Ouders onmisbaar bij aankoop huis, berichtten landelijke nieuwsmedia vorige week. Dit heeft echter niet alleen met exploderende huizenprijzen te maken, maar ook met het in 2015 ingevoerde leenstelsel voor de studiefinanciering, blijkt uit cijfers van het Nibud.

73% van de studenten verlaat de universiteit of hogeschool tegenwoordig met een studieschuld. In 2015 was dit 46%. Deze stijging is vooral een gevolg van het nieuwe leenstelsel van Dienst Uitvoerend Onderwijs (DUO). Banken brengen deze toenemende studieschulden niet alleen in mindering op het leenbedrag, maar geven daar bovenop nog een soort ‘strafkorting’.

Studieschuld

De studieschuld van studenten wordt verrekend bij het afsluiten van een hypotheek. Zo kunnen afgestudeerden met een studieschuld van 20.000 euro 25.000 euro minder hypotheek krijgen met het nieuwe leenstelsel. Mensen die voor 2015 zijn begonnen met lenen kunnen met een studieschuld van 20.000 euro 31.000 euro minder hypotheek krijgen. Ook als het grootste deel van de schuld is afgelost, zal het volledige bedrag een rol spelen in de berekening van de hypotheek.

Uit onderzoek van Nibud blijkt dat 44% van de studenten een studieschuld heeft van 10.000 euro of hoger. De gemiddelde studieschuld van studenten ligt nog hoger, rond de 20.000. Dat betekent dus dat de gemiddelde starter 25.000 á 31.000 euro minder hypotheek kan aanvragen.

Dit wordt gedaan om te voorkomen dat starters meer lenen dan verstandig is, stelt de Vereniging Eigen Huis (VEH). Michiel Hendrikx van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt dat hypotheekverstrekkers en banken de wettelijke plicht hebben om overfinanciering te voorkomen. Daarom wordt er hij het verstrekken van hypotheken gekeken naar de studieschuld. Alle banken hanteren dan ook dezelfde berekening bij het verstrekken van een hypotheek.

De nieuwe eisen ten aanzien van kredietverlening verplichten banken een studieschuld extra zwaar aan te rekenen bij het verstrekken van een hypotheek.

Starterswoningen

Een studieschuld is niet het enige probleem, naast de groeiende schuld van studenten die het lastig maakt een goede hypotheek af te sluiten, is het aantal woningen dat geschikt is voor starters nihil. Een starterswoning houdt in dat het huis rond de 200.000 euro kost. Volgens onderzoek van het NOS is het steeds lastiger voor starters om een starterswoning te vinden, vooral in de grote steden. Zo is er in Amsterdam minder dan 10% betaalbaar en in Utrecht minder dan 20%. Het is dan ook niet voor niks dat huidige inwoners van onder de dertig 'generation rent' worden genoemd. Er zijn weinig mogelijkheden om een huis te kopen voor de middenklasse.

Huren

Maar als huurder is deze generatie niet veel beter af, ze kunnen vaak geen aanspraak doen op sociale huur omdat hun inkomen boven de inkomensgrens ligt. Daarnaast is de wachtrij voor sociale huur in veel steden ontzettend lang. Dit leidt ertoe dat starters in de vrije huursector terecht komen, waar de huurprijzen jaarlijks sterk toenemen. Zo is het niet ongewoon dat er wordt geboden op huurhuizen waarbij de hoogste bieder het huis toegewezen krijgt. De toenemende woningkrapte speelt hier natuurlijk een grote rol in. Kortom, starters raken tussen wal en schip.

Ouderlijke steun

Jongeren lenen ook steeds vaker geld van ouders om een eerste huis te kunnen financieren. 65% van de starters verwacht dan ook hulp nodig te hebben van ouders bij het kopen van een huis, blijkt uit onderzoek van Independer.

Veel starters kunnen de kosten koper van een woning namelijk niet betalen. De kosten koper zijn alle bijkomende kosten voor de aankoop van een woning, dit bedrag is meestal vijf tot zes procent van de aankoopprijs van de woning. Sinds januari is het niet meer mogelijk om meer dan honderd procent van de woningprijs te lenen, dat betekent dat de kosten koper niet meer geleend kunnen worden.

De mogelijkheid om hulp van ouders in de schakelen bestaat echter alleen voor bevoorrechte groepen. Jongeren met ouders die een koopwoning hebben maken daardoor meer kans om een woning te kunnen kopen. De hulp van ouders werkt intragenerationele ongelijkheid in de hand, blijkt uit onderzoek van McKee uit 2012. Dit betekent dat niet iedereen van eenzelfde generatie dezelfde kansen of mogelijkheden heeft.

Samen kopen

Zou het dan een oplossing zijn voor starters om samen een huis te kopen? Uit recent onderzoek van Maurice de Hond blijkt dat drie kwart van de starters het ziet zitten om gezamenlijk een woning te kopen. Het Nieuwe collectief steunt dit idee en stelt dat het een goede oplossing is voor starters. De vraag is hoe het in praktijk werkt, starters zijn vaak wispelturig en willen op ten duur toch een privé woning tot hun beschikking hebben.

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl