Integrale visie nodig, op basis van 2000 jaar ervaring

Bodemdaling is in de lagere delen van Nederland al eeuwen aan de gang. Met het wegpompen van water kon de ergste overlast lang worden bestreden, al zakte de bodem daardoor nog dieper. Maar de groeiende druk op historische binnensteden en het karakteristieke veenweidelandschap vraagt om een andere, meer integrale aanpak van het probleem.

Kleine en grote gemeenten in het westen van Nederland staan voor een kolossale uitdaging. Hoe kunnen ze de daling van hun slappe veenbodem afremmen en hun monumentale binnensteden en veenweidegebieden veiligstellen? Tot nu toe werd de oplossing vooral gezocht in een verlaging van het waterpeil, zodat overlast voor stadsbewoners en boeren wordt voorkomen. Maar dat vergroot de kans op paalrot bij woningen die gefundeerd zijn op houten palen van slechte kwaliteit. Er gaat door de ontwatering van het landelijk gebied voor landbouw en nieuwbouwprojecten ook steeds meer veen verloren waardoor het land nog dieper wegzakt. Op lokaal en regionaal niveau zoeken betrokken partijen daarom naar alternatieve oplossingen die toekomstbestendiger zijn.

Dure technieken

Het Planbureau voor de Leefomgeving was twee jaar geleden in zijn rapport Dalende bodems, stijgende kosten vrij pessimistisch over de aanpak van bodemdaling. In de veenweidegebieden kan met onderwaterdrainage en het vernatten van gebieden het wegzakken nog enigszins worden afgeremd. Maar in de steden is volgens het PBL de opgave veel complexer en de speelruimte gering. Robert van Cleef van Kennisprogramma Klimaat, Water en Bodemdaling (een initiatief van STOWA, Rijkswaterstaat, Deltares, Provincie Zuid-Holland en Platform Slappe Bodem) onderschrijft de complexiteit, maar is minder somber. 'Technisch zijn er wel degelijk mogelijkheden om de overlast onder- en bovengronds te beperken, zeker als je de experimenten in steden opschaalt. Zo kun je bijvoorbeeld panden opvijzelen en wegen ophogen. Maar dit soort maatregelen zijn wel duur, vooral op de korte termijn. Voor de meeste gemeenten is dat een groot probleem.’

Vooral in steden is de opgave complexer en de speelruimte gering

Historische kennis benutten

Met de groeiende druk op oude binnensteden en veenweidegebieden moet er volgens Van Cleef de komende jaren meer gebeuren dan het nemen van ad-hocmaatregelen. Hij pleit voor een integraal en kaderstellend plan dat wordt gedragen door zoveel mogelijk betrokkenen. Ellen Vreenegoor, programmaleider Water en Erfgoed van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, sluit zich daarbij aan. ‘We kunnen onze kop niet meer in de grond steken en fundamentele vragen over onze ruimtelijke inrichting blijven ontwijken. Door onze ligging in een delta hebben we ook al meer dan tweeduizend jaar ervaring in het omgaan met water. Met de kennis van historische vestigingspatronen en oude watersystemen moet het mogelijk zijn om een duurzame visie op de aanpak van bodemdaling te formuleren die verdergaat dan het veiligstellen van lokale monumenten of het behoud van de intensieve veehouderij in het veenweidegebied.’

In het aprilnummer van ROm gaan we dieper in op de plannen van enkele gemeenten voor de aanpak van bodemdaling in hun stad en omgeving.

Erfgoed en Ruimte

Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? In het programma Visie Erfgoed en Ruimte (VER) zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ordening vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van. Ontdek ook op www.erfgoedenruimte.nl hoe cultureel erfgoed de basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaven.

Dit artikel verscheen eerder in ROm 3, maart 2018

 

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl