Onderzoek TwynstraGudde en Berghauser Pont Mediagroep

Professionals in het ruimtelijk domein geven de haalbaarheid van de klimaatdoelen in 2030 (49% CO2-reductie) een gemiddeld cijfer van 3,5 op een schaal van 10. Verbinding met andere maatschappelijke opgaven en ‘integraal werken’ worden gezien als belangrijke succesfactoren, maar er is weinig geloof dat dit in de praktijk haalbaar is.

Dat blijkt uit onderzoek van kennis- en opleidingsinstituut Berghauser Pont Mediagroep en organisatieadviesbureau TwynstraGudde, dat dinsdag gepresenteerd wordt. Ongeveer de helft van de 300 ondervraagden is direct werkzaam in en betrokken bij het realiseren van de energietransitie.

Klimaatdoelen

De haalbaarheid van de klimaatdoelen voor 2030 krijgt onder alle doelgroepen van de enquête een dikke onvoldoende. Deze uitkomsten onderstrepen nogmaals het signaal dat het Planbureau voor de Leefomgeving PBL eerder deze maand afgaf: De acties die voortkomen uit het klimaatakkoord leveren tot nu toe te weinig op. Managers, projectleiders, vergunningverleners en juridisch specialisten zijn het meest negatief (allen rond de 3). Beleidsmedewerkers en toezichthouders iets minder (4). Professionals uit de domeinen Water (4,7) en Duurzaamheid (4,1) geven de haalbaarheid de hoogste cijfers.

Integraal werken

Het succesvol combineren van maatschappelijke belangen in projecten en aanpakken vraagt nauwe samenwerking tussen de organisaties en afdelingen die primair aan de energietransitie werken en organisaties en afdelingen die andere kernactiviteiten hebben. Tussen deze partijen moeten immers boven-sectorale visievorming, afwegingen en investeringen plaatsvinden: het zogenaamde ‘integraal’ werken. Dit geldt ook voor verschillende afdelingen binnen overheden en grote organisaties. Maar juist daar wringt de schoen. De respondenten geven de behapbaarheid van deze integraliteit een 4,9. Bestuurders en managers, de partijen die aan de tekentafel zaten, zijn nog matig positief (7,3 en 5,5) over integraliteit, maar de groepen die betrokken zijn bij de coördinatie van de uitvoering zoals adviseurs en projectleiders een stuk minder (4,7).

‘Gemeenten zijn vaak sectoraal ingericht’, zegt Arjan Raatgever, adviseur ruimte en economie bij TwynstraGudde. ‘Het werken binnen afdelingen werkt voor veel domeinen prima. De energietransitie raakt echter aan veel verschillende domeinen, waardoor veel afstemming en samenwerking nodig is. Ook worden gemeenteambtenaren in veel gevallen niet aangemoedigd om de samenwerking met andere domeinen op te zoeken. Het is daardoor typisch een vraagstuk waar gemeenten moeite mee hebben.’ Raatgever wijst erop dat er wel voorbeelden zijn van gemeenten waar integraliteit goed werkt. ‘Je ziet daar dat het veel tijd kost aan de voorkant om een samenwerking goed op te tuigen. De energietransitie is echter zo urgent dat er heel korte deadlines zijn opgesteld. Dat levert spanning op.’

Meekoppelen

Hoewel de respondenten een negatief oordeel vellen over de haalbaarheid van de klimaatdoelen, blijkt uit de enquête wel dat ze heel goed weten wat nodig is om tot de gewenste CO2-reductie te komen. Naast integraliteit is dat volgens Raatgever het zogenaamde ‘meekoppelen’ van de energietransitie met andere maatschappelijke belangen, zoals luchtkwaliteit, omgevingskwaliteit, democratisering of klimaatadaptatie. ‘Het gaat dan om het zoeken van win-wins: als je een windmolen bouwt, is het zinvol om te kijken of je de revenuen lokaal kunt laten neerslaan. Als je een woonwijk bouwt, kun je kijken naar methoden om dat CO2-neutraal te doen door te kiezen voor houten woningen in plaats van conventionele betonbouw.’ De helft van de respondenten ziet daarin een must voor een succesvolle energietransitie.

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl