6 juni 2019 15:05 uur

Duncan Laurence

Column Pieter Hendrikse

De groteskheid van de acts op het afgelopen Songfestival verbaasde mij al lang niet meer. Waar ik wel van opkeek was de kolderieke wijze waarop Nederlandse steden reageerden op de overwinning van Duncan Laurence. Nog voor de laatste ‘douze points’ gevallen waren, buitelden zij over elkaar heen om de organisatie van het evenement in 2020 naar zich toe te trekken.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Maastricht, Zwolle en Arnhem willen het festival graag organiseren. Weinig middelen lijken in die strijd te worden geschuwd: zo reserveerde Maastricht alvast 3000 hotelkamers.

Verzwakken of aanvullen

De hele nasleep van het Songfestival is wat mij betreft tekenend voor het onvermogen van gemeenten om hun strategie en beleid beter op elkaar af te stemmen. Steden die elkaar vliegen afvangen en de tent uitvechten; het is een breder verschijnsel. Elke stad wil én de beste woningmarkt bieden én het grootste outletcentrum én het grootste oppervlak aan kantoorruimte. Het resultaat is dat gemeenten elkaar verzwakken in plaats van aanvullen.

Elke stad heeft zijn eigen aantrekkingskracht. Eindhoven ontwikkelt zich tot een internationaal techcentrum met allure. Ook Wageningen gaat die kant op, met uitstekende voorzieningen en bereikbaarheid. De aantrekkingskracht van Amsterdam ligt in de beschikbaarheid van faciliteiten, de historische binnenstad en het aanbod van cultuur en de werkgelegenheid.

Cultuur

Maar net als een magneet kent elke stad een pool en een tegenpool. Amsterdam stoot gebruikers en bewoners af door de drukte en hoge prijzen voor woningen en bedrijfsruimte. Utrecht biedt een alternatief met een betere betaalbaarheid en woonoplossingen, net als Rotterdam. De gebruiker van een stad ziet die aantrekkende en afstotende factoren ook. Zij wonen vaak in een wijk of stad omdat ze voeling hebben met de lokale cultuur. Anderzijds zijn ze bereid om voor werk of leisure te reizen.

Opvallend genoeg nam Amsterdam onlangs al een stapje terug in de race om het Songfestival. Van burgemeester Halsema hoefde het bij nader inzien niet zo nodig. ‘We zijn een verantwoordelijke hoofdstad dus we moeten waken voor een prestigestrijd met andere steden. Daar zullen we sjiek mee omgaan’, zei ze in een interview met het Parool. Het is een vorm van piëteit die niet past bij de ambitie om het optimale uit het evenement te halen. Want of de organisatie nu naar de hoofdstad gaat of niet, natuurlijk heeft Amsterdam een rol te vervullen als uithangbord dat voor het internationale songfestivalpubliek het meest in het oog springt.

Brexit

In gezamenlijkheid hebben onze steden en regio’s veel meer te bieden, bijvoorbeeld aan bedrijven en werknemers die met het oog op de Brexit kijken naar Nederland als vestigingsplaats. De vraag is nu: staan de verschillen tussen steden een gezamenlijke, krachtige uitstraling in de weg? Kunnen we Nederland internationaal op de kaart zetten met een verbindend verhaal?

De Rijksoverheid heeft veel gedecentraliseerd en gedelegeerd naar het lokale en provinciale niveau. Daardoor zal een gezamenlijk verhaal voorlopig een dun laagje vernis blijven. We hebben een overheidsbeleid nodig dat gemeenten niet tegen elkaar uitspeelt, maar stimuleert het beste uit zichzelf te halen. Alleen dan kunnen we als regio’s en als land de internationale concurrentieslag aangaan op het gebied van economie, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid.

Dit Songfestival is al aan Nederland vergeven. Via de media strijden om wie de buit uiteindelijk krijgt, heeft iets desperaats. Liever bundelen we nu krachten voor een zo goed mogelijk event waar Nederland internationaal zijn beste beentje mee voorzet. Daar profiteert iedereen van.

Meer columns van Pieter Hendrikse vindt u hier.
v2
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl