Elk jaar kijk ik er naar uit: het NEPROM-congres ('Dag van de Projectontwikkeling'). En het valt nooit tegen. Zo leerde ik afgelopen donderdag dat we niet in 2050, maar al in 2030 één miljoen nieuwe huizen nodig hebben. De grote gamechanger: het Groninger gasbesluit. En drijvend wonen komt terug. Omdat het moet.

Het kunnen ook best méér dan een miljoen worden, vertrouwde ABF-directeur Berry Blijie mij toe na de deelsessie over het Investeringsplan voor Duurzame Verstedelijking. Hij stelt namelijk dat 25% vervangende nieuwbouw waar ABF Research in haar berekeningen van uitgaat (waar het plan deels op leunt), waarschijnlijk niet afdoende is om de verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving volledig te kunnen vervullen.

Veel oude woningen voldoen namelijk niet aan de nieuwe eisen op het gebied van energie en de kosten van verduurzaming wegen niet op tegen de baten, zo valt te lezen in de publicatie ‘Thuis in de toekomst: routekaart voor duurzame verstedelijking’ die op de Dag van de Projectontwikkeling werd verspreid.

Op het NEPROM-congres kwam ik verder tot de volgende inzichten:

  1. Dat de bouwopgave groot is, maar té groot is als we de (eventuele) vervangingsopgave meerekenen als gevolg van het gasbesluit. Zoek dus naar nieuwe duurzame warmtebronnen, waardoor massale sloop-nieuwbouw niet nodig is;
  2. Bestuurlijke versnippering een crime is voor het lenigen van de regionale woningnood. Samenwerking belijden met de mond is niet voldoende. De provincie mag haar mandaat steviger inzetten om productieafspraken af te dwingen, als gemeenten het zelf niet doen;
  3. Het mechanisme waarmee complexe stedelijke ontwikkeling werd gefinancierd vanuit de opbrengst van nieuwe stedelijke uitleg voorgoed voorbij lijkt. Bouwen in de wei is complexer dan ooit door allemaal nieuwe groenblauwe maatregelen die moeten worden genomen om de vicieuze cirkel van uitdroging en bodemdaling te doorbreken. Sterker: het is aannemelijk dat binnenstedelijk bouwen uiteindelijke lucratiever is en onrendabele toppen elders kan dichten, mits er iets wordt gedaan aan de hoge grondquotes bij hoogbouw;
  4. Ontspannen woonmilieus in een ruime stedenbouwkundige setting nodig blijven om ook in de toekomst in de (kwalitatieve) woonbehoefte te kunnen voorzien. Gezien de veenweideproblematiek in het westen van het land is het heel goed mogelijk (en misschien wel noodzakelijk) dat deze woonmilieus deels 'op water' gerealiseerd gaan worden;
  5. Een goede OV-koppeling onontbeerlijk is voor de nieuwe flexmens (aldus Jan Latten, zie ook: Woonseminar ROm/Stadszaken: werk samen, experimenteer!)
  6. De Nederlandse staat een grote verantwoordelijkheid draagt rondom nieuwe (OV-)infra die nodig is om verder intensivering van het ruimtegebruik mogelijk te maken en eventuele nieuwe woonmilieus aan de randen van de steden goed met de bestaande stad te verbinden;
  7. Het aanbesteden van gebiedsontwikkeling iets totaal anders is dan inkoop, maar overheid en markt samen op zoek moeten naar win-wins. Een gedetailleerde opdrachtomschrijving waar na een tender niet meer van mag worden afgeweken, staat dit in de weg. Nieuwe vormen van aanbesteden, waarbij selectie plaatsvindt op basis van een visie en een plan van aanpak, kunnen aan de basis liggen van een beter eindresultaat met méér waarde voor opdrachtgever en samenleving.
Lees ook:
Wat u moet weten over de Investeringsstrategie Duurzame verstedelijking
Burgers boos, bouwers boos, met de energietransitie gaat het uitstekend
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl