Voor velen is duurzaamheid nog altijd een vaag begrip. Een containerbegrip wat praktisch maar moeilijk hanteerbaar valt te maken.

Voor velen die betrokken zijn bij vastgoed- en gebiedsontwikkeling is duurzaamheid nog altijd een vaag begrip. Een containerbegrip wat praktisch maar moeilijk hanteerbaar valt te maken.

Vaak bedoelen we energie, als we het hebben over duurzaamheid. Terwijl bijvoorbeeld een hoge GPR-score (GPR = gemeentelijke praktijkrichtlijn, red.) of een mooi BREEAM-certificaat waarschijnlijk een veel betere indicator is voor de duurzaamheid van gebouwen en gebieden. Maar wat biedt de beste garanties voor een duurzame de toekomst?

20 maart jongstleden was het precies 30 jaar geleden dat het begrip duurzaam ontwikkelen werd geïntroduceerd. Dat gebeurde met het verschijnen van het VN-rapport ‘Our Common Future’ (1987) van de Commissie Brundtland. Duurzaamheid werd daarin omschreven als ‘een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen’.

Duurzaam of duurzaam?

Vraag je echter vandaag de dag aan professionals die betrokken zijn bij vastgoed- en gebiedsontwikkeling wat zij verstaan onder duurzaamheid, dan krijg je heel andere antwoorden. Dat blijkt in elk geval uit vragen die ik voorlegde aan cursisten van de Leergang Projectontwikkeling van de NEPROM.

  • Duurzaamheid in algemene zin vertalen cursisten vooral als zorgen voor de toekomst van mens, natuur en moeder aarde. Over iets wat je nalaat aan je kinderen. Iets waarvoor je nu verantwoordelijk bent alvorens het straks door te geven. Kortom, goed rentmeesterschap.

  • Duurzaamheid op gebouwniveau daarentegen, vertalen de cursisten vooral naar ‘energie’. Energieprestaties, energielabels, notaloze en nul-op-de-meter woningen, circulair bouwen, hergebruik van materialen en grondstoffen en certificaten als GPR en BREEAM (die een veel bredere maat zijn voor de duurzaamheid dan energie alleen) zijn veel genoemde termen. Kortom: op gebouwniveau heeft het allemaal een sterk technisch en technocratisch gehalte.

  • Dat is totaal anders als je vraagt wat duurzaamheid op gebiedsniveau is. Dan gaat het plots over functies en gebruik en de beleving van dingen, waarbij een grote rol wordt toebedeeld aan water en groen. Meest opvallend echter is dat nadrukkelijk ook sociale aspecten van duurzaamheid worden genoemd. Bijvoorbeeld de identiteit van gebouwen en gebieden, waardoor mensen zich met een plek verbonden voelen.

Grachtengordel of Bijlmermeer?

De vraag echter is welke van deze aspecten nou de beste garanties biedt voor een duurzame toekomst. Daarvoor stel ik de vraag wat energetisch beter presteert en vermoedelijk het beste BREEAM-certificaat of de hoogste GPR-score krijgt: de Amsterdamse grachtengordel of de Bijlmer.

De meeste cursisten kiezen dan in beide gevallen voor de Bijlmer. En of dat antwoord nou juist is of niet, aldus geredeneerd zou de Bijlmer dus duurzamer zijn dan de grachtengordel. Maar hoe komt het dan dat we de Bijlmer inmiddels vrijwel volledig hebben afgebroken, terwijl de grachtengordel er nog altijd staat?

Dat heeft vermoedelijk maar weinig te maken met energieprestaties of met duurzaamheidscertificaten van gebouwen. Veel waarschijnlijker is het dat we ons met de Amsterdamse grachtengordel wél verbonden voelen, maar met de Bijlmer veel minder. Daarom zijn we bereid de grachtengordel wél, maar de Bijlmer níet aan te passen aan veranderende energie-behoeften.

Dat gevoel en die behoeften zijn daarmee vermoedelijk een betere garantie voor de toekomst, dan techniek en prestaties. Energie is het ‘wat’ en de techniek het ‘hoe’. Waar het echter mee begint, is ‘waarom’. Dat zijn dus ons gevoel en de bevrediging van steeds veranderende behoeften. En dat was ook waar het 30 jaar geleden al om draaide toen het begrip duurzaamheid werd geïntroduceerd.

SLOPEN OF RENOVEREN? UW REACTIE OP STADSZAKEN.NL
Vraag is wat het bovenstaande betekent voor die situaties waar we voor de keuze staan tussen bijvoorbeeld renovatie of sloop en nieuwbouw. Voor monumentale panden als die van de grachtengordel mag dat dan duidelijk zijn, maar dat ligt anders voor bijvoorbeeld woonwijken met rijwoningen en galerijflats uit de jaren ’60. Welke afweging maken we dan? Hoe gaan we deze gebouwen aanpassen aan de eisen van deze tijd, wanneer ook zij moeten worden verduurzaamd? Mail uw reactie naar redactie@stadszaken.nl. De beste reacties plaatsen we op Stadszaken.nl.
Bas van de Griendt werkte tot 1 april jl. als Manager MVO en Duurzaam Ontwikkelen bij BPD, Bouwfonds Property Development. Per 1 augustus a.s. start hij met een eigen bedrijf: Stratego Advies
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl