Ongebouwd Nederland #3

Eens in de zoveel tijd bedenkt iemand een idee dat zo bizar is dat het alle kranten haalt. Die berg in Flevoland, de tulp voor de Nederlandse kust en de champagneglazen van Rotterdam Centraal. In de rubriek Ongebouwd Nederland neemt Stadszaken de ideeën onder de loep en polst de status. In deze derde editie: Jan Poots luchtvaartstad.

In 1986 richtte projectontwikkelaar Jan Poot zijn bedrijf Chipshol op. Zijn visie: het ontwikkelen van een ware luchtvaartstad rond Schiphol. Dus kocht hij lap voor lap de grond rond Schiphol op, totdat hij uiteindelijk in bezit was van 600 hectare.

Vliegvelden zijn in Poots visie de scharnierpunten van de economie. De levendige steden van nu, denk aan Amsterdam en Rotterdam, hebben zich immers ook ontwikkeld rond de havens. Ook de steden van de toekomst zullen ontstaan rond de luchthavens.

Stad van de toekomst

Poot deelt het bedrijf nu met zijn zoon, Peter Poot. Samen hebben ze nog steeds plannen om het gebied rond Schiphol te ontwikkelen tot hun luchtvaartstad. Het idee ontleende Poot aan de Britse architect Michael Aukett. Waar de kantoorparken rond de luchthavens nu na vijven volledig uitsterven, ziet Poot de potentie om er hippe ontmoetingsplekken te maken. Er moeten kantoren, winkels, appartementen, musea, ziekenhuizen en recreatie komen. Het moet een ruime stad worden met veel groen. Auto’s zijn niet toegestaan: die worden aan de rand van de stad geparkeerd. Binnen de stad wordt men vervoerd door de zogenaamde people movers, cabines die over een monorail boven de stad heen en weer zoeven.

Atlanta City

De luchthaven van de Amerikaanse stad Atlanta wordt als lichtend voorbeeld gebruikt. Vader en zoon illustreren dat ondanks het feit dat Atlanta een kleine stad is, het één van de drukste luchthavens van de wereld heeft. Schiphol is twee keer zo groot, maar Atlanta verwerkt drie keer zoveel passagiers. Volgens Poot is daar een heuse luchtvaartstad ontstaan met veel werkgelegenheid.

Waarom niet?

Nu, twintig jaar later, heeft het vader-en-zoon duo nog steeds grootste plannen voor het ontwikkelen van hun luchtvaartstad. Maar van die plannen is tot nu toe nog vrij weinig terecht gekomen.

Al die tijd is de familie Poot verwikkeld geweest in een felle juridische strijd met zakenpartners, de rechterlijke macht, de staat en Schiphol. Een ware intrige: rechterlijke corruptie, monopolistisch gedrag en zware politieke implicaties.

Strijd om grond

Het begon allemaal in 1994, toen Poot ruzie kreeg met zijn toenmalige zakenpartner Harry van Andel. De grond die zij samen een aantal jaar geleden hadden opgekocht was inmiddels in prijs gestegen. Poot wilde de grond ontwikkelen, Van Andel wilde de winst incasseren.

De rechtbank in Haarlem wees uiteindelijk vonnis in het voordeel van Van Andel. De zittende rechter was Hans Westenberg, die besloot dat de familie Poot zeggenschap over de grond kwijt was en Van Andel de grond mocht doorverkopen.

Dit vonnis werd in 2000 vernietigd, maar voor de familie was het zo goed als te laat. Van de 600 hectare was ondertussen al 300 hectare grond verkocht, waaronder aan Schiphol. Uiteindelijk werd de overgebleven 300 hectare verdeeld. De familie Poot bleef over met 150 hectare van de oorspronkelijke 600.

Rechterlijke corruptie?

Maar het geschil kreeg in 2007 nog een staartje, toen Poot een anonieme brief ontving waarin Westenberg werd beschuldigd van corruptie. In de brief stond dat de rechter vrienden was met Pieter Kalbfleisch, die op zijn beurt weer goed bevriend was Harry van Andel, Poots voormalige zakenpartner. Volgens de anonieme bron zou Van Andel Kalbfleisch hebben verzocht om het juridisch tij in zijn voordeel te keren. Kalbfleisch zou toen aan Westenberg gevraagd hebben om de zaak te behandelen.

Schiphol

Maar dit was niet de enige juridische strijd die de familie Poot heeft moeten vechten. Ook bij de ontwikkeling van de overgebleven 150 hectare grond werden ze tegengewerkt door volgens hen machtige vijanden, zoals Schiphol en de Nederlandse Staat.

De grond die Chipshol bezit ligt in de zogenaamde ‘gouden driehoek’: ingeklemd tussen Amsterdam en het centrum van Schiphol en omsloten door drie snelwegen. Voor Schiphol is het dé plek om uit te breiden. Het is dan ook niet gek dat de luchthaven Chipshol dwars wil zitten bij het bouwen van hun luchtvaartstad.

Zo wilde Poot op het zogeheten Groenenberg-terrein een kantoor ontwikkelen. De gemeente Haarlemmermeer moest daarvoor de bestemming wijzigen, wat uiteindelijk na jarenlange procedures in september 2002 door de Raad van State werd goedgekeurd. Toen de gemeente Haarlemmermeer in 2003 een bouwvergunning verleende aan Poot, legde toenmalig staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, Melanie Schultz, een bouwverbod op naar aanleiding van een verzoek van Schiphol. De reden: de geplande kantoren zouden het luchtverkeer in gevaar brengen.

Door alle juridische procedures is er van Chipshol als potentieel ontwikkelaar van een heuse luchtvaartstad maar weinig over. Het familiebedrijf is meer veranderd in een vechtbedrijf, alsmaar strijdend tegen de ‘grote vijanden’. En die luchtvaartstad, die wordt hoogstwaarschijnlijk niet meer dan een ambitieuze visie van een ambitieuze projectontwikkelaar. 

Klik hier voor meer artikelen in de rubriek Ongebouwd Nederland.