Investeren in sterke regio’s opdat zwakke regio’s meeprofiteren, is niet het antwoord op toenemende regionale ongelijkheid. De economisch zwakke regio heeft namelijk maar mondjesmaat baat bij stimulering van de sterke regio. Anderzijds treedt er wel een trickle-up effect op, waarbij de sterke regio juist veel profijt heeft van de investering in de zwakke regio.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘De economische samenhang tussen regio’s in Nederland’ door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarbij het planbureau de economische productie in en verbondenheid tussen de Nederlandse provincies onder de loep nam.

Economische verschillen tussen regio’s zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden, met allerhande gevolgen. Zo kan in een zwakkere en achterblijvende regio een ‘economie van onvrede’ ontstaan. Huidig economisch beleid richt zich dus niet langer primair op de ‘regionale winnaars’, maar ook juist op het stimuleren van zwakkere regio’s. Daarbij speelt volgens het PBL echter een ‘traditioneel dilemma’: investeer je in economisch sterkere regio’s opdat zwakkere regio’s via trickle down effecten meeprofiteren of investeer je direct in de zwakkere regio’s zelf?

Meeste interactie blijft binnen de regio

Het PBL geeft aan dat dit laatste het grootste effect heeft, want, want uit het onderzoek blijkt dat er zeer weinig aanwijzingen zijn dat zwakke regio’s daadwerkelijk meeliften op het succes van sterkere regio’s. Mark Thissen, onderzoeker Verstedelijking en Mobiliteit en medeauteur van het rapport, verklaart het geringe effect: ‘Het gros van de economische interacties, 70 procent, vindt binnen de regio zelf plaats, wat ervoor zorgt dat maar een klein deel van investeringen in sterke regio’s doorstroomt naar zwakkere regio’s.’

Trickle-upeffect

Als er dan toch interactie tussen de regio’s plaatsvindt, beperkt dit zich veelal tot omliggend gebied. Het effect van investeringen in Groningen valt buiten Groningen voor bijvoorbeeld voor 31 procent neer in Drenthe en valt 21 procent van de investeringen in Friesland neer in Groningen.

Uitzondering op deze nabijheidsregel zijn reeds sterke regio’s. Thissen: ‘Stimulering van alle regio’s slaat met name neer in gebieden als Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Deze sterke regio’s plukken dus ook de vruchten van stimulering van zwakkere regio’s.’ Dit effect, dat het PBL het ‘trickle-upeffect’ noemt, is echter niet zo sterk dat investeringen in zwakkere regio’s ook voor toenemende ongelijkheid zorgen. ‘Doordat het grootste deel van de investeringen toch binnen de regio zelf blijft, is een investering in een zwakkere regio’s alsnog een goede manier om regionale ongelijkheid tegen te gaan,’ zegt Thissen.

Opgenomen in de NOVI

Het PBL voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties (BZK), in het kader van de Beleidsverkenning Vestigingsklimaat Nederland. De resultaten moeten bijdragen aan visievorming over het regionaal-economisch beleid. Bovendien worden de onderzoeksresultaten volgens Thissen meegenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Ook interessant: 'Analyse: deze regio's doen het in 2019 het best'
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl