‘3 tips om je langeafstandsrelatie met energie te doorbreken’

Energie, je weet wel dat spul dat uit je muur komt, je auto beweegt en je eten verwarmt. Energie, een heel vanzelfsprekend iets, misschien iets te vanzelfsprekend? De energietransitie van de gebouwde omgeving is een grote zoektocht met hierbij veel aandacht voor de opwekking van duurzame energie en het besparen. We gaan onze huidige warmtebron (aardgas) vervangen door iets anders en we moeten onze woningen tot een bepaald nieuw niveau isoleren.

Door Sven Ringelberg. Ringelberg is Teamleider team verduurzaming bestaande woningvoorraad bij adviesbureau Balance. 

Ondanks dat dit al lastig genoeg is, is dit niet de grote uitdaging in de energietransitie. Je leest het goed, niet zo zeer het extra opwekken of besparen van energie, maar onze relatie met energie is het probleem. Zeg maar gerust, onze lange afstandsrelatie. Nu ik eraan denk, ik kan niet wachten op zo’n soort artikel in de Libelle of Margriet: '3 tips om je lange afstandsrelatie met energie te doorbreken'. In dit artikel beschrijf ik onze relatie met energie in het verleden, nu en hoe we deze relatie kunnen hervinden.

Toen we energie voor het eerst ontmoette

Niemand weet precies wat die aantrekkingskracht was, maar van een vonk kwam een vlam en toen, zeker 400.000 jaar geleden, hadden we vuur. Deze stevige relatie met energie maakte ons de meest dominante diersoort en gaf ons de mogelijkheid niet alleen onze grot te verwarmen, maar in toenemende mate ons landschap vorm te geven. Onze relatie met energie was een die zeker niet vanzelfsprekend was. Controle over het vuur en instandhouding was letterlijk een zaak van leven of dood. Onze jager-verzamelaarvoorouders introduceerden zich bijvoorbeeld door aan te geven bij welk vuur ze hoorden en mythes over de oorsprong van het vuur zijn ons welbekend. Tot redelijk recent was dit onze relatie met energie: een van instabiel verlangen, mystiek en noodzaak.

Zonder hout, geen Koninkrijk

Als ik online tips lees over succesvolle relaties dan lees ik ‘wees niet te veel emotioneel afhankelijk van elkaar’. Begrijpelijk is dat in het begin van een relatie de passie overheerst, zo was dat ook met energie. Na duizenden jaren kregen we energie beter onder controle, maar van passie was nog zeker sprake. Met enkele uitstapjes in de eerste vormen van centrale verwarming door de Romeinen in de 2e eeuw (hypocaustum) bleef de rest van onze energievoorziening primitief. Tot aan de 17e eeuw bleef de open haard de meest dominante manier van verwarmen. Dit maakte de open haard tot de enige centrale warmtebron in huis en hiermee ook de belangrijkste plek.

Hout (biomassa) was de voedingsbron van de open haard en tot de 16e eeuw waren hele Koninkrijken gebouwd op deze bron. Naast de moeite van het kappen, vervoeren en verbranden van hout werd deze bron langzaam schaars. Oerbossen verdwenen uit Europa met de groei van steden. Als voorbeeld: Tussen 1500 en 1592 verdubbelde de prijs van hout in Engeland, maar verviervoudigde de bevolking in Londen. In deze tijd maakten we in Nederland de turftransitie mee, er was geen hout meer over dus was een ander alternatief nodig.

Voor de gemiddelde Engelsman of Nederlander was de relatie met energie een directe. Je moest moeite doen om hout te kappen of aan turf te komen voor verbranding. Als het ging over de bredere economie raakten we het besef van energie als iets mystieks langzaam kwijt. Het hout was een teken van welvaart en naast een energiebron vooral iets om oorlogsschepen mee te bouwen. Net als we in Nederland met het aardgas deden (doen) werd hout gebruikt in Engeland om schulden af te betalen, van de Koning tot landeigenaren aan toe. De stress van houttekort leverde dan ook in 1611 de opmerking van de Koning Jacobus I op: ‘’Zonder hout, geen Koninkrijk.’’

Energie steeds meer als product

In de 19e eeuw maakte de kachel langzaam zijn intrede en veranderde de bron van hout naar turf en kolen. Aan het eind van de 19e eeuw had 88% van de Nederlanders een kachel en 60% een fornuis. Langzaam werd energie meer een product. De luxe van centrale verwarming en een relatie zonder ‘troep’ met energie was nog wel ver weg. In 1816 waarschuwde een arts nog over de opkomst van de kachels:

‘’voor de thans meer en meer in zwang komende verwarming door kachels, met steenkolen bewerkt; omdat hierbij de schoorsteen zorgvuldig toegelegd, en slechts daarin eene opening voor de kagchel-pijp blijft, en alzoo de afwisseling der versche, en het opstijgen der bedorvene lucht, alsook der dampen, belemmerd wordt. ‘’ Kortom, ventilatie was ook in de 19e eeuw al een issue.  

Januari 1963. Klanten staan ijverig in de rij te wachten om kolen te kopen voor hun kachels.
(bron: Nationaal archief)

Als we een stapje maken in de tijd, dan zien we dat kolenkachels in beeld komen, oliekachels vanaf de jaren 50. In die tijd was energie nog een fysiek iets, je moest bij de kolenboer je kolen ophalen en waren de kolen op, dan had je het koud. Een ander mooi verschijnsel was de gaspenning. Met deze munt kon je een bepaalde hoeveelheid kuub gas kopen. Dit maakte de relatie met energie een directer iets, voor één munt had je een specifieke hoeveelheid gas.

Met de aardgas energietransitie kwam een enorme vooruitgang in comfort voor de gemiddelde Nederlander. De centrale verwarming maakte vanaf de jaren 60 haar intrede en dit samen met de gaskachel en geiser werd energie een product. Niet langer was het nodig om de cokes, kolen of gaspenning te gebruiken, alleen een waakvlam was nog zichtbaar van de eens zo dominante warmtebron in huis. Grappig genoeg werd de open haard in de loop der jaren een luxeproduct.

Onze huidige lange afstandsrelatie met energie

Sinds de jaren 60 hebben we een lange afstandsrelatie met energie. De aardgas energietransitie maakte van Nederland een rijk land en gaf de centrale verwarming een impuls. Die 3.000 miljard kuub gas moest immers zo snel mogelijk verkocht worden en de Nederlandse huishoudens waren een zeer welkome klant. Met de elektriciteits- en aardgaswinning op afstand werd energie iets wat uit de muur kwam en waar steeds minder ‘fysieke’ actie voor nodig was. Uit een enquête gehouden in Leeuwarden (1965) na de introductie van aardgas bleek dat 85% van de gebruikers geen besef had van haar energieverbruik. Deels hing dit natuurlijk samen met de vooruitgang in comfort, dit was belangrijker dan prijs of verbruik. Ik denk echter dat hier nog wat anders speelt, contact met energie. Waar vroeger gestookt moest worden met kolen of een gaspenning kwam de bron van de energie letterlijk op afstand te staan (Groningen). Tot voor kort was de enige binding die wij met energie hadden dan ook de energierekening die eens per jaar op de mat viel.

Ook de Nederlandse staat zong totaal los van de relatie met energie. De boerin uit Groningen was een mooie relatie zolang ze maar bleef geven (aardgas) en niet protesteerde (aardbevingen). En net als de Koning van Engeland gebruiken we het aardgas nog steeds om onze schulden af te betalen. Dit heeft nog een heel ander effect, het versterkte onze polder cultuur. Het politieke landschap van Nederland kenmerkt(e) zich door kaasschaven en wispelturig energiebeleid. Van 1962 tot 2018 was ons motto: Zonder aardgas, geen Nederland. Maar anno 2019 is polderen niet altijd meer haalbaar, soms is leiderschap essentieel, zeker als er geen gasvangnet meer is.

Onze relatie in de toekomst: er is nog een vlammetje!

De afgelopen jaren zie ik een kanteling die met de urgentie van de energietransitie noodzakelijk is. Het antwoord om onze relatie met energie te hervinden ligt in dat meer intense verleden, maar dit gekoppeld met oplossingen van de 21ste eeuw. Hieronder 3 tips en voorbeelden hoe we onze relatie met energie kunnen hervinden.

Tip 1 – Maak optimaal gebruik van technologie (de slimme meter)
De slimme meter met andere tools (EMS) zijn een van de sleutels om mensen de verbinding met energie te laten voelen en zien. Alleen bleek al in 2016 dat de beloofde energiebesparing van de introductie van de slimme meter zeker 25% achterbleef. Kosten 3,5 miljard, opbrengsten 770 miljoen, als we gingen besparen, maar dat doen we dus niet. Het PBL adviseert dan ook naast de uitrol van de slimme meter in zetten op tools die gebruikers inzicht geven in hun verbruik. Een open deur die Rijksoverheid ook wel had mogen vinden, maar goed, het advies klopt. Een korte Google actie laat direct al een onderzoek zien van een groep energiebedrijven en onderzoeksbedrijven die concluderen dat directe feedback huishoudens 9% elektriciteit en 14% aardgas laat besparen. Een oproep hier optimaal gebruik van te gaan maken. Naast dit praktische voorbeeld zijn er nog veel ontwikkelingen die veel potentie tonen: slimme apparaten, blockchain integreren en slimme apparatuur in huis zijn slechts enkele voorbeelden.
Tip 2 – Stel de vanzelfsprekendheid van energie ter discussie (prepaid energie)
In 2018 liet het AD weten dat een aantal energieleveranciers met Stedin een proef doen met prepaid energie, de gaspenning van de 21ste eeuw. 90.000 energiecontracten worden nu jaarlijks opgezet met daadwerkelijk 10.000 fysieke afsluitingen. De betrokken partijen hopen dat door prepaid energie er een directe relatie met het product ontstaat waardoor deze problemen afnemen:
‘’De bedrijven hopen dat vooraf betalen huishoudens met betaalachterstanden meer bewust van hun stroom- en gasverbruik maakt. - Een klant die meedoet, meldde ons dat hij nu veel beter zicht heeft op zijn verbruik’’ Dit voorbeeld laat zien dat de vanzelfsprekendheid van energie onderdeel van het probleem kan zijn. Helaas heb ik tot op heden geen evaluatie van het project gezien.
Tip 3 – Breng energie dichter bij mensen (coöperatieve energie)
De oliecrisis van 1973 was een harde klap voor Denemarken, een land dat toen grotendeels afhankelijk was van buitenlandse energie. Waar Nederland kon bij-gassen moesten er in Denemarken politieke keuzes gemaakt worden. Door deze crisis werd Denemarken niet alleen leider in windenergie, maar kende het land een sterke groei van warmtenetten. Wat hierbij heeft geholpen zijn de ontwikkelingen van lokale bronnen. De Denen kregen zo in hun dorp energie en waren daarmee een directer betrokken.

Bewustwording 

In Nederland zijn het zonnepanelen die bewustwording faciliteren. De buurman heeft er een en je verdiend het nog terug ook. De groei van energiecoöperaties draagt ook bij aan deze bewustwording. In de evaluatie van deze regeling geeft Minister Wiebes dat dan ook aan:

‘’Energiecoöperaties dragen hierdoor bij aan het creëren van energiebewustwording en draagvlak voor de energietransitie in de haarvaten van onze samenleving. Ik draag deze ontwikkeling een warm hart toe en wil deze verder versnellen.’’

Dit verder versnellen is essentieel. Nu is de regeling complex en kent vaak hoge aanloopkosten. Vereenvoudiging gaat helpen nog meer Nederlanders enthousiast voor hun nieuwe relatie met energie te krijgen.

Onze relatie met energie heeft toekomst met gezonde passie. Zover verwijderd zijn we niet van onze voorouders die de mystiek van vuur voelde en zonder hout geen Koninkrijk zagen. We zijn vindingrijk genoeg om met moderne technologie mensen in verbinding te brengen met energie, kijk maar naar al die mensen die vol trots hun opgewekte zonne-energie laten zien op de telefoon.

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl