Na een jarenlang proces van intensieve samenwerking is de regio Arnhem-Nijmegen gekomen tot een Regionaal Programma Werklocaties (RPW), een afsprakenkader om te komen tot een evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen. Jolanda van Rensch, Team EZ van de provincie Gelderland, vertelt hoe het overaanbod de komende jaren wordt bestreden.

Dit artikel verscheen eerder in BT nummer 1 2018, via deze link vraagt u een gratis tijdelijke code aan voor het complete archief van ELBA\REC.

De regio Arnhem-Nijmegen kent een overaanbod aan bedrijventerrein van bijna 150 hectare, dat is bijna de helft van het totaal aantal harde plannen. Zowel kwantitatief als kwalitatief sluit het aanbod niet aan op de toekomstige vraag. Ook bij kantoren en perifere detailhandel is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit zet de regio op slot voor nieuwe gewenste initiatieven.

Door de landelijke toepassing van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ moet bij nieuwe initiatieven eerst gekeken worden naar bestaande locaties. It makes sense. Zolang er ruimte voorhanden is, mag in principe niets nieuws ontwikkeld worden, mits het onderscheidend is aan het bestaande aanbod. Maar veel van het aanbod in de regio past niet bij de kwaliteit die bedrijven vragen. Daar wringt de schoen; verouderd en versnipperd aanbod houdt nieuwe gewenste ontwikkelingen tegen.

In Regio Arnhem Nijmegen zijn de negentien gemeenten aan de slag gegaan met het RPW om voor 1 januari 2021 tot een evenwicht tussen vraag en aanbod te komen. Want we willen geen slot op de economische ontwikkeling in de regio, we willen vooruit. Vooral nu het economische tij weer meezit.

Zure appel

Maar eerst de zure appel. Schrappen is verre van eenvoudig en het doet pijn. Sommige gemeenten moeten meer schrappen dan andere, de pijn is dus niet gelijkmatig over de regio verdeeld. En gemeenten moeten zelf hun verlies dragen, zij worden hiervoor niet financieel gecompenseerd. Het heeft 2,5 jaar geduurd voordat er een afsprakenkader lag dat door de meerderheid van de portefeuillehouders kon worden ondersteund. Elkaar vinden op algemene uitgangspunten lukt nog wel, maar wanneer duidelijk wordt wat dit voor de lokale situatie betekent, komen de verschillende pijnpunten naar boven. Er is daarom veel tijd en energie gestopt in het vinden van maatwerk. Als provincie zijn wij erg blij met het uiteindelijke resultaat dat de regio door de intensieve samenwerking heeft behaald en we gaan de afspraken nu verder uitwerken.

Tot 2021 mogen de terreinen die op de lijst staan om geschrapt te worden gewoon uitgegeven en ontwikkeld worden. Deze uitgifte mag de ‘schrapopgave’ echter niet in de weg staan. Op 1 januari 2021 moeten de terreinen waar tot op dat moment geen vraag naar is geweest, uit de markt zijn gehaald. De bestemming bedrijventerrein moet er dan af zijn om daarmee weer ruimte te maken voor nieuwe economische ontwikkelingen.

Voorzienbaarheid

Voor de terreinen die geschrapt moeten worden, wordt ‘voorzienbaarheid’ gecreëerd. De uitleg is nogal technisch. Vanaf 1 juli 2019 gaat de zogenaamde voorzienbaarheidsperiode van start. In deze periode van 1,5 jaar kunnen terreinen gewoon uitgegeven worden, maar hiermee wordt aangekondigd dat per 1 januari 2021 de bestemming bedrijventerrein voor die specifieke kavels eraf gaat. In een brief aan de regio hebben wij de gemeenten geadviseerd om enkel grond te verkopen aan partijen die een businesscase kunnen overleggen om misbruik te voorkomen. Met de regeling wordt het mogelijk om straks incourante planvoorraad in bestemmingsplannen te schrappen zonder (planschade-)vergoeding. Hiermee wordt ook het juridische instrumentarium in gereedheid gebracht om per 1 januari 2021 maatregelen te kunnen nemen als blijkt dat er dan nog steeds sprake is van overaanbod. Gemeenten moeten dus voor 2021 de bestemming van de betreffende terreinen gewijzigd hebben. Daar waar dat niet gebeurt en het wel nodig is, zullen wij als provincie ook daadwerkelijk het planologisch kader inzetten om ervoor te zorgen dat een deel van de planvoorraad geschrapt kan worden.

Het RPW Arnhem Nijmegen is op papier dus klaar maar er moet nog veel gebeuren. Het RPW is in januari door de regio aangeboden aan GS voor besluitvorming en op 6 februari heeft GS het RPW vastgesteld. Het RPW geeft aan hoeveel op welk terrein geschrapt moet worden, maar om welke kavels gaat dat precies? En is dat ruimtelijk logisch en inpasbaar? Die slag moet nog gemaakt worden.

Pas dan is het voor elke individuele eigenaar (overheid of particulier) zichtbaar wat de toekomstmogelijkheden voor de individuele kavels zijn. Mag ik mijn terrein ontwikkelen als bedrijventerrein of niet? Dat is ook het moment dat er een inspraakprocedure wordt gestart voor belanghebbenden. Voordat de voorzienbaarheid ingaat (1 juli 2019) moet dit proces zijn afgerond.

Monitoring

Maar de wereld staat niet stil, tot 2021 kan er nog van alles gebeuren. Het gaat economisch gezien steeds beter en dat merken gemeenten ook bij de interesse voor kavels op bedrijventerreinen. Wellicht hoeft er niet meer geschrapt te worden in 2021. Hoe mooi zou dat zijn? Wellicht heeft de doortrekking van de A15 zo’n positief effect op bepaalde terreinen in de regio dat dit de kwaliteit (bijvoorbeeld voor logistieke bedrijven) zodanig verbetert dat het wél past bij de vraag van bedrijven. De ontwikkelingen worden daarom jaarlijks gemonitord en het RPW wordt daar waar nodig, hierop aangepast. Eind 2020 maken we de balans op. Op dit moment werken wij aan het formeren van een expertteam om gemeenten te kunnen helpen bij de toekomstige invulling van de te schrappen terreinen.

Nog een lange weg te gaan dus en zeker: de appel is voor een aantal gemeenten behoorlijk zuur. ‘De regio Arnhem-Nijmegen maakt zich klaar voor de toekomst; al is nog niet iedereen binnen de regio daarvan overtuigd’, stelt gedeputeerde Scheffer. Er bestaat geen financiële compensatie voor het afboeken van bedrijventerreinen. Maar uiteindelijk wordt geen enkele gemeente blij van een terrein dat al jarenlang braak ligt en waar geen interesse voor bestaat uit de markt. We willen allemaal vooruit. Scheffer: ‘Afscheid nemen van overaanbod en impopulaire terreinen geeft kansen voor toekomstige ontwikkelingen.’ Het proces in deze regio was moeizaam maar door een intensieve samenwerking, betrokken bestuurders en ruimte voor maatwerkoplossingen, zet de regio Arnhem-Nijmegen nu de eerste stappen op weg naar economische groei. 

Jolanda van Rensch, Team Economische Zaken, provincie Gelderland
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl