Technisch gezien bestaat energiearmoede niet. Tegelijkertijd is er een grote groep Nederlanders die een groot deel van hun inkomen aan energie besteden en er soms voor moeten kiezen om de verwarming uit te zetten door gebrek aan geld. We moeten energiearmoede dus wel degelijk serieus nemen, schrijft Sven Ringelberg. De energieadviseur presenteert dus drie oplossingen.

Meer lezen van Sven Ringelberg? Lees dan zijn andere artikelen op stadszaken.nl of bezoek zijn website Transitiepaden.

Energiearmoede. Een term die steeds vaker het nieuws haalt. 650.000 Nederlandse huishoudens kunnen hun maandelijkse energierekening nauwelijks betalen, lazen we in Trouw twee weken terug. Een schokkend hoog aantal, wat wel eens kan toenemen tot 1,5 miljoen in 2030. Ik kan me er nauwelijks iets bij voorstellen als ik dit zo lees. Maar toch, ik zie het vaker dan ik wil toegeven. Toen ik bij een energieleverancier werkte heb ik vaak genoeg verdrietige mensen aan de telefoon gehad die afgesloten werden of betaalachterstanden hadden. En tijdens bewonersavonden in 2019 heb ik te vaak gehoord dat mensen de verwarming niet aanzetten omdat ze het niet kunnen betalen.

Wat gaat hier dan mis? In dit artikel ga ik dieper in op energiearmoede in Nederland, recent onderzoek door Ecorys en wat we kunnen doen aan dit probleem. Het probleem is namelijk niet zo simpel als stijgende energielasten en de oplossing is niet zo gemakkelijk als snel na-isoleren.

Wat is energiearmoede?

‘’Een huishouden is energiearm wanneer meer dan 10% van het besteedbaar inkomen uitgegeven wordt aan het adequaat warm houden van de woning’’

In Nederland bestaat energiearmoede niet. Nee echt tenminste, want we hebben hier nooit specifiek aandacht aan gegeven en de definitie hierboven komt uit Engeland. In Engeland werken ze al sinds 1991 met deze definitie van energiearmoede. Ook het rapport van Ecorys  houdt een vergelijkbare norm aan: 10 procent van het besteedbaar inkomen uitgeven aan energie als indicatie van energiearmoede.

Energiearmoede raakt vooral Nederlanders met een lager inkomen, omdat deze lasten verhoudingsgewijs zwaar wegen. 150 euro per maand uitgeven aan energielasten weegt een stuk zwaarder als je minimumloon verdient. Verhoudingsgewijs betaal je dan al snel een groot deel van je inkomen aan energie. De verwachtte stijging van de energielasten de komende jaren door duurder aardgas en introductie van meer wind en zon maakt dat de lage inkomens de klappen opvangen. En ja, introductie van meer wind en zon maakt energie duurder, zie mijn artikel over radicale klimaatactie voor meer uitleg.

De verwachtingen lopen uiteen, maar onze lasten zullen de komende jaren zeker stijgen. Bij doorrekeningen van het Klimaatakkoord komen bedragen van 258 euro extra per jaar voor de energierekening in 2030 naar boven. Een jaar geleden schreef ik al dat een gedegen strategie of plan ontbreekt om deze stijgende lasten tegen te gaan. Apart, want ook Minister Wiebes ziet de betaalbaarheid van de energietransitie als een noodzakelijk uitgangspunt:

‘’Als wij gezinnen met hoge rekeningen gaan verassen, dan gaat het niet lukken. Betaalbaarheid en haalbaarheid voor huishoudens zijn volgens hem speerpunten voor het kabinet.’’ - Minster Wiebes

Stijgende energiearmoede in Nederland

Goed. We hebben dus een uitdaging, maar hoe groot is deze? Regelmatig worden er onderzoeken gepubliceerd die een antwoord geven op deze vraag. In 2015 had 4% procent (259.000) van de huishoudens in Nederland een te hoge energierekening en betalingsproblemen. Wanneer we de grens van 10 procent van het besteedbaar inkomen aanhouden, stijgt dit aantal naar 770.000 huishoudens in 2019. Bij 10 procent van alle huishoudens in Nederland is dus sprake van energiearmoede, volgens deze definitie.

Met de stijgende energiekosten neemt deze groep Nederlanders met energiearmoede stevig toe. Wanneer er niets aan het beleid verandert, zullen in 2030 meer dan 1,5 miljoen Nederlanders 10 procent of meer van hun inkomen uitgeven aan energie. Om deze stijging te beperkten tot het niveau van 2019 is maar liefst 444 miljoen euro nodig. Dit is geen houdbare situatie, zeker niet als er ook flink geïnvesteerd moet worden in de woningen om te voldoen aan de duurzame ambities.

Zo is deze toenemende groep Nederlanders die last hebben van energiearmoede ook niet in staat om de duurzame investeringen te doen in hun woning. Leningen helpen dan om toch te investeren in een duurzame en energiezuinige woning. De vraag is alleen of financiers deze risico’s willen dragen. Overigens blijkt uit hetzelfde onderzoek van Ecorys dat circa 30 procent van de woningen niet woonlastenneutraal verduurzaamd kan worden. Dit is voor de groep Nederlanders waarvoor verduurzaming een kans leek om energielasten onder controle te krijgen een extra klap.

Bestaat energiearmoede wel?

Zijn onze beleidsmakers dan gek geworden? Als er sprake is van zo’n groot probleem, hoe komt het dan dat energiearmoede niet hoger op de agenda staat? Heel flauw: energiearmoede bestaat niet. Niet echt in ieder geval. Natuurlijk zijn er mensen die hun energierekening niet kunnen betalen en daardoor in de problemen komen. Dit hangt alleen samen met armoede in het algemeen. Circa 620.000 Nederlanders moeten rondkomen van zo’n 1.000 euro per maand. Neem het gemiddelde gezin in Nederland en je zit al gemakkelijker aan de 150 euro per maand aan energiekosten, 15 procent van het inkomen dus.

Als we inzoomen op de kosten van energie, zien we nu stijgende lasten, dat klopt. Maar energie is nog nooit zo goedkoop geweest, als je ziet wat we ervoor krijgen. We geven nu gemiddeld 4-5 procent van ons besteedbaar inkomen uit aan energie. Een koopje, als je kijkt naar de apparatuur en luxe middelen die we dagelijks gebruiken. Elektriciteit is bijvoorbeeld in de Verenigde Staten sinds 1900 zeker 200 keer goedkoper geworden.

Aan energie op zich ligt het dus niet. Er zijn meer dan genoeg fossiele bronnen om ons nog honderden jaren van goedkope energie te voorzien. Maar: we willen duurzaam. Dit geeft een prijskaartje dat verhoudingsgewijs nog wel meevalt, met die 258 euro per jaar in 2030. De pijn ontstaat dus bij de groep die al een laag inkomen heeft en verhoudingsgewijs extra geraakt zal worden. Alleen om dit energiearmoede te noemen gaat mij wat ver. Zoals Wattisduurzaam in zijn artikel ook mooi uitlegt:

‘’De term energiearmoede suggereert dat er verschillende smaken armoede zijn. Wie 10 procent aan energie uitgeeft, is mogelijk de helft van zijn inkomen kwijt aan huur, of 6 procent aan een kat. Toch hoor je niet over huur- of kattenarmoede. De percentages zeggen in dit geval veel meer over de omvang van het totale inkomen dan over de specifieke uitgaven aan energie, huur of kat.’’

Deze lijn wordt ook aangehouden door het klimaatakkoord. Daar stond in de eerste versie over energiearmoede het volgende:

Oplossingen voor energiearmoede

Met het bovenstaande heb ik energiearmoede opzijgeschoven, maar dit lost niets op voor al die duizenden mensen die maandelijks in de kou zitten omdat ze de rekening niet kunnen betalen. Energiearmoede bestaat dan weliswaar niet, maar een koud huis door armoede wel! Dat moeten we serieus nemen. Hieronder dan ook een aantal suggesties hoe we om kunnen gaan met energiearmoede.

  1. De oplossing is niet meer bezuinigen, maar meer verdienen
    Als je geld tekort komt, kan je meer gaan bezuinigen of de taart groter maken. In het geval van die grote groep Nederlanders die aan het minimum zitten is dat noodzakelijk. Dit wordt ook door minister Wiebes erkend (zie mijn artikel over waterstof). Sinds 2002 zijn we er 10.000 euro per Nederlander op vooruit gegaan, maar dit is in onze pensioenen, zorg en staatsschuld aflossen gaan zitten.

    De groep die in armoede leeft, heeft meer welvaart nodig. Het zijn innovaties die ons meer welvaart gaan opleveren. Want juist meer welvaart is nodig om onze klimaatdoelen te halen. Hoe rijk Nederland ook is, niet iedereen kan zomaar investeren in de verduurzaming van zijn woning. De oplossing ligt niet in minder consumeren om het klimaat te helpen. We moeten slimmer consumeren.
     
  2. Slimmere subsidiëring en eerlijke kosten
    We willen geen inkomenspolitiek voeren via de energierekening, maar toch werken bijna al onze subsidies denivellerend. Je hebt namelijk geld nodig om een subsidie te krijgen. Prachtig, al die subsidies op warmtepompen en ook echt noodzakelijk. Alleen, 58 procent van de Nederlanders met een laag inkomen woont in een huis met enkel glas. Een kans voor zowel een lagere energierekening als meer comfort ligt voor het oprapen. Tijd voor een simpele subsidie met financiering? Bovendien is het aantal beschikbare subsidie ongelijk verdeeld in Nederland.
     
  3. Innovaties zoals prepaid energie en een eerlijk warmtenet
    In mijn artikel over prepaid energie ga ik uitgebreid in over de rol die prepaid energie kan spelen in het betaalbaar houden van de energierekening. Dit is een controversieel onderwerp. Meerdere onderzoeken in Nederland laten echter zien dat dit een positief effect had op de energierekening van klanten: gemiddeld 25 procent besparing op aardgas. Laten we dan in ieder geval beginnen met grootschalige introductie van apps die inzicht geven in het energieverbruik.

    Een langlopend probleem zijn de warmtenetten. De vaste kosten zijn hoger en variabele kosten zijn lager bij aansluiting op een collectief warmtenet. Dit heeft juist voor mensen met een kleine portemonnee en energierekening tot gevolg dat ze meer betalen. Ik zou gemeenten oproepen bij de uitrol van dit soort warmtenetten en de business cases daar rekening mee te houden.

Nabrander

Ik voel me soms bezwaard over dit soort onderwerpen te schrijven. Ik kan, net als vele duurzaamheidsexperts, makkelijk praten. 10 euro meer of minder maand merk ik niet. Als ik weer eens te gemakkelijk denk over de portemonnee van anderen, dan denk ik weer aan mensen die ik aan de telefoon had en afgesloten werden: ‘’Mooi meneer, maar u zit zo meteen niet in de kou’’. Dat is ook zo. Iets meer empathie en minder ideologie lijkt me in het klimaatdebat erg handig.

 

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl