Foto: Arjen Dekking

Onderzoeker Arjan Dekking inventariseerde het aantal initiatieven op het gebied van stadslandbouw in Almere. Zelf is hij al zo’n 20 jaar nauw betrokken bij onder meer Stadsboerderij Almere, Almeerse Weelde en is mede-initiatiefnemer van het actieprogramma ‘Lokaal Voedsel Flevoland’. ‘Door het veelzijdige karakter van deze projecten raken allerlei soorten mensen aan deze beweging verbonden.’

Dit artikel verscheen eerder in vakblad Groen. Gratis een digitaal exemplaar ontvangen? Dat kan hier.

Arjan Dekking doet onderzoek naar stadslandbouw in Almere voor de Wageningen Universiteit en Research. Zelf woont hij al sinds 1995 in de polderstad en werd actief bij de eerste Stadsboerderij. Dekking noemt zichzelf dan ook ‘actie-onderzoeker plattelandsinnovatie’. Hij bestudeert stadslandbouw, multifunctionele en biologische landbouw en agrarisch natuurbeheer in Flevoland, en in het bijzonder Almere. Arjan Dekking: ‘Ik betrok de Stadsboerderij ook bij projecten van de Wageningen Universiteit. Het overzicht dat ik nu gemaakt heb, kun je in mijn optiek alleen maar maken als je ook verweven bent met het stadslandbouwnetwerk dat er in zo’n stad is.’

Arjen DekkingVanaf 2005 groeit de stadslandbouw explosief in Almere, een groei die zich ook voordoet in steden als Amsterdam, Rotterdam en zelfs New York, schetst Dekking. Hij definieert vier sleutels tot succes voor de stadslandbouw in Almere. ‘Almere is ontworpen als een groene stad, waardoor er al veel groen in de stad aanwezig was, wat ook die functie zou moeten blijven behouden. Daarnaast vind je overal in de stad burgers en groepen ondernemers die met die ruimte aan de slag willen. Bestuurlijk, vanuit het stadhuis en provinciehuis, wordt stadslandbouw ook steeds beter gefaciliteerd. De vierde factor is de aanwezigheid van een aantal ondersteunende netwerken.’

De stadslandbouw beslaat een breed scala aan bedrijven, schetst Arjan Dekking. ‘Allerlei vormen van stadslandbouw zijn behoorlijk ontwikkeld, waarbij de sociaal getinte de boventoon voeren. Denk aan initiatieven op het gebied van schooltuinen, buurtmoestuinen of voedselbossen, die door bewoners zelf in de wijk geïnitieerd zijn. Soms groeien initiatieven ook door van sociaal naar commercieel. Zo groeide een sociale moestuin uit tot een voedselcollectief dat ook producten verkoopt. Daarnaast heeft Almere ook een glastuinbouwgebied. Die sector ondervindt de afgelopen jaren veel concurrentie vanuit Afrika, waardoor kleinschalige ondernemingen onder druk kwamen te staan. Daarnaast ontstonden er ook bedrijven die voedselproductie combineren met zorg of evenement. Zo is er een kersenboomgaard in een kas gestart, die de kersenteelt combineert met kleine evenementen en lokale verkoop.’

Zijn er naast de vier lokale succesfactoren ook nog andere verklaringen voor de snelle groei van de stadslandbouw?
‘Er zijn ook maatschappelijke trends die je wereldwijd ziet, die de snelle groei stimuleren. Dingen die in het reguliere voedselsysteem ontsporen, waardoor voeding heel erg in de belangstelling staat.’

Ook iemand als Gunter Pauli, oprichter van Ecover en duurzaamheidseconoom, mocht in Almere zijn ideeën over duurzaamheid en vergroening presenteren. Heeft dat veel invloed?
‘Dat moet je niet onderschatten. Hij was afgelopen zomer op bezoek en heeft veel mensen aan het denken gezet, ook bij de gemeente. Hij betoogde dat het ‘eetbare groen’ in Almere nog veel meer benut kan worden. Voor de Flevocampus betekende dat dit onderwerp in de onderzoeksagenda opgenomen werd en dat onderzoekers ingeschakeld werden om onderzoek te gaan doen naar het perspectief van de ‘eetbare stad’, naast de duurzame stad en de circulaire economie. Een pleidooi voor vijfduizend grazers in de stad is niet helemaal reëel maar stimuleert wel de discussie. Dat helpt wel om de dingen te versnellen.’

Stad en land bij elkaarAlmere streeft naar 10 procent eigen voedselproductie.
‘Dat staat in de gebiedsvisie Oosterwold (het grote groene stadsdeel dat zich op basis van zelfbeheer ontwikkelt, tussen Almere en Zeewolde, red.) en de Flevocampus heeft het zelfs over 20 procent. Zelf heb ik in 2015 berekend dat de toenmalige 125 landbouwinitiatieven zo’n 1,5 procent zouden kunnen produceren in de eigen voedselvoorziening van Almere. Dat betekent in mijn ogen dat de huidige initiatieven wel een bijdrage leveren, maar dat hiermee niet de ambitie gehaald wordt.’

‘Het helpt wel om met elkaar dat soort ambities te delen. Het helpt ook om vandaaruit na te denken wat er nodig is om dat soort doelen te halen. Als de bestaande initiatieven maar beperkt bijdragen aan die ambities, is de vraag: hoe halen we die ambities dan wel? Het betekent ook dat een deel van de productie van buiten de stad moet komen.’

‘De toekomst van de stadslandbouw ligt in belangrijke mate in Oosterwold, een gebied met zo’n 4300 hectare, dat voor de helft van de oppervlakte een landbouwfunctie blijft behouden. De Stadsboerderij heeft hier bijvoorbeeld 40 hectare verworven, voor voedselproductie op basis van zevenjarige vruchtwisseling, met onder meer kool, peen en rode biet.’

Stadslandbouw in AlmereWat zijn voor u verdere bevindingen in uw onderzoek?
‘De stadslandbouw groeit en de nadruk ligt nog steeds op sociale initiatieven. Tegelijk groeit het aantal commerciële initiatieven. De groei van de stadslandbouw houdt stand. Het is niet zomaar een eendagsvlieg, maar een sector die de stad raakt. Het laat ook zien wat er nog aan werk te doen is om dit soort doelstellingen ook te halen. Almere is heel erg gericht op de Randstad, maar wat betreft de productie kun je ook kijken naar Flevoland als het landbouwgebied om de hoek. Op dit moment produceert de landbouw in de polder nog grotendeels voor de wereldmarkt, maar dat kan ook deels op de lokale markt worden gericht.’

‘Op mijn website www.lokaalvoedselflevoland.nl staat een groot aantal bedrijven dat ook voor de lokale markt produceert. Met een aantal van die bedrijven hebben we Vereniging FlevoFood opgezet om meer van die productie bij de lokale consument terecht te laten komen. Inmiddels zijn zo’n 25 bedrijven en netwerkpartners – provincie, gemeenten, onderwijsinstellingen – hiervan lid.’

Is ook duidelijk wat de stadslandbouw economisch gezien oplevert?
‘Wat de impact is van alle initiatieven is interessant om verder te onderzoeken. Dan maak je het echt tastbaar en meetbaar. Hoeveel mensen zijn erbij betrokken? Hoeveel omzet en waarde genereert de stadslandbouw? Wat is de totale oppervlakte die nu beheerd wordt? Als dat weet kun je het ook gaan monitoren en er beleid op maken.’

De oogst!Wat valt er bij nieuwe ontwikkelingen in Almere nog meer op?
‘Ook in de bestaande stad is nog ruimte voor nieuwe initiatieven. Een trend is bijvoorbeeld dat steeds meer scholen een schooltuin aanleggen. Inmiddels zijn dat er zo’n 25. Verder zie je in Almere een breed palet aan initiatieven, waarbij de sociale initiatieven minstens zo belangrijk zijn als de commerciële. Door het sociale karakter van veel projecten raken allerlei mensen aan deze beweging verbonden. Stadslandbouw is een veelkoppig monster omdat het aan verschrikkelijk veel domeinen raakt, zoals sociale samenhang en onderwijs. Tegelijk is het ook van belang voor de economie, vanwege omzet en werkgelegenheid.’

‘Almere is niet de enige stad die begraasd wordt door koeien en schaapskuddes. Van de veertig plaatsen die begraasd worden, noem ik er in mijn overzicht maar vijf die onder de noemer stadslandbouw vallen, omdat ze naast groenbeheer ook een functie hebben vanwege de vleesproductie.’

Hoe verhoudt de stadslandbouw zich tot andere gemeentelijke beleidsdoelen als het streven naar een afvalloze stad?
´Beide ambities – 10 procent eigen voedselproductie en streven naar een afvalloze stad – heeft ook gevolgen voor de afvalstromen in de stad. Bijvoorbeeld: hoe kun je het fosfaat dat via de wc’s in het riool verdwijnt, meer circulair maken? Op dat terrein ontwikkelen zich nu allerlei initiatieven. Zo is er een start-up die de compost en het groenafval uit tuinen probeert op te schalen.’

Is het denkbaar dat Almere gezien alle ontwikkelingen in de stadslandbouw met de Floriade (de wereldtuinbouwtentoonstelling in 2022) een imago krijgt als stadslandbouwhoofdstad?
‘Dat zou zo maar kunnen. Onderzoeksinstituut Flevocampus krijgt een plek op het Floriade-terrein en ook de Aeres Hogeschool krijgt daar een locatie. Binnen het thema van de Floriade – ‘Growing Green Cities’ – speelt voeding een belangrijke rol. Dat alles zal zeker kleur gaan geven aan het imago van Almere.’

Stadsboerderij Almere: veelzijdig biologisch-dynamisch in de stad
Typerend voor de groei van de stadslandbouw in Almere is de ontwikkeling van Stadsboerderij Almere. Het bedrijf groeide van zo'n 50 hectare tot 500 hectare aan graasgebieden en 150 hectare aan akkers.
De Stadsboerderij is een biologisch-dynamisch landbouwbedrijf, met vleesvee voor de mestproductie. Arjan Dekking werd er klant en raakte bevriend met de ondernemers. ‘De boerderij heeft in het begin veel moeite gehad om haar positie in de stad te borgen. Het is een commercieel opgezet bedrijf, maar voor de gronden waren ze wel afhankelijk van de gronden die gereserveerd waren voor uitbreiding van de stad. Zeer regelmatig werd er weer een stuk grond aan het bedrijf onttrokken voor het bouwen van een nieuwe wijk. Compensatie van grond was niet vanzelfsprekend in de beginjaren.’
Inmiddels breidt het bedrijf in Oosterwold uit met 40 hectare met een zevenjarige vruchtwisseling, met onder meer peen, kool en biet. Naast landbouw onderneemt de stadsboerderij ook activiteiten op het gebied van educatie, zorg, recreatie en onderzoek. Doel is de stadsbewoners te betrekken bij het boerenwerk, ze bewust te maken van de aarde en zinvol werk te bieden.
Dekking vertelt dat in de beginjaren regelmatig grond aan het bedrijf werd onttrokken. ‘Dat was extra complicerend omdat het ging om een biologisch-dynamisch bedrijf. Die gronden waren vaak net 3 of 4 jaar omgeschakeld naar biologisch en dan werden ze weer onttrokken, wat voor een biologisch bedrijf extra hinderlijk is. Om aan te tonen dat de boerderij wel draagvlak had in de stad, heb ik toen de stichting Vrienden van de Stadsboerderij opgericht. We kregen voor elkaar dat onttrokken grond sneller werd gecompenseerd. Inmiddels heeft de gemeente met de Stadsboerderij overeenkomsten gesloten voor een groter aantal jaren.’
Dit artikel verscheen eerder in vakblad Groen. Gratis een digitaal exemplaar ontvangen? Dat kan hier.
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl