13 juli 2016 11:39 uur

Het Rijk verkwanselt ons ruimtelijk-economisch landschap; kwaliteit moet weer centraal staan. Volgens SKBN-voorzitter Theo Föllings kan dat door erfpacht.

Bedrijventerrein-voorman Föllings laakt 'kavelfrabriek'

De NEPROM, Wallage, Geuze: allemaal legden ze minister Schultz over de knie. Het Rijk verkwanselt ons ruimtelijk-economisch landschap; kwaliteit moet weer centraal staan. Maar de 'hoe-vraag' beantwoorden ze niet. Theo Föllings, voorzitter van de Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), doet dat wel. Met erfpacht.

Dit voorjaar bekritiseerde de NEPROM minister Schultz, die naar mening van de projectontwikkelaars te weinig visie heeft. Maar de 58 pagina’s tellende visie ‘Ruimte voor Nationaal geluk’, die Schultz met haar gulle lach in ontvangst nam, wordt nergens écht concreet, zoals over ons werklandschap. Dat wordt volgens de NEPROM nog voor een belangrijk deel bepaald door de ‘oude’ economie, terwijl onze samenleving in rap tempo transformeert naar een kenniseconomie. 'Hoe lang hebben we kenmerkende landschapselementen als bedrijventerreinen, petrochemische complexen en varkensstallen nog nodig?', vraagt de NEPROM in het stuk.

Kortom: het huidige aanbod verhoudt zich niet meer tot de vraag van morgen, lijkt de NEPROM te willen zeggen. De nadruk ligt nog steeds op kwantiteit, maar als we ons landje internationaal concurrerend willen houden, hebben we kwaliteit nodig. En de minister moet daarvoor gaan zorgen, allereerst door de teugels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van ons land aan te halen.

De NEPROM raakte een gevoelige snaar. Jacques Wallage, de vroegere PvdA-fractievoorzitter en tegenwoordig voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur, verklaarde in een ingezonden stuk in het FD verrast te zijn over de afzender – de projectontwikkelaars – die voorheen zo hartstochtelijk voor vrije speelruimte hadden gepleit. 'Een klein land moet groot zijn in ruimtelijke ordening. Gemeenten dienen niet met elkaar te concurreren om het uitgeven van grond', schrijft Wallage. Hij ondersteunt het pleidooi van de NEPROM voor een regisserende overheid.

'Bij erfpacht kan de grond circulair worden ingezet'

In de Volkskrant deed Adriaan Geuze er nog een schepje bovenop. Volgens hem hebben opeenvolgende regeringen het landschap op grove wijze verkwanseld door het nalaten van een strakke regie op ruimtegebruik. De verrommeling die hiervan het gevolg is, kan ons economisch duur komen te staan, waarschuwt Geuze. Want wat Zwitserland is zonder bergen, is Nederland zonder horizon.

Wat we niet lazen in de stukken van de NEPROM, Wallage en Geuze is hoe de kwaliteit weer centraal kan komen te staan in onze ruimtelijke ordening. Een mogelijk antwoord kwam uit de provincie. In vakblad ROm gaf de Enschedese wethouder Jeroen Hatenboer aan het liefst van zijn eigen grondbedrijf af te willen, omdat het gemeentelijke grondbedrijf volgens hem de voornaamste sta-in-de-weg is voor ruimtelijke kwaliteit.

Beeld van kavelfabriek 'terecht'

Juist aan de wereld van bedrijventerreinen kleeft het imago een kavelfabriek te zijn. Volgens Theo Föllings, voorzitter van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), is dat niet onterecht. ‘Precies zoals Hatenboer constateert, prevaleert het kortetermijnbelang van de grondtransacties vaak boven het langetermijnbelang van het ontwikkelen van een duurzame regionale economie. Die prikkel kun je wegnemen door de grond niet langer te verkopen, maar in erfpacht uit te geven.’ Erfpacht is volgens Föllings een uitstekende manier om enerzijds bedrijven een plek te bieden en anderzijds op kwaliteit te kunnen sturen. 'De grond blijft immers eigendom van de gemeente en kan daarom circulair worden ingezet.' Bovendien hebben bedrijven volgens Föllings steeds meer moeite om financiering rond te krijgen voor het kopen van grond.

'Grond is een basisinfrastructuur, net als een weg'

Maar waarom zou een bedrijf grond willen kopen? 'Grond is geen doel op zich, maar een bedrijfsmiddel. In overheidstermen: hooguit een basisinfrastructuur, een publieke voorziening, een asset. En de gemeente of een alternatieve grondbeheerder moet die asset zo goed mogelijk voor maatschappelijk-economische doelen beheren. Feitelijk kan dan alleen als de gemeente of een andere grondbeheerder eigenaar blijft van de asset grond', benadrukt Föllings.

Lage rente, grond opzij

Ook financieel gezien levert erfpacht op de lange termijn het meest op, maar je moet wel een langetermijnvisie hebben. Daarmee is het probleem van de harde planvoorraad die boven de markt hangt echter nog niet opgelost. Ook daar ziet Föllings mogelijke oplossing voor. ‘Een goede assetmanager kan vanwege de lage rente goedkoop geld ophalen bij de Rijksoverheid om die dure leningen af te lossen die ooit zijn afgesloten om gronden te kunnen verwerven. Daarmee koop je in ieder geval tijd om na te denken over langetermijnoplossingen.
Wil je echt concreet met erfpacht aan de slag, dan moet je wel regionaal kunnen denken en mogelijk handelen. De grond kan vervolgens in een aparte regionale entiteit opzij worden gezet, op afstand van de gemeentepolitiek, zodat de financiële kortetermijndruk niet met de ruimtelijke politiek intervenieert. En als de regionale entiteit weer gronden uitgeeft, dan ligt erfpacht voor de hand. Daarmee houd je immers grip op een belangrijke infrastructuur als onderlegger van je regionale economie.'

Het midden verdwijnt, ook in bedrijventerreinland

En bedrijventerreinen, zijn die helemaal niet meer nodig? Föllings: ‘De NEPROM stel bedrijventerreinen als symbool van de "oude" economie ter discussie, maar zegt daar in één adem bij dat het meeste geld nog wel in de oude economie wordt verdiend. De belangrijkste boodschap die ik zou willen delen, is dat het midden verdwijnt. We gaan naar kennisintensieve bedrijven met creatieve jongens en meisjes die zich in hun element voelen in flitsende oude panden in een stedelijke omgeving. Aan de andere kant krijg je de kapitaalintensieve industrieën, zoals de logistiek, de chemie en tuinbouw. Maar het standaard gemengde bedrijventerrein dat je overal lang de uitvalswegen van kleine gemeenten kunt aantreffen, voorziet steeds minder in een behoefte en je ziet dan ook dat de leegstand zich juist dáár concentreert. In de agrarische sector is eenzelfde ontwikkeling zichtbaar. Er zijn biologische dynamische boeren of superboeren; het midden verdwijnt.’

'Provincies, werk samen!'

De Rijksoverheid en regionale overheden moeten zich volgens Föllings terdege bewust zijn van deze ontwikkeling en mogelijke oplossingsrichtingen. 'Met het aantrekken van de economie zie je links en rechts al weer schaarste ontstaan in de Randstad, die alleen maar verder zal toenemen. Zoals in het verleden leidt dit tot het opschuiven van de vraag naar bedrijventerreinen naar de intermediaire zone in Nederland. Kansen om ook weer vanuit de nieuwe groeiagenda na te denken over het ruimtelijk-economisch beleid. Maar je ziet dat 11 provincies elk een eigen beleid hanteren en dat er van afstemming amper sprake is.'

Föllings besluit: 'Ik ben geen voorstander van centralisatie van beleid, nadat we het ruimtelijke-economisch beleid vanuit EZ en IenM eerst gedecentraliseerd hebben. Maar het lijkt me raadzaam dat partijen wel elkaar opzoeken om verbindingen te leggen zodat het geheel echt meer wordt dan de som der delen: hiermee kan de kwaliteit alleen maar toenemen.'

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl