Nu de Brexit een feit is, is de vraag hoe Nederlandse regio’s op de eventuele komst van deze bedrijven kunnen voorsorteren. Drie vragen aan René Buck.

De locatiekeuze van Brexit-bedrijven: Drie vragen aan René Buck

1/3 van de Europese hoofdkantoren van Amerikaanse bedrijven gaf aan bij een eventuele Brexit Londen te willen verlaten. 61 procent noemde Nederland als favoriete alternatief, aldus een inventarisatie van Buck Consultants International (BCI). Hoe kunnen Nederlandse regio’s op de eventuele komst van deze bedrijven voorsorteren? Drie vragen aan René Buck.

Op wat voor termijn verwacht u dat die bedrijven een eventuele transfer naar Nederland maken?

‘Ik begrijp dat de premier van België al een “welcome to Belgium-campagne” heeft gelanceerd. Maar Amerikaanse of Aziatische bedrijven gaan echt niet over één nacht ijs, voor ze bijvoorbeeld hun Europese hoofdkwartier verhuizen. Het is namelijk niet alleen een zakelijk besluit. Je hebt ook te maken met mensen, met een verplaatsing van personeel, met onvermijdelijke ontslagen in het VK. Het is een onderwerp waar bedrijven zeer zorgvuldig mee omgaan en wat met grote vertrouwelijkheid wordt omgeven, omdat ze zich niet anders kunnen permitteren. Het is hoe dan ook een ingrijpende gebeurtenis.’

‘Dan heb je de termijn. Stel dat het VK in oktober een beroep doet op dat beroemde Artikel 50 uit het Verdrag van Lissabon, dan gelden vervolgens twee jaar om nieuwe afspraken te maken, tenzij de overgebleven 27 EU-lidstaten beslissen dat er meer tijd vereist is. Ik geloof niet dat bedrijven die overwegen hun activiteiten naar het Europese vasteland te verhuizen, de ongewisse uitkomsten van een slopend onderhandelingsproces twee jaar lang gaan afwachten. Die onzekerheid kunnen bedrijven zich niet permitteren. Zowel zakelijk niet als richting het personeel. Maar de beslissing valt ook niet deze week.’

In een artikel in de Volkskrant rekende de Amsterdamse wethouder Kasja Ollongren zichzelf al rijk. Bedrijven zouden vooral voor Amsterdam kiezen. Heeft ze gelijk?

‘De afstand van Schiphol tot een willekeurige kantorenlocatie in de Randstad is vergelijkbaar met de afstanden die bedrijven in Londen gewend zijn om bij Heathrow te komen. Natuurlijk heeft Amsterdam als “brand” een voordeel, vooral voor zakelijke en financiële dienstverleners, maar er tellen natuurlijk tal van afwegingen mee in het locatiekeuzeproces, zoals: kan ik in een bepaalde stad de juiste mensen krijgen? Rotterdam is zeker niet kansloos en biedt nu al onderdak aan een aantal hoofdkantoren in de petrochemische sector. Het is zeker niet zo dat op voorhand het positieve randje aan deze op zich negatieve Brexit-ontwikkeling zich beperkt tot Amsterdam. Wat betreft regio’s buiten de Randstad kan ik alleen maar constateren dat die afgelopen jaren verder positie hebben verloren als vestigingslocatie voor hoofdkantoren en ik zie niet in waarom dat na een Brexit zoveel anders zou zijn. Maar uiteraard maken ook regio’s buiten de Randstad een kans.’

Dan de hamvraag: wat moeten regio’s doen om de Europese hoofdkantoren het hof te maken?

‘De meeste contacten in Amerika, Japan en Londen worden door het NFIA (Netherlands Foreign Investment Agency) geleid. Ik raad steden en regio’s zeker niet aan om lukraak bedrijven aan te schrijven of koud te bellen, maar dit in partership met het NFIA te doen. Bij zo’n sensitief onderwerp ben je alleen vrijwel kansloos. Ik denk dat bedrijven, als ze uit alle hoeken van Europa benaderd worden door acquisiteurs, ook tamelijk kippig worden en verzoeken tot gesprekken op voorhand zullen afhouden. Beter is het om te leunen op bestaande contacten, samen met het NFIA, en voorzichtig te informeren of de vraag van een eventuele verhuizing speelt. Je zult die bedrijven de kans moeten geven om na te denken over een alternatief.’

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl