‘Digitale economie begint op school’

Foto: ICT Nederland

Lotte de Bruijn (nederland ICT): digitale economie begint op school

Door de beperkte digitale geletterdheid en daarmee krapte op de digitale arbeidsmarkt, staat een verdere versterking van de digitale economie van Nederland onder druk. Dat zegt Lotte de Bruijn, directeur Nederland ICT. In vakblad BT (uitgave Elba-Rec) geeft ze 6 tips voor het versterken van onze digitale sector.

Datacenters, hosting, clouddiensten, platforms, digitale dienstverleners en natuurlijk de ‘klassieke’ hard- en softwarebedrijven. Het is maar een kleine greep uit de omvangrijke waaier van digitale economie. Lotte de Bruijn is de laatste om te ontkennen dat de digitale economie in Nederland floreert. Maar we zouden volgens haar de beste digitale economie van de wereld kunnen zijn. BT sprak met De Bruijn over het wensenlijstje van de digitale sector. Naast goed digitaal onderwijs, staan een ruimhartig beleid ten aanzien van proeftuinen en infrastructuur hoog op het lijstje. Digitale infrastructuur, welteverstaan.

Stel, jij bent de nieuwe minister van innovatie. Wat is de eerste maatregel die je zou treffen?

‘Ik zou alles in het werk stellen om onderwijs en arbeidsmarkt af te stemmen op de nieuwe economische realiteit. Helaas sluit het aanbod van afgestudeerden steeds minder goed bij aan de vraag naar goed ICT-personeel. We vissen met een steeds grotere groep bedrijven in een steeds kleinere vijver van ‘digitaal geletterden’. En het is niet alleen de digitale sector die deze nieuwe digitale mensen wil; ook in de zorg- en energiesector zijn deze digitaal geletterden hard nodig. Het gaat om mensen met vaardigheden als programmeren en data-analyse. Die mensen leiden we bij lange na niet genoeg op.’

Hoe krijg je jongeren zover om voor een ICT-opleiding te kiezen?

‘Digitale geletterdheid is geen keuze, maar een basisvaardigheid, iets dat kinderen met de paplepel ingegoten moeten krijgen. We zijn daarom erg blij dat de Tweede Kamer heeft ingestemd met de aanpassing van het curriculum van het primair en secundair onderwijs rondom digitale geletterdheid. Maar we zijn er nog niet: het kabinet moet er nu voor zorgen dat dit zo snel mogelijk werkelijkheid wordt. We dreigen een achterstand op te lopen ten opzichte van Engeland en Scandinavische landen waar jongeren veel vaker kiezen voor een opleiding programmeren en data-analyse dan bij ons. Alleen stevig investeren in onderwijs lost het probleem van de mismatch tussen vraag en aanbod van mensen op den duur op.’

‘Wat mij betreft kijkt onze regering verder vooruit en wordt er meer geïnvesteerd in wat wij proeftuinen noemen: ruimte om te experimenteren met vernieuwende projecten. Daarbij moet er ook ruimte zijn voor missers. Als je geen risico’s neemt, wordt je nooit de beste.’

‘Op een ander vlak verwachten we dat de overheid als dienstverlener ook digitaal is. Zij bepaalt immers het speelveld waarbinnen bedrijven kunnen opereren. Hoe zit het met de wetten rondom informatiebeveiliging? Hoe zit het met het innovatiesubsidies als de WBSO? En hoe zit het eigenlijk met de digitalisering van de overheid zelf? Kan ik als burger al mijn aanvragen digitaal indienen? Estland loopt daarin voorop.’

Wie moet de expansie van die digitale infra bekostigen?

‘Dat laat ik in het midden. Maar ik vind dat de overheid de ambitie moet hebben en delen om ervoor te zorgen dat 5G hier zo snel mogelijk wordt uitgerold en dat frequentieveilingen zo goed mogelijk verlopen. Het is een keuze: kansen zoveel mogelijk benutten en uitrollen, of op de rem trappen. Wet- en regelgeving moeten investeringen uitlokken. Cyber security moet goed geregeld zijn. Net als fysieke veiligheid is digitale veiligheid een voorwaarde voor een florerende digitale economie. Scandinavische landen lopen daarin voorop. De discussie in Nederland gaat vaak over privacy. Daarbij wordt onvoldoende beseft dat we een gemeenschappelijke vijand hebben: mensen die gewoon kwaad willen met jouw gegevens. Vertrouwen in de digitale economie is cruciaal.’

In de discussie rondom de next economy ligt de nadruk op duurzaamheid. In hoeverre zijn jullie daar als sector mee bezig?

‘Het is een van onze speerpunten. Enerzijds streven we ernaar dat materialen van hardwareproducenten zoveel mogelijk zoveel mogelijk recyclebaar zijn. Aan de ander kant kunnen we enorm bijdragen aan de verduurzaming van de economie, door via data-uitwisseling processen in ketens beter op elkaar aan te laten sluiten. De totale duurzame opbrengst door de inzet van ICT wordt geschat op 74 miljoen ton CO2. Het is daarbij belangrijk dat we blijven innoveren. Denk daarbij artificial intelligence, machine learning en blockchain. Blockchain is een soort decentrale boekhouding waarmee mensen onderling snel en eenvoudig transacties kunnen afhandelen. Als je thuis zonnepanelen hebt en je wilt kunnen terugleveren aan het net, kan de betaling via blockchain lopen. Het heeft in principe onbeperkte mogelijkheden.’

Hoe beïnvloedt digitalisering volgens jou onze mobiliteit?

‘Nabijheid wordt écht minder relevant. Wij forensen nu wat af met z’n allen. Maar de ontwikkelingen in de ICT gaan zeer snel. We kunnen nu al met elkaar vergaderen op zo’n manier, dat het lijkt dat je echt bij elkaar bent, maar dan in een virtuele omgeving. Skype voelt nu nog als een afstand maar ik weet niet of je weleens zo’n bril hebt opgehad. Het lijkt daarmee of je écht tegenover elkaar zit.’

Frank Lloyd Wright zei in de jaren dertig dat de stad door telefonie uiteen zou vallen. Het tegendeel bleek waar…

‘Ik was een paar weken geleden bij een waanzinnig bedrijf in Groenlo, dat technologische hoogstandjes levert. Daar werken zes- tot achthonderd man, midden in een krimpgebied. In Middenmeer in de Kop van Noord-Holland staat een gigantisch datacenter. Afstand is een relatief begrip geworden. Grenzen zijn fluïde. Waarom zou je dan nog in de auto stappen? Persoonlijk contact is heel erg belangrijk, maar ik verwacht écht een terugname in het aantal fysieke mobiliteitsbewegingen.’

Dit is een verkorte versie van een uitgebreid interview met Lotte de Bruijn in vakblad BT. Voor meer informatie over dit vakblad over regionale economie en innovatiekracht klikt u hier