Hoe de duin- en bollenstreek actief werkt aan een cluster

Ook na de Keukenhof bloeit de economie van de duin- en bollenstreek

De Bollenstreek is wereldwijd bekend om haar bloemen. En zelfs tijdens de crisis bleef de bloemeneconomie groeien. Maar biedt dat garantie voor verder groei van de regio? Nee, vinden zes gemeenten en de bloemenbranche. De Greenport Duin- en Bollenstreek moet de concurrentiepositie van de Bollenstreek borgen.

In Nederland – en vooral daarbuiten – kent iedereen de Keukenhof. Als de lente aanbreekt komen er 1,4 miljoen mensen naar dit bloemenpark om te genieten van de nieuwste, mooiste en beste bloemen. Het park heeft zich ontwikkeld tot het uithangbord van de diepgewortelde bloemeneconomie waarin innovatie, vernieuwing en vakmanschap essentieel zijn.

De bollenstreek kent voor de bollenteelt een uitmuntend klimaat. Er valt tamelijk veel regen door de nabijheid van de zee en kent een relatief zacht najaar en zonnig voorjaar. Het is de reden dat de Bollenstreek zich in de 17e eeuw door de tulpenmanie al voorzichtig ontwikkelde tot een bollencluster. In de tweede helft van de 19e eeuw raakte dit in een stroomversnelling en kwam er (grootschalige) bloembollenteelt op gang. De bollenstreek is daarmee een van de oudste nog actieve economische clusters van Nederland.

‘Maar het voorbestaan ervan is niet een gegeven’, zegt Michiel Cappendijk, senior adviseur Twnystra Gudde. ‘De Bollenstreek is namelijk al decennialang vol qua gebruik van het aanwezige areaal. Meer kan er niet bij. En buiten de Bollenstreek in de Randstad is geen goede grond. Wie wilde groeien, moest daarom elders in Nederland groeiruimte zoeken. Geen verplaatsing, maar elders veel erbij.’ Desalniettemin is Greenport Duin- en Bollenstreek nog altijd hét internationale centrum van de veredeling, teelt, handel, logistiek en export van bollen, bloemen en planten. ‘Meer dan 60% van de totale wereldhandelsstromen in de bollensector loopt via deze streek.’

Versterken vestigingsklimaat

‘Het doel is om de internationale concurrentiepositie te versterken’, zegt Cappendijk. In opdracht van zes gemeenten en in samenwerking met brancheorganisaties als de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en kennisinstellingen als Wageningen University & Research ontwikkelt hij een ondernemersgedreven programma dat bijdraagt aan die concurrentiepositie.

De inzet van het programma beperkt zich echter niet tot de regionale economie van de bollenstreek. Volgens Cappendijk is het een misvatting dat de sierteeltsector regionaal-economisch kan groeien zonder dat de sector nationaal groeit. ‘Het vergroten van de nationale taart is prioriteit één, ons regionale stuk wordt dan vanzelf groter’, aldus Cappendijk.

Zoek aansluiting bij gelijkgestemde clusters

In Nederland kennen we zes greenportclusters. Naast de Greenport Duin- en Bollenstreek zijn dit:

  • Greenport Westland-Oostland
  • Greenport Venlo
  • Greenport Aalsmeer
  • Greenport Boskoop
  • Greenport Noord-Holland Noord

Met de recentelijk opgerichte Greenport Nederland zijn landelijk de krachten gebundeld en met de impulsagenda Greenport 3.0 zet de Greenport bovendien stevig in op samenwerking met de andere Greenports van Nederland. ‘Ons cluster zoekt actief de samenwerking op met deze andere greenports op bijvoorbeeld thema’s als innovatie, plantinhoudstoffen arbeidsmarkt en duurzame teelt.’

Focus op innovatie

Innovatie staat in die samenwerking voorop. Hiervoor is ook Flower Science opgericht, het succesvolle innovatie en netwerkprogramma van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Flowerscience maakt aanwezige kennis en kunde zichtbaar en organiseert een platform om die met elkaar te delen. Cappendijk: ‘Innovatie start bij ontmoeting en het delen van kennis. Daar ontstaan eerste ideeën of wordt juist duidelijk dat iets helemaal geen issue is voor ondernemers. Wij verwonderen ons elke keer over de hoge opkomst bij events die wij organiseren.’

En hoewel Cappendijk overtuigd is van de grote waarde van een dergelijk netwerk, stelt de buitenwereld er ook vragen over waarom een overheid zoiets moet organiseren. Maar Cappendijk denkt dat het juist een taak is van de overheid om te verbinden en te zorgen dat er ideeën ontstaan om de grote transities van deze tijd te adresseren en agenderen. Tegelijkertijd is het een heel goed platform om te horen wat er speelt in de sector. ‘Tot de verbeeldingen sprekende projecten vallen niet uit de boom, maar kennen vaak een lange aanloop. Een periode waarin het voor het mkb nog niet concreet genoeg is om te investeren.’ Adjunct directeur van de KAVN, André Hoogendijk beaamt: ‘Het Flower Science programma heeft een positieve bijdrage geleverd aan de uitwisseling van ideeën door partijen binnen en buiten de sector. Deze uitwisseling is de basis gebleken voor de ontwikkeling van innovatieve projecten’, zegt André Hoogendijk, adjunct-directeur van de KAVB.

Verduurzaming van nationaal belang

Voor ondernemers zelf is verduurzaming belangrijk voor de continuïteit van hun bedrijf. Nationale en internationale wetgeving wordt strenger, retailers stellen hogere eisen en ngo’s stellen misstanden steeds agressiever aan de kaak. ‘Hoewel een volledige duurzame, of circulaire, bedrijfsvoering op dit moment nog op gespannen voet staat met de concrete behoefte in de markt, heeft het georganiseerde bedrijfsleven toch de stip aan de horizon gezet voor 2030 via het programma Vitale Teelt. De verdere ontwikkeling van de onderliggende tuinbouwsector tot een duurzame bedrijfstak is dus juist in deze regio van nationaal belang. Voor de reputatie van Nederland in het algemeen en Zuid-Holland in het bijzonder.’

Arbeidsmarkt grootste uitdaging

‘Hier was het zelfs in de crisis lastig om mensen te vinden’, zegt Cappendijk. De Greenport Duin- en Bollenstreek zet zich dan ook samen met onderwijsinstellingen in verhogen van de instroom van jonge mensen naar deze sector.

Mooi voorbeeld noemt Cappendijk de link met Universiteit van Amsterdam. ‘Al jaren investeert hoogleraar Michel Haring in contacten met bedrijven in de sierteeltsector. Het liefst ter plekke op het bedrijf zelf.’ Michel Haring heeft via de Amsterdam Green Campus de groene kennis van het regionale mbo, hbo en zijn eigen universiteit gebundeld. Voor ondernemers interessant om zo kennis te maken met zowel wetenschappers, als jong talent.

Andere opties voor de Greenport zijn excursies met mbo’ers langs ondernemers. ‘De arbeidsmarkt is in deze regio met Rotterdam, Amsterdam en Den Haag in potentie gigantisch, maar veel jongeren weten niet eens dat het een optie is.’ Ook buiten de groene opleidingen valt nog een wereld te winnen volgens Cappendijk. ‘Er komen steeds meer functies die te maken hebben met logistiek, ict, marketing. Bedrijven worden groter, professioneler en springen in op maatschappelijke trends. Daar moet ook personeel voor komen.’

Het resultaat zijn programma’s als Flowerscience en het Groen Onderwijscentrum. ‘Voor ondernemers in het tuinbouwcluster zijn goed opgeleide medewerkers essentieel.’ Groen Onderwijscentrum zorgt ervoor dat het onderwijsprogramma aansluit bij de wensen en eisen vanuit het bedrijfsleven. Cappendijk: ‘Om jongeren te motiveren moeten zij zelf ervaren dat het een veelzijdige internationale sector is. Een sector met toekomst! Het is dan ook belangrijk dat studenten van de groene mbo én hbo-opleidingen hoogwaardige stages krijgen aangeboden vanuit het bedrijfsleven.’

Vitale economie in een vitaal landschap

Het bijzondere aan de bollensector is dat het haar commerciële kracht deels haalt uit de wereldwijd bekende iconische bollenvelden. Economie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kracht van het landschap blijkt uit de jaarlijks stijgende toeristische bezoekersaantallen en de top 3-positie als aantrekkelijke woonregio van Nederland. De positieve economische ontwikkeling en groeikansen worden door de ING en Rabobank bevestigd in hun branchestudies. Volgens hen is verdere schaalvergroting onafwendbaar en noodzakelijk en daarnaast zullen vooral de moderne, marktgedreven, innovatieve en ‘ketenintegratie-georiënteerde’-bedrijven van deze groei kunnen profiteren.

Om te kunnen anticiperen op deze ontwikkelingen hebben de zes gemeenten uit de Duin- en Bollenstreek in 2010 de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij opgericht. Het zelfstandig opererende ontwikkelbedrijf biedt ondernemers de mogelijkheid om hun bedrijf te ontwikkelen of te vergroten als het moment daar volgens hen om vraagt. Als tegenprestatie betalen deze ondernemers het ontwikkelbedrijf een bepaald bedrag, waarmee deze elders verouderd en incourant agrarisch vastgoed verwijdert en daarmee het landschap verbetert. Nieuw voor oud zogezegd.

Extra stappen

Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de oprichting van Stichting Greenport Duin- en Bollenstreek. Volgens Cappendijk een essentiële ontwikkeling in de professionalisering van het al bestaande cluster. ‘Maar zo’n stichting moet ook daadwerkelijk slagkracht hebben’, zegt Cappendijk. Een succesvolle stichting die mandaat heeft om het programma integraal te sturen en besluiten te nemen. Een volgende stap waarmee het oudste economische cluster van Nederland ook de komende eeuwen nog kan blijven bestaan.’ Een mooie ambitie.

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl