Overal in Nederland voerden gemeenten klimaatstresstesten uit. Heel goed, maar de urgentie om de ruimtelijk adaptieve aanpak direct al een plek te geven in plannen, met name bestemmingsplannen, wordt steeds hoger. Hoe kun je thema's als hittestress, wateroverlast door hevigere buien, droogte en ook overstromingsrisico borgen in je bestemmingsplan?

Door Eline Claessens, Adviseur Omgevingsrecht en Martijn Steenstra, Adviseur water en ruimte. Beiden zijn werkzaam bij Sweco. Dit artikel is eerder als blog geplaatst.

De deltabeslissing ruimtelijke adaptatie bepaalt dat gemeenten niet alleen ambities moeten stellen, maar deze ook beleidsmatig én juridisch moeten borgen. Deze waardevolle toevoeging zorgt ervoor dat de ambities niet alleen op papier blijven bestaan, maar in de fysieke omgeving tot uiting komen.

En het belang van borgen is helder: Prognoses laten zien dat er tot 2030 tot wel een miljoen nieuwbouwwoningen nodig zijn. Dit zijn huizen die er in 2050 nog staan: veel van wat we nu doen en vastleggen bepaalt hoe we er dan voor zullen staan. Met kleine aanpassingen in de bestemmingsplannen voor deze nieuwe locaties kunnen we rekening houden met het veranderende klimaat.

Instrumenten

Ruimtelijke adaptatie kan globaal met twee verschillende instrumenten worden vastgelegd: door beleidsmatige borging en juridische verankering. Beleidsmatige borging is alleen bindend voor het bestuursorgaan dat het beleid vaststelt terwijl juridische verankering ook doorwerkt naar en bindend is voor derden.

In een Structuurvisie/Omgevingsvisie vindt beleidsmatige borging plaats. Een bestemmingsplan/omgevingsplan is het instrument voor de juridische doorwerking van deze ambitie voor de planperiode in een specifiek gebied.

Voorbeelden van borging van Ruimtelijke adaptatie in bestemmingsplannen

Ruimtelijke adaptatie is bij uitstek een onderwerp dat je onder de Omgevingswet in omgevingsplannen zou kunnen borgen. De centrale doelstelling van de wet is immers om, met het oog op duurzame ontwikkeling, te zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

We hoeven echter niet te wachten op de Omgevingswet: ook nu kunnen we al veel regelen in bestemmingsplannen. Het huidige wettelijk kader, de Wet ruimtelijke ordening, biedt al de mogelijkheid om klimaatadaptatie te borgen in de regels van een bestemmingsplan. In onderstaande tabel worden voorbeelden gegeven hoe je dit kan doen.

Doel of middel?

Bij het vastleggen van de ambities speelt een interessante discussie. Leg je hierbij het doel of het middel vast? In het eerste voorbeeld, het vasthouden van water, is er sprake van een doelvoorschrift. Het ligt niet vooraf vast op welke manier je dit doel moet bereiken. In het tweede voorbeeld is er sprake van een middel: door de drempel te verhogen haal je het doel om wateroverlast te voorkomen.

Het vastleggen van het middel biedt weinig tot geen flexibiliteit. Indien je met andere maatregelen hetzelfde doel kunt halen, maakt het bestemmingsplan deze immers niet mogelijk. Wel biedt de regeling een concreet toetsingskader dat makkelijk(er) te handhaven is. Bij een doelvoorschrift daarentegen is de toets breder en kan handhaving mogelijk worden bemoeilijkt. Een doelvoorschrift biedt als voordeel dat het flexibeler is waardoor je ook nieuwe (technische) maatregelen kan toepassen (mits niet onmogelijk gemaakt in het bestemmingsplan).

Toetsmoment?

Tevens speelt het toetsmoment een belangrijke rol bij de keuze voor een bepaalde regeling. Betreft het een eenmalige toets bij de vergunningverlening of betreft het een blijvend voorschrift waar op gehandhaafd moet kunnen worden? In dat laatste geval ligt een gebruiksregel voor de hand, terwijl anders een bouwregel kan volstaan.

Ambitieniveau aansluitend bij visie

Bij de voorbeelden kan onderscheid worden gemaakt in de volgende drie ambitieniveaus:

  • Ambitieniveau 1: Ruimtelijke adaptatie niet onmogelijk maken
  • Ambitieniveau 2: Ruimtelijke adaptatie stimuleren
  • Ambitieniveau 3: Ruimtelijke adaptatie verplichten

Het voorbeeld van het dakoverstek buiten het bouwvlak is een regel op het eerste ambitieniveau: een groter dakoverstek is mogelijk binnen de bouwregels. De andere regels zijn voorbeelden op ambitieniveau 2 en 3. Afhankelijk van de gemeentelijke ambitie, zoals neergelegd in de Structuurvisie/Omgevingsvisie, en het type regel, kan een gemeente voor één van de ambitieniveaus, of een combinatie daarvan, kiezen.

Ook interessant: 'Zo doe je klimaatadaptatie: lessen uit Westergouwe'

 

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl