekking van sociale woningbouw aan de bestaande voorraad. Gemeenten voeren zelfs actief beleid op het tegengaan van liberalisering van voormalige sociale woningen naar het dure segment.

Bouwen en wonen

De G5 ervaart dat versnelling en verhoging van het tempo een belangrijke zaak is in de bouwopgave. Van de landelijke bouwopgave landt 30% in de G5-gemeenten. Kijkend naar huishoudensgroei komt zelfs 60% van de landelijke opgave terecht in de G5 regio’s. De urgentie van de woningbouwopgave blijkt uit elk van de akkoorden. Als antwoord op de vraag of de programmering in de binnensteden nog aansluit op de woonwensen van bewoners, kijkt de G5 nadrukkelijk naar afstemming binnen de regio.

De waarheid is dat sommige binnensteden niet meer het grondgebonden woonmilieu kunnen bieden, waar veel vraag naar is door jonge huishoudens. Tegelijkertijd beaamt de G5 dat de jongeren en ouderen die naar de stad trekken steeds meer vraag uitoefenen naar een hoogstedelijke woningprogrammering met dito voorzieningen. Er is dus weldegelijk een shift aan de gang in de verhouding van vraag naar grondgebonden woningen en hoogstedelijke appartementen in de stad.

Mobiliteitsvraagstukken en gebiedsontwikkelingen

Mobiliteitsvraagstukken in de G5 zijn soms lokaal, maar veel vaker regionaal of zelfs landelijk van aard en daarom ook regionaal of landelijk op te lossen. Het Rijk wordt als belangrijkste partner gezien in het oppakken van problematiek rond bijvoorbeeld infra, maar de G5 doet ook een nadrukkelijke oproep naar marktpartijen hun kennis en kunde in te zetten voor het tackelen van mobiliteitsvraagstukken binnen gebiedsontwikkelingen. 

Auteurs: Erik Faber, Aeisso Boelman, Victor Kuipers (allen werkzaam bij Fakton)
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl