Klimaatakkoord beloof grote ruimtelijke veranderingen

Foto: Branko de Lang

Gisteren overhandigde Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, de hoofdlijnen van het klimaatakkoord aan minister Wiebes (EZK). ‘We hebben onder hoge druk een grote prestatie geleverd. Met deze plannen gaan we 49% CO2-reductie halen.’ Maar wat zijn de plannen precies en wat beteken ze voor de fysieke leefomgeving?

Met de voorstellen ratificeert Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Daarin is afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt moet worden tot maximaal 1,5 graden Celsius. In de praktijk betekent dat Nederland in 2030 49% minder CO2 uit moet stoten dan in 1990. Nijpels: ‘Met deze plannen gaan we die 49% halen. Bovendien zijn ze zo opgesteld dat ze na 2030 opschaalbaar zijn naar een reductie van 55%, indien dat wenselijk blijkt.’

Gedurende de zomermaanden zal de haalbaarheid van de plannen worden doorgerekend door het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarna zullen de Tweede Kamer en het kabinet er naar kijken en dan kunnen de hoofdlijnen worden verzilverd in concrete en bindende afspraken. Nijpels: ‘Alle partijen die de afgelopen maanden aan één van de klimaattafels zaten, onderschrijven het akkoord. Maar besef je wel: hét Klimaatakkoord is er nu nog niet. Dat volgt, als het huidige tempo zich doorzet, eind dit jaar.’

'Hét Klimaatakkoord is er nu nog niet. Dat volgt, als het huidige tempo zich doorzet, eind dit jaar'

Minister Wiebes reageerde in ieder geval enthousiast op de voorstellen: ‘We moeten klimaatverandering tegengaan en deze voorstellen dragen daar aan bij.’ Wel benadrukt hij dat de kosten van de maatregelen niet uit het oog mogen raken: ‘Op macroniveau is deze transitie goed betaalbaar. We moeten slechts eenmalig 0,5% van ons BBP aan klimaatmaatregelen uitgeven. Dan zitten we tot 2030 goed. Maar op microniveau ligt het anders. Als we Nederlandse huishoudens confronteren met hoge kosten, haken ze af. Betaalbaarheid is dus essentieel voor draagvlak.'

Hoe zat het ook alweer, bekijk hier de video van NOS over de basisprincipes van het Klimaatakkoord.

 

Decentrale uitvoering Klimaatakkoord

Het Kimaatakkoord is breed georiënteerd. In totaal zijn er vijf tafels, elk met een eigen sectorale specialisatie: elektriciteit, gebouwde omgeving, landbouw en -gebruik, industrie en mobiliteit. Nijpels benadrukt dat de maatregelen in alle lagen van de maatschappij voelbaar zullen zijn: ‘Iedereen krijgt hiermee te maken. Het Rijk, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers. Het akkoord is dan ook niet enkel van en voor de politiek.’

Eerder benadrukte Nijpels ook de ruimtelijke impact van het Klimaatakkoord. Deze ruimtelijke impact komt voort uit bijvoorbeeld de ruimte die zonneweides en windmolens innemen, maar ook uit nieuwe opslagingrepen en infrastructuur die veranderend energieverbruik met zich mee brengt. Daarom is bij elke tafel een ruimtelijke ordening-expert aangeschoven.

Zoals het er nu uit ziet, zal de 49% reductie decentraal worden georganiseerd. ‘Nederland wordt opgedeeld in 30 Regionale Energie Strategieën (RES). Deze ‘RES-en’ moeten zelf invulling geven aan de gestelde reductiequota. De techniek wordt dus niet van boven opgelegd,’ aldus Nijpels.

Per RES zal een inventarisatie worden gemaakt van het huidige energieverbruik, de uitstoot, de bestaande infrastructuur en de potentie van het gebied. Om de regio’s te stimuleren en motiveren, stellen Nijpels en zijn tafels voor om de helft van de opbrengsten van windenergie op land aan de regio’s te geven.

Sectortafel Elektriciteit: ruimte voor meer wind en zon

De productie van hernieuwbare en groene elektriciteit moet flink worden opgeschaald. Nu produceren we 17 Terawattuur (TWh) hernieuwbare elektriciteit, in 2030 moet dat 84 TWh zijn. Kees Vendrik, voozitter van de tafel, maakt duidelijk hoeveel elektriciteit dit precies is: ‘De stad Den Bosch gebruikt nu ongeveer één TWh per jaar.’ Hij vervolgt:  ‘Doordat we inzetten op meer elektra, is de Sectortafel Elektriciteit eigenlijk een stekkerdoos voor de andere tafels.’

Meer dan de helft van alle hernieuwbare energie, 49 TWu, moet met wind op zee worden opgewekt. Het Rijk moet dus ruimte voor nieuwe windparken beschikbaar stellen. De overige 35 TWu zal op land worden opgewekt, met wind- en zonne-energie. Ook hier is ruimte voor nodig. De Rijksoverheid onderzoekt nu of zij Rijksgronden beschikbaar kan stellen voor elektriciteitsopwekking.

De grote toename van hernieuwbare elektriciteitsproductie zorgt ervoor dat het elektriciteitssysteem flexibeler moet worden. Wind- en zon zijn minder constant dan bijvoorbeeld kolencentrales, waardoor pieken en dalen in productie ontstaan. De sector ziet hier een rol voor waterstof weggelegd, dat kan worden gebruikt om de elektriciteit op te slaan. Zo kunnen pieken worden opgevangen en is er een reserve voor wanneer dat nodig is.

Naast opschaling streeft de sector naar productiekostenreductie. Dat betekent dat subsidies komen te vervallen na 2025. Indien nodig kunnen er dan andere instrumenten worden ontwikkeld om investeringszekerheid te garanderen.

Sectortafel Gebouwde Omgeving: een wijkgerichte aanpak

in totaal moeten tot 2030 zeven miljoen bestaande woningen en één miljoen gebouwen worden verduurzaamd. Diederik Samson, voorzitter van de tafel, gelooft dat dit haalbaar is: ‘Zeven miljoen woningen transformeren tot 2030 komt neer op ongeveer 1.000 woningen per dag. Dat lijkt enorm veel, maar na de oorlog bouwden we deze aantallen ook.’ Van de nieuwbouw zal 75% gasloos zijn.

Voor de acht miljoen bestaande  gebouwen geldt een wijkgerichte aanpak. Per buurt wordt gezocht naar de ideale oplossing. De opties zijn talrijk;

  • warmtepompen met geothermie
  • full electric met isolatie
  • warmtenetten
  • duurzaam (waterstof-) gas

Deze vormen behoren allemaal tot de mogelijkheden. In overleg met bewoners zal een aanpak worden gekozen. Veel techniek is er al, maar soms zal bestaande wet- en regelgeving moeten worden aangepast. Zo zijn de diepteboringen die nodig zijn voor geothermie nu nog niet toegestaan en mag waterstof niet in grote hoeveelheden door de leidingen worden gepompt. Samson: ‘Dat willen we veranderen.’

Samson zet groot in op geothermie: 'We willen het aantal geothermieprojecten vertwintigvoudigen.' Geothermie vergt echter flink wat ruimte. Voor een boorinstallatie is gedurende een paar maanden een oppervlakte ter grote van een voetbalveld nodig. Ook over waterstof is Samson enthousiast, maar de precieze rol van dit gas is volgens hem moeilijk te voorspellen: 'Waterstof zal allereerst in de industriële- en de mobiliteitssector worden gebruikt. Wat overblijft is voor de gebouwde omgeving. We kunnen nu nog niet precies zeggen hoeveel dat zal zijn.'

'De verduurzaming is 10% techniek en 90% mensen'

Techniek is volgens Samson niet alles: ‘De verduurzaming is 10% techniek en 90% mensen. Mensen met onzekerheden. Gemeenten moeten burgers dus helpen met het verduurzamen.’ Om de verduurzaming voor burgers betaalbaar te houden, pleit de sectortafel voor gebouwgebonden financiering. Zo worden de voor verduurzaming vereiste leningen gebonden aan het gebouw, in plaats van aan de bewoner. Ook moet er voor de woningcorporaties meer ruimte komen om te investeren in verduurzaming.

Samson: ‘De corporaties kunnen het voortouw nemen, maar dan moeten de opgave en hun investeringsruimte wel met elkaar in balans zijn.’

Sectortafel Mobiliteit: meer elektrisch rijden

De sectortafel Mobiliteit zet in op een CO2-reductie van 7,3 Megaton tot 2030. Dat vraagt drie verschillende acties:

  • schoner vervoer
  • slimmer vervoer 
  • ander vervoer.

Schoner vervoer wordt bereikt door van fossiele brandstoffen over te stappen op groene. Op de korte termijn wordt dit bereikt met elektrisch rijden, op de lange met waterstof als brandstof. Deze transitie ligt niet volledig bij de overheid. Annemieke Nijhof, voorzitter van de tafel: ‘Als we willen dat elektrisch rijden in 2030 de norm is, moeten we de particuliere markt bereiken.’

Slimmer vervoer betekent het optimaliseren van stromen, het beter benutten van vervoerscapaciteit en het delen van voertuigen. Ander vervoer is een mentaliteitsomslag. Zo kunnen een zuinige rijstijl en minder rijden worden gepromoot.

Ed Nijpels wijst op een paradox waar de sector voor moet waken: ‘Elektrisch rijden wordt nu gesubsidieerd. Tegelijkertijd wordt er belasting verdiend aan fossiel rijden. Als elektrisch rijden dus toeneemt en fossiel rijden afneemt, zal er dus een financiële verschuiving plaatsvinden. Er moet een nieuwe balans worden gezocht.’

Het Klimaatakkoord was niet het enige akkoord dat gisteren relevant was. Lees hier hoe de betonsector zich inzet voor 100% circulair beton.
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl