Column Pieter Hendrikse

Een hoge skyline maakt indruk, of dat nu in Rotterdam is of in Hong Kong of New York. Maar de komst van hoogbouw maakt ook veel discussie los. Het hoogbouwdebat kent nog geen duidelijke eindconclusie: is bouwen in de lucht de oplossing voor bevolkingsgroei en de druk op de woningmarkt of komen de identiteit en leefbaarheid onder druk te staan door het toevoegen van woontorens?

Vorige maand deden Friso de Zeeuw en onderzoeker Geurt Keers een duit in het zakje met hun essay “De onderste steen boven”, dat ze schreven in opdracht van vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers NVB. Beleidsmakers zetten te veel in op het bouwen van kleine appartementen in stedelijk gebied, stellen zij, terwijl 70 procent van de Nederlanders wil wonen in een huis met een tuin en een voordeur op de begane grond.

Met een divers aanbod van courante, praktische en betaalbare woningen vormt hoogbouw dan de broodnodige flexibele schil die nodig is op de huidige woningmarkt

Ik pleit voor meer nuance in dit debat. Het aloude adagium van huisje-boompje-beestje is al lang niet meer zaligmakend. Wooncarrières en gezinssamenstellingen worden diverser. Eenpersoonshuishoudens vormen een steeds belangrijkere doelgroep en de nieuwe generatie woningzoekers heeft misschien helemaal niet de behoefte aan een tuin, maar wel aan woonconcepten die de flexibiliteit bieden die zij nodig heeft. Met een divers aanbod van courante, praktische en betaalbare woningen vormt hoogbouw dan de broodnodige flexibele schil die nodig is op de huidige woningmarkt.

Nieuw elan

Steeds meer inwoners van ons land wonen al hoog boven de grond. Volgens het AD zijn er nu 26 woontorens hoger dan 100 meter in Nederland, en daar komen er tot 2025 nog minstens net zo veel bij. Met de komst van de Rotterdamse Zalmhaven zullen tegen die tijd ook de eerste Nederlanders hun verhuisdozen kunnen uitpakken boven de 200 meter. Maar hoogbouw kan niet overal. Steden moeten zich afvragen of hoogbouw goed kan worden ingepast in het stadsbeeld. Voor steden die al hoogbouw hebben in de vorm van woon- of kantoortorens is dat misschien vanzelfsprekender dan voor steden die nog minder de hoogte in zijn gegroeid. Voor die laatste categorie geldt dat hoogbouw juist kan passen bij de ontwikkeling van de stad. Kijk naar Eindhoven, waar met de sterke groei van de kenniseconomie nieuw elan is ontstaan. Een skyline vol hoogbouwambities past daarbij.

Hoogbouw kan de levendigheid in een stad versterken, maar dat gaat niet vanzelf

Hoogbouw kan de levendigheid in een stad versterken, maar dat gaat niet vanzelf. Er liggen kansen op plekken waar met de inrichting van de ‘plinten’ kan worden ingespeeld op de vraag. Denk aan stadscentra of andere locaties waar met retail of andere bedrijvigheid invulling kan worden gegeven aan het aanzicht op straatniveau van de hoogbouw.

Uitzicht

Zelf woonde ik ooit in een woontoren aan de Maas in Rotterdam. In deze betonnen kolos uit de jaren tachtig had ik het voorrecht om op de 22e verdieping te wonen. Vanaf de bank in mijn woonkamer zag ik echter niet wat ik had verwacht. De borstweringen waren zodanig hoog dat van uitzicht weinig sprake was. Sindsdien is er veel veranderd en de hoogbouw van nu is niet meer hetzelfde als tien, twintig of dertig jaar geleden. Door moderne bouwtechnieken en architectuur is het uitzicht over de stad in moderne woontorens sterk verbeterd. Belangrijker is dat het uitzicht vanuit de stad op de hoogbouwobjecten ook sterk is verbeterd. Kijk naar de groene uitstraling en de fascinerende aanblik van Valley aan de Amsterdamse Zuidas, of Wonderwoods in het hart van Utrecht. De waarde van hoogbouw voor de woningmarkt en het aanzicht van onze steden mag meer gewaardeerd worden.

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl