Het was te verwachten. Covid-19 laat de bevolkingsgroei niet ongemoeid. Hoewel het coronatijdperk in Nederland pas in maart 2020 een aanvang nam is het effect nu al merkbaar in de bevolkingsontwikkeling. Het groeitempo van de bevolking ligt in het eerste kwartaal van 2020 al een derde lager dan in dezelfde periode 2019. Een signaal van een acute demografische trendverandering. Intussen presenteerde minister Ollongren eind april een kamerbrief waarin ze uitgaat van onstuimige toekomstige demografische en economische ontwikkelingen die zich niets lijken aan te trekken van de aanstormende veranderingen. 

Het tempo van bevolkingsgroei heeft Nederland in de afgelopen jaren verrast. In 2019 kwam de aanwas zelfs uit op 126.000, waarvan bijna 110.000 als migratiesaldo. De aanhoudend hoge groei was voor de Tweede Kamer aanleiding om het kabinet te vragen naar een verkenning van beschikbare kennis over de ‘Bevolkingsgroei 2050’. Die verkenning is er gekomen, maar een vervolgstap is tot nog toe uitgebleven.  

Demografische groei remt af

Intussen zorgt Covid-19 ook in Nederland voor een gezondheidscrisis en een economische crisis met een onvermijdelijke demografische weerslag. Vanaf begin maart begon het aantal sterfgevallen op te lopen, kwam er een lockdown en gingen internationaal de meeste grenzen dicht. De eerste signalen van een demografische trendverandering worden langzaam zichtbaar. Het tempo van bevolkingsgroei is volgens CBS-cijfers al in het eerste kwartaal 2020 – vergeleken met dezelfde periode in 2019 – met een derde afgenomen tot een plus van 15.500 nieuwe inwoners.

Opvallend daarbij: er gingen meer mensen dood dan er baby’s bijkwamen. De groei kwam alleen nog vanwege immigratie. Die groei loopt dus nu fors terug. Nadere beschouwing leert dat vooral Europese medeburgers wegblijven. In maart zijn onder andere sommige Europese arbeidsmigranten halsoverkop teruggekeerd naar hun land. Anderen konden Nederland niet meer bereiken. Het migratiesaldo met Azië stond iets minder onder druk en het saldo met Afrika nam niet af. Bij migratiestromen met niet-westerse landen gaat het eerder om motieven als asiel en gezinshereniging dan om arbeid. Blijkbaar werken de migratiebeperkingen door de coronamaatregelen tot nog toe minder sterk door. Desalniettemin wijzen de eerste signalen ook op afname aan dat front.    

Economisch zwaar weer heeft effect op migratie

Vooraanstaande economen voorzien voor de rest van het jaar een diepe duik van de wereldeconomie. Het Internationaal Monetair Fonds is nog somberder over Nederland dan het Centraal Planbureau. De toekomst hangt af van de duur van de crisis, maar de voorspellingen houden rekening met dramatisch oplopende werkloosheid en verslechteringen in welvaart. De verwevenheid van economie en demografie zal voor de rest van 2020 tot uiting komen in een zwakkere magneetwerking van Nederland op arbeidsmigranten. Asielmigratie en gezinshereniging zouden gezien de eerste signalen uit het eerste kwartaal ook op lager niveau uitkomen.

Immigratie als motor voor bevolkingsgroei zal hoe dan ook voor langere tijd aan kracht verliezen. Daarnaast zal economische tegenwind eraan bijdragen dat veel jonge koppels voorlopig niet aan gezinsuitbreiding zullen denken. Zeker vanaf 2021 zal dat merkbaar worden in een verder afnemend geboortecijfer. De groei van Nederlandse bevolking zou daarmee voor langere tijd kunnen temperen.

Immigratie als motor voor bevolkingsgroei zal hoe dan ook aan kracht verliezen

Desondanks presenteerde minister Ollongren op 23 april een Kamerbrief inzake grote opgaven waar we in onze leefomgeving voor staan, waarin ze uitgaat van stormachtige demografische en sociaaleconomische groeicijfers: toenemende werkgelegenheid, een toename van het treingebruik van 25 procent in 2030, een bouwopgave van een miljoen woningen tot 2035, met als vanzelfsprekend uitgangspunt een berekende stormachtige bevolkingsgroei tot 19,6 miljoen in 2060. In de brief geen enkele reflectie over de vraag of die onstuimige bevolkingsgroei wel het onvermijdelijke uitgangspunt moet zijn voor het voorgestelde beleid.

De basisvraag in de Kamerbrief Nationale Omgevingsvisie zou moeten zijn: met hoeveel mensen willen we straks hier leven en wonen? Hoe krijgen we daarmee een duurzame omgeving? Willen we toe naar een doorgroeiland zonder bovengrens, een licht krimpende bevolking of misschien een stabiele bevolkingsomvang? Welke ontwikkelingen spelen daarbij en hoe duurzaam is dat? Helaas ziet men bevolkingsontwikkeling niet als een stuurbaar doel, maar als een onvermijdelijk natuurverschijnsel dat ons telkens voor verrassingen stelt. Zolang dat zo blijft zal beleid een improviserend karakter houden. Oplossingen worden gezocht in modelmatige vooruitberekeningen van achter ons liggende demografische fluctuaties. Een land zonder demografisch kompas is het resultaat. 

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl