#jeukwoorden en milieujargon

Als NRC-columniste Japke-d. Bouma schrijft over kantoorclichés en onzinjargon van managers, dan moet ik altijd grijnzen. Zo ook deze week, toen ze het milieujargon op de hak nam. Belangrijk onderdeel van de column: circulaire economie.

Veel mensen kennen het spelletje Bullshit Bingo. Je weet wel, letten op en lachen om de taal van managers door bij te houden wat voor jargon zijn bezigen tijdens vergaderingen of in presentaties. Proactief, co-creatie, synergie, kerncompetentie, win-winsituatie en het DNA van de organisatie, om er maar een paar te noemen. En als het je dan te gortig wordt en je een rijtje vol hebt op je kaart, dan opstaan en heel hard roepen: ‘Bullshit!’.

Containerbegrip

Als het gaat om duurzaamheid is het met milieukundigen vaak net zo. Het woord alleen al. Inmiddels is het meer dan 30 jaar geleden dat het begrip werd gelanceerd, met het verschijnen van het VN-rapport ‘Our Common Future’ (1987). Maar vermoedelijk wordt het vandaag de dag meer gebruikt dan ooit tevoren. Te pas en te onpas wel te verstaan, waardoor vaak niemand meer weet wat we er mee bedoelen. Want is inmiddels niet alles duurzaam?

Daarmee is het voor menigeen verworden tot een containerbegrip. Een inhoudsloze kreet, zonder toegevoegde waarde. Een #jeukwoord dus, waarbij velen – als ze het horen – de schouders ophalen en denken: ‘daar gaan we weer’. Wat is immers een duurzaam gebouw als je alles wat je duurzaam noemt vandaag misschien nog groen is maar morgen al weer snel vergeeld (b)lijkt te zijn?

Babylonische spraakverwarring

Dat maakt niet alleen het begrip ‘duurzaamheid’ verwarrend, maar ook de terminologie die we gebruiken als het gaat om energie in de gebouwde omgeving. Want wat is nou precies een energieneutrale woning of wijk? En wat is er anders aan gebouwen en gebieden wanneer ze niet energieneutraal, maar bijvoorbeeld CO2-neutraal of klimaatneutraal zijn? Voor u is dat misschien wel duidelijk, maar geldt dat voor anderen ook?

Hebben we het dan over alleen het gebouwgebonden gebruik, dus de energie die nodig is om gebouwen te verwarmen, koelen, ventileren en verlichten, of is daarbij ook het zogeheten gebruikersdeel voor (huishoudelijke) apparaten meegenomen? En gaat het alleen over het gebruik of ook over de energie die nodig is voor de bouw, het onderhoud en de sloop van gebouwen, dus voor de hele levenscyclus? Alle aanleiding dus voor een Babylonische spraakverwarring. Niet voor niets heeft Japke-d. het daarom over #jeukwoorden.

New kid on the block

Met stip op één staat voor haar ‘circulair’. Zeg maar de nieuwste rage op gebied van duurzaamheid. Dat komt onder andere omdat honderd procent circulair volgens haar eenvoudigweg niet bestaat. Je zult vermoedelijk altijd wel ergens nieuwe grondstoffen in de keten moeten pompen. En er blijft altijd wel ergens afval over wat je kwijt moet en waarmee niemand meer iets kan. Maar waar ze zich nog het meest aan ergert, is dat bedrijven van zichzelf of over hun producten zeggen dat ze circulair ZIJN in plaats van dat ze zeggen dat PROBEREN TE ZIJN.

En daarmee heeft de NRC-columniste een punt. Zeker als je bedenkt dat er verschillende gradaties van circulariteit zijn. En omdat dat in veel gevallen een gebouw als geheel vaak (nog) helemaal niet circulair is, maar dat dit slechts voor bepaalde onderdelen geldt. Kortom, we zijn nog maar net begonnen en dus kun je het nog niet zijn.

Niet alleen de vastgoedsector en de bouw, maar ook gebruikers van de gebouwde omgeving zouden er bij gebaat zijn als hiervoor een oplossing wordt gevonden. Opdat we niet alleen weten waarover we het hebben, maar ook waar wij en vooral zij aan toe zijn. En versta me niet verkeerd. Ik pleit niet voor een keurmerk of een certificaat wat aangeeft hoe circulair een product of gebouw is. Daarvan hebben we er namelijk al veel te veel. Waar ik naar zoek is een kader waarbinnen we opereren en een gezamenlijke taal die we bezigen, opdat niet alleen Japke-d. maar ook wijzelf als professionals in de vastgoedsector en de bouw en niet te vergeten consumenten en eindgebruikers er straks geen jeuk van krijgen.

Auteur Bas van de Griendt is oprichter en eigenaar van Stratego Advies.

Reageren
Zijn voor jou de begrippen en definities altijd even duidelijk als het gaat om milieu, energie en duurzaamheid? Welke terminologie is volgens jou het meest verwarrend en leidt tot de meeste misverstanden? Kortom, hoe zou jij omschrijven wat circulariteit in de gebouwde is, zo lang iets nog niet 100% circulair is? Mail uw reactie naar redactie@stadszaken.nl. De best gefundeerde en beargumenteerde reacties worden gebruikt in een artikel op Stadszaken over de circulaire bouweconomie.

 

 

Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl