De armoede in Nederland is afgelopen jaren sterk gegroeid. Opvallend is dat de helft van de langdurig armen uit werkenden bestaat.

Het aantal armen in Nederland is afgelopen jaren sterk gegroeid. Opvallend is dat de helft van de langdurig armen uit werkenden bestaat. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Een lang tekort’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat afgelopen dinsdag verscheen.

In 2007 waren er nog 850.000 personen met een inkomen beneden de armoedegrens, in 2013 was dit aantal gestegen tot 1,25 miljoen. Als belangrijkste verklaring voor de sterke toename wordt de crisis genoemd. Het SCP zegt niet te verwachten dat het aantal armen na afloop van de recessie substantieel zal teruglopen, waarbij ze zich baseert op historische ontwikkelingen.

‘Snel ingrijpen cruciaal’

Van de 1,25 miljoen armen verkeert de meerderheid in een langdurige-armoedesituatie. Van de nieuwe groep armen blijkt 60% na een jaar de armoedesituatie te hebben verlaten, maar volgens het SCP wordt een groot gedeelte van deze groep na een jaar weer arm. Volgens het SCP is ‘snel ingrijpen’ bij het optreden van een armoedesituatie cruciaal, omdat na het tweede armoedejaar minder dan 20% de armoedesituatie weer uitstroomt, terwijl dit na het eerste armoedejaar nog 60% is. Ongeveer de helft van de langdurig armen bestaat uit werkenden en hun aandeel is sinds 2005 flink gegroeid, van ruim 40% naar ruim 50%. Ouderen en niet-westerse migranten met minderjarige kinderen hebben een bovengemiddelde kans op langdurige armoede.

Werk geen panacee

Hoewel betaalde arbeid gewoonlijk wordt beschouwd als de beste manier om uit de armoede te komen, laat het onderzoek zien dat werk zeker geen garantie biedt. Niet alleen bestaat ongeveer de helft van de groep langdurig armen uit werkenden, maar ook onder werkenden is het aandeel langdurig armen gegroeid. In het peiljaar 2005 was 40% à 45% van de arme werkenden ten minste drie jaar achtereen arm, in 2011 was dit toegenomen tot 50% à 55%.

Een van de groepen die naar verhouding vaak te maken heeft met langdurige armoede zijn pensioenontvangers. De kans dat pensioenontvangers arm worden is klein; maar áls ze eenmaal arm zijn, hebben zij nauwelijks mogelijkheden om hun inkomenspositie te verbeteren. Voor bijna 60% van de arme pensioenontvangers is sprake van langdurige armoede.

Meest kwetsbaar: niet-westerse migrant zonder kinderen

Niet-westerse migranten zijn een bekende risicogroep voor armoede. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat ze ook vaak langdurig arm zijn: twee derde van de arme niet-westerse migranten zit minstens drie jaar in die situatie. Degenen met minderjarige kinderen hebben nog een extra verhoogd risico op langdurige armoede, zowel vergeleken met autochtonen of westerse migranten met kinderen als vergeleken met niet-westerse migranten zonder minderjarige kinderen. Eerder onderzoek suggereert dat verbetering van hun kans op een vaste baan hier een positief effect kan hebben. In economisch slechte tijden vermindert de kans op een vaste baan het risico op baanverlies en bovendien versterkt een vaste baan de binding met de arbeidsmarkt van met name migrantenvrouwen.

Bron: www.scp.nl

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl