Meer regelruimte voor geluid en andere omgevingsfactoren moet wonen op bedrijventerreinen mogelijk maken, zonder dat het de gezondheid schaadt. Kan dat?

Lokale afwegingskaders in de nieuwe Omgevingswet

Meer regelruimte voor geluid, geur en andere omgevingsfactoren moet wonen op bedrijventerreinen mogelijk maken, zonder dat het de gezondheid schaadt. Maar kan dat? We vroegen het Fred Woudenberg van de Amsterdamse GGD.

Fred Woudenberg is een van de sprekers op et ROm werkseminar 'Flexibel plannen en gezondheid: zó doe je dat' op woensdag 23 november in Zaanstad. Meld u hier aan voor dat seminar.

1. Is het vanuit gezondheidsperspectief wenselijk om de functie wonen toe te voegen aan bedrijventerreinen?

‘Jazeker, dat kan, maar wel onder de voorwaarde dat de kwaliteit van de leefomgeving goed is. Een andere voorwaarde is dat mensen die daar gaan wonen, weten waar ze aan beginnen. Je moet ze goed informeren over het bijzondere karakter van het gebied.

Bovenal vind ik dat je op zulke plekken alleen woningen zou moeten toevoegen in het hogere marktsegment. Voor mensen die al veel te kiezen hebben, is het inleveren op bepaalde gezondheidsaspecten in ruil voor een bijzondere locatie beter te verantwoorden. Die keuze moet vrijwillig zijn.

Voor mensen uit sociaaleconomisch lagere klassen is van een vrije keuze vaak helemaal geen sprake. In Amsterdam zijn mensen zo desperaat op zoek naar kwalitatief goede woonruimte, dat ze bij wijze van spreken desnoods op de snelweg gaan wonen. Dat is misschien wat overdreven, maar we willen niet dat mensen met een kleinere beurs worden veroordeeld tot een woonmilieu met verhoogde gezondheidsrisico’s, omdat ze geen alternatief hebben.

Tel daarbij op dat mensen met een lage opleiding gemiddeld 6 tot 7 jaar korter leven dan hoger opgeleiden. Het verschil is nog groter als je kijkt naar de gemiddelde leeftijd waarop mensen beginnen te kwakkelen. Voor de laagst opgeleiden begint dat rond het 50e levensjaar, voor de hoogste opgeleiden rond hun 70e.’

Het was niet voor niets een arts, dr. Sarphati, die de aanzet heeft gegeven tot de Woningwet: de voorloper van ons ruimtelijke ordeningstelsel

‘Het idee van meer regelruimte is aardig, maar ik maak me ernstig zorgen over de gevolgen, als dit betekent dat de meest zwakken in de maatschappij hierdoor geraakt worden. Ik zeg wel eens tegen een beleidsmaker “als het zo goed wonen is aan die grijze, milieubelastende kant, waarom bouw je die dure huizen dan niet dáár, en de sociale huurhuizen aan de groene kant?”

Meer regelruimte betekent ook meer concurrentie om de regelruimte. Het zijn juist de hoger opgeleiden die heel goed weten hun eigen belangen te verdedigen. Maar de alleenstaande Marokkaanse moeder zonder opleiding heeft al snel het nakijken.’

2. Hoe kunnen we gezondheid als belang veiligstellen, bijvoorbeeld via monitoring achteraf?

‘Niet. Het is onder de Omgevingswet sowieso erg lastig om het belang van gezondheid veilig te stellen, op het moment dat alles in de “afwegingstombola” terechtkomt. Het is altijd een verrassing wat er uitkomt. Dat is per situatie verschillend en zal in veel gevallen afhangen van overredingskracht van individuele personen, zoals ik hierboven al zeg.

Het is ook een strijd van het ruimtebelang versus het gezondheidsbelang, telkens weer. De gezondheid zal je in mijn optiek altijd vooraf moeten veiligstellen, zeker niet achteraf. Nu gelden er nog strakke normen waaraan je moet voldoen, en sommige gemeenten leggen daar nog eigen normen overheen.

Zo stelt de gemeente Amsterdam dat een basisschool minimaal 300 meter verwijderd moet liggen van een snelweg. Onder de Omgevingswet kunnen normen worden opgerekt en flexibel gemaakt. Voor luchtkwaliteit liggen de normen gelukkig Europees vast, maar er komt waarschijnlijk meer ruimte om grenzen op te zoeken.

Eigenlijk zou er een lijst moeten komen vanuit het ministerie met streefwaarden.

Stel dat de uiterste norm voor de concentratie stikstofdioxide 40 mg/m3 is en de actuele waarde gaat van 32 naar 34, dan is er sprake van een verslechtering, maar je voldoet nog wel aan de norm. Ik vind dat een volstrekt verkeerd uitgangspunt. Eigenlijk zou er een lijst moeten komen vanuit het ministerie met streefwaarden. Alleen als er zwaarwegender belangen zijn, kun je daar gemotiveerd van afwijken. Ga uit van een gezonde situatie en wijk daar eventueel vanaf. Niet andersom.’

3. De Crisis- en herstelwet maakt het mogelijk om tijdelijk van normen af te wijken. Is dat vanuit gezondheidsperspectief volgens u te verantwoorden?

‘In sommige gevallen wordt daarvoor een periode van maximaal 10 jaar aangehouden. Dat zou een hele jeugd zijn. 3 jaar is voor mij écht het maximum. Uitgangspunt zou zijn dat je helemaal niet hoeft af te wijken van de norm, en als je het wel doet, er een garantie zal moeten gelden dat de normale situatie binnen 3 jaar is hersteld.

En dan nog wordt er vaak meer beleden dan daadwerkelijk gedaan. Bij de aanleg van een weg worden normen vaak overschreden, maar met de verwachting dat het verkeer stiller wordt waardoor alsnog aan de normen wordt voldaan. Dat komt lang niet altijd uit. Het is een truc om meer geluid toe te staan. Ik vind dat geen goede zaak.’

4. Is het, vanuit gezondheidsperspectief redelijk om te stellen dat je een overschrijding van de ene norm compenseert met wat anders?

‘Wettelijk gezien bestaat er de mogelijkheid om te compenseren. Maar ik vind het flauwekul om te zeggen “we hebben te veel geluid en bouwen dan maar een parkje in de buurt”. Mensen bepalen zélf hoe ze compenseren. Opgelegde compensatie werkt niet.’

5. Kunnen mensen de lange termijn-impact van blootstelling aan meer geluid juist inschatten?

‘Nee, dat kan niemand. Gezondheidsschade zit soms in kleine dingen en kan sluipenderwijs optreden, zonder dat je het door hebt. Zo kun je ’s nachts in je slaap gestoord worden door aanhoudend geluid, zonder dat je wakker wordt, maar waardoor wel je hartslag omhoog gaat en je een vorm van stress ontwikkelt. Dit kan tot gevolg hebben dat je aderen dichtslibben met in het ergste geval een hartinfarct als uiterste implicatie.’

6. U bent niet erg positief over het eenvoudiger en beter maken door de Omgevingswet

‘Dat klopt. Wij behartigen gezondheidsbelangen die er nu erg bekaaid van afkomen. Daar gaan wij dubbel en dwars voor. Het was niet voor niets een arts, dr. Sarphati, die de aanzet heeft gegeven tot gezondheidsbeleid in de Amsterdamse sloppen, dat later uitmondde in de Woningwet: de voorloper van ons ruimtelijke ordeningstelsel. Gezondheid is niet heilig en net als andere zaken onderhandelbaar, maar het mag niet in de uitverkoop.’

Wat: ROm werkseminar 'Flexibel plannen en gezondheid''
Wanneer: woensdag 23 november
Waar: Zaanstad
Kosten: Gratis*
Meer info: klik hier
*Niet abonnees van ROm betalen 90 euro