‘Ga er maar gerust van uit dat toerisme in binnensteden de komende jaren minimaal verdubbelt,’ hoorde planoloog Martin van der Maas laatst in een presentatie. Rondom de komende drukke feestdagen zullen we daar weer twijfelachtige voorproefjes van zien, schrijft hij.  'En dat terwijl toeristen in Amsterdam zo langzamerhand dezelfde reputatie hebben als hangjongeren. Rare bezigheid, dat toerisme. Maar: de oplossing is nabij.'

Omgevingsvisies die oplossingen bieden voor problemen doen Martin van der Maas denken aan de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, die betoogde dat “de overheid een reparatiebedrijf is geworden”. Een goede overheid repareert echter niet alleen problemen, schrijft Van der Maas, maar komt ook met een aansprekend verhaal dat mensen geruststelt, samenbrengt, inspireert en activeert. Een visie die de stad controle over zichzelf geeft, in plaats van al haar energie kwijt te zijn aan het afwenden van ongelukken. De planoloog benoemt drie schijnbare tegenstellingen om in het achterhoofd te houden bij het nastreven van dit doel.

Moet de grote druk op onze steden ons nopen tot spreiding van verstedelijking? Deze gedachte verleidt velen, maar planoloog Martin van der Maas is sceptisch. Mede als reactie op enkele recente spreidingspleidooien komt hij tot enkele ontnuchterende conclusies: spreidingsbeleid is op zijn best ineffectief en met onduidelijke opbrengsten, en op zijn slechtst beroerd voor onze leefbaarheid, economie en klimaat.

Klimaatverandering. Als stedenbouwer ontkom je er niet aan. Tegelijkertijd wordt er over het klimaatprobleem volop geoordeeld. Het vertrouwen in de klimaatwetenschap is broos. Planoloog Martin van der Maas zet 15 reacties die hij in het dagelijks leven tegenkomt op een rijtje, van de grootste cynicus tot de grootste idealist.

Planologie en stedebouw zitten vol tegenstrijdigheden. Planoloog Martin van der Maas zet er zeventien op een rij. Want hoogbouw is wat anders dan een hoge dichtheid, brede wegen zijn wat anders van bereikbaarheid en een stad zonder armoede is niet per sé een succes.

Illusies uit de jaren ‘30

24 juni 2019 10:34

Jaren ‘30 woningen zijn populair. Zo populair dat ontwikkelaars alweer heel wat jaren nieuwe jaren ’30-woningen bouwen in allerlei uitbreidingswijken. Hierdoor werd ‘jaren ‘30’ langzaamaan synoniem voor een stijl, in plaats van voor een periode. Maar de originele jaren ’30-woningen zijn populair om meer redenen dan hun gezellige architectuur, schrijft Martin van der Maas. We moeten dus erkennen dat het kopiëren van architectuurstijlen niet het antwoord is op huidige uitdagingen in de woningbouw.

Er zijn van die dingen die je wel weet, maar tot je laten doordringen is andere koek. De laatste weken verdwaalde ik op internet in een duizelingwekkende tour langs megasteden. En raakte steeds overtuigder van wat planologen moeten doen.

Sinds vorige week zijn de snorscooters van de Amsterdamse fietspaden af. Het heeft jaren gekost, veel gemor, juridische haarkloverij. Maar je zult zien dat straks niemand het er meer over heeft. Er is een nieuwe normaal geboren, andere steden volgen weldra. En dit patroon staat in een lange traditie, stelt columnist Martin van der Maas.

Tijdens de economische crisis legden gemeentelijke overheden tal van ruimtelijke ontwikkelingen stil, terwijl de markt dat ook al deed. Martin van der Maas pleit ervoor om meer na te denken over een anticyclische 'Keynesiaanse' planologie. 'Wat doen we bij het eerstvolgende economische dal? We hebben het nu zo druk met ontwikkelen, dat slechts weinigen daarover na lijken na te denken.'

Organisch ontwikkelen: veel planologen lijken dat best te willen. Plannen beginnen dan ook vaak met spontane bedoelingen. Maar toch eindigt vrijwel elk ruimtelijk plan institutioneler en sterieler dan gehoopt. Het is net een eendenkooi: aan het begin voel je je nog vrij, maar gedurende de route sluit zich het onontkoombare net. Hoe kan dat anders?

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl