Almere had er niet mogen zijn, las ik afgelopen week in een persbericht naar aanleiding van het verschijnen van het boek Groei & Krimp van Gerard Marlet

Almere had er niet mogen zijn, las ik afgelopen week in een persbericht naar aanleiding van het verschijnen van het boek 'Groei & Krimp' van onder meer Gerard Marlet en oud-CPB-directeur Coen Teulings. Een citaat: 'Als de markt zijn werk had gedaan, was Almere een dorp van de omvang van Zeewolde geweest.'

Afgelopen vrijdag leerde ik via een bericht op onze eigen nieuwssite dat de kans op een ontijdige dood afneemt door meer groen in de wijk (‘Minder kans op ontijdige dood door groen in wijk’). Zal wel, was mijn eerste reflex. De groenbranche slaat ons om de oren met dit soort voorspelbare leads. Maar de bron was dit keer niet de groensector zelf, maar het VU Medisch Centrum te Amsterdam. En de VU repliceerde op haar beurt met 40 nationale en internationale onderzoeken die allemaal hetzelfde vertelden: groen redt levens.

Maar het échte nieuws stond voor mij pas in de staart: ‘Groen redt vooral levens in lage sociaaleconomische milieus’.

Groene oase

Onmiddellijk moest ik weer aan Almere denken, waar Henk en Ingrid zonder riant salaris in een gezonde, groene oase kunnen resideren. En nu is dus bekend dat groen een positief effect heeft op de levensverwachting van miljoenen mensen die zich geen huis in de bossen van het Gooi kunnen veroorloven. Hoe kunnen Gerard Marlet en Coen Teulings dan zeggen dat Almere geen bestaansrecht heeft?

Omdat economen als Marlet en Teulings het begrip 'wonen' puur economisch aanvliegen, vermoed ik. ‘Nieuwe woningen moeten daar gebouwd worden waar het verschil tussen de waarde van de opstal en bouwkosten hoog is’, schrijven de auteurs in het boven aangehaalde persbericht. Volgens Marlet is er vooral in en om Amsterdam te weinig gebouwd en in Flevoland te veel.

Op slot

Dat Almere in hogere sociaaleconomische kringen niet al te populair is, is bekend. Mensen met geld wonen liever in het Gooi, waar de prijzen van de opstallen dan ook hoog zijn. En als je de redenering van de auteurs volgt, moet je dus bouwen in het Gooi. Maar het Gooi zit op slot. En wat heeft een servicemonteur met een modaal inkomen aan een huis in het Gooi als hij het niet kan betalen?

Wat heeft een servicemonteur met een modaal inkomen aan een huis in het Gooi als hij het niet kan betalen?

Marlet en Teulings kunnen wel zeggen dat woningbouw massaal op de verkeerde plek staat, maar ooit vonden we het belangrijk dat mensen de benauwde stegen in dichtgeslibde steden konden verruilen voor een huis met een tuin in de suburb. Daar zat geen economische motivatie achter, net zoals er geen directe economische motivatie zit achter sociale woningbouw.

Achter Almere schuilde een nobeler doel, namelijk het voorzien in groene, gezonde woonmilieus voor de gewone man. Zeker voor Amsterdammers uit die tijd was Almere letterlijk een verademing.

De auteurs hebben gelijk als ze zeggen dat Almere een dorp van de omvang van Zeewolde was gebleven als de markt zijn werk had gedaan, omdat de woningmarkt een imperfecte markt is. De markt kan onmogelijk voorzien in goed wonen voor iedereen.

Bemoeiproduct

Van goed wonen kun je niet genoeg hebben. In die zin kun je wonen als merit good beschouwen: een bemoeiproduct. De Grondwet rekent de bevordering van voldoende woongelegenheid dan ook tot zorg van de overheid.

Gelukkig hadden we moedige politici en beleidsmakers die zoiets als Almere hebben verzonnen. En inmiddels weten we dat ze daarmee levens hebben gered.

Dit stuk is eerder geplaatst op Cobouw.nl
Beeld: Marion Golsteijn