In de afgelopen decennia werd er nooit zoveel gebouwd als nu, dus waarom zou je klagen? Directeur Stichting BouwGarant Rob de Groot vindt het toch belangrijk dat we beseffen dat de aantrekkende markt ook een keerzijde heeft. En daar zijn 4 hoofdredenen voor.

  1. Er is te weinig materiaal en levertijden zijn lang
    ‘De levertijden van materiaal en materieel zoals heipalen en vloerplaten kunnen gigantisch oplopen. Dat zijn producten die grotendeels in Nederland worden gemaakt en gedistribueerd. In de crisis zijn tal van productiestraten verdwenen en daar wordt wel weer aan gewerkt, maar dat is niet binnen een jaar opgelost. Als er vertraging optreedt waar geen rekening mee is gehouden kan dat grote gevolgen hebben. Er zijn zelfs projecten die stil komen te liggen met alle gevolgen van dien.’
     
  2. De kosten voor materiaal rijzen de pan uit
    ‘Er zijn aannemers die vorig jaar contracten hebben gesloten en die nu aanlopen tegen de stijgende kosten van materiaal en personeel. Wanneer je een aannemersovereenkomst hebt gesloten op basis van de prijzen van vorig jaar, kan je als bouwer in de knel komen en zet je niet rendabele woningen neer.’
     
  3. Het personeel is schaars
    ‘Bouwbedrijven hebben minder personeel in dienst in vergelijking met tien jaar geleden. 50.000 mensen stroomden tijdens de crisis uit het wereldje of werden ZZP’er. Door het tekort aan personeel en onderaannemers die zijn ‘volgeboekt’ kunnen projecten vertraging oplopen. Twee jaar geleden belde je en dan stond er een dag later een stukadoor klaar, nu moet je echt heel goed plannen. De overheid heeft momenteel een grote campagne lopen om mensen naar de bouw te trekken, maar dit gaat langzaam.’
     
  4. Het personeel wordt veel duurder
    ‘Logisch gevolg van de schaarste op de arbeidsmarkt zijn de hogere tarieven voor vakmensen. Het is belangrijk om de onderaannemers en ZZP’ers aan je te binden en op tijd uitbetalen is cruciaal. Als je te laat betaalt kan het zo gebeuren dat ze naar een ander project hoppen.’
     

Dominoproces
De Groot: ‘Uiteindelijk is het oppassen voor een soort dominoproces. Wanneer je materiaal te laat is, loopt je project vertraging op en kan de opdrachtgever zijn betalingen opschorten. Hierdoor blijven de betalingen aan onderaannemers liggen die vervolgens op een ander project aan de slag gaan. Op zo’n moment kan je als bouwbedrijf onbewust in een negatieve spiraal komen, soms buiten je schuld om, maar wel met alle negatieve gevolgen van dien.’

 

Vaste kern
‘Bouwbedrijven die samen met onderaannemers door de crisis zijn gekomen, die doen het nu goed. Wanneer in de crisis niet constant is gezocht naar de goedkoopste aanbieders, wordt dat nu uitbetaald met loyaliteit van een trouwe kring onderaannemers.’ De Groot ziet de afgelopen jaren een enorme daling van het aantal faillissementen, al zullen er altijd bedrijven failliet blijven gaan. ‘Dat was in de crisis zo, en nu ook.’

 

Update 26-04-2018
In één keer is de nieuwe bouwcrisis in beeld: ruim 460 woningen in aanbouw zagen hun aannemers in de eerste maanden van 2018 failliet gaan, blijkt uit cijfers van afbouwverzekeraar Woningborg. Hof Bouw uit Alkmaar liet bij het faillissement in januari negentig woningen achter die nog klaar waren. Bouwgroep Moonen bleef bij het faillissement van begin april in de bouw steken bij 370 huizen.

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl