Inclusive play is niet exclusief

Zo nu en dan kom ik speelplekken tegen tussen de huizen met een speeltoestel speciaal voor rolstoelers. Ik vraag me dan af hoe deze plek daar komt en waarom deze juist daar ligt. Met zo’n soort van privéspeelplekje voor een gehandicapte kun je namelijk nauwelijks spreken van samenspelen.

Is het toestel ooit geplaatst voor een gehandicapt kind dat er direct naast woont? Was er een mooi plan van een leverancier die zelf ook wat fondsen had geregeld? Of kwam iemand met een goed verhaal en kon de wethouder moeilijk nee zeggen? Wordt de plek überhaupt (nog) gebruikt? Dat laatste denk ik niet; vaak slaat het de plank mis.

Inclusive speelruimte plannen

Met zo’n soort van privéspeelplekje voor een gehandicapte kun je namelijk nauwelijks spreken van samenspelen. De kans dat er op een dergelijke plek andere kinderen zullen zijn is minimaal. In het beste geval wonen er eens tien leeftijdgenoten in de directe omgeving of wat verder weg, en het moet wel een héél bijzondere speelplek zijn om de moeite te nemen ernaartoe te gaan. En is hier gezien het toestel ook niet eerder sprake van segregatie dan van inclusie?

Liever zet ik in op centrale buurtplekken die echt aantrekkelijk zijn voor kinderen zonder én met een beperking. Op die centrale speelplek is er fysieke en financiële ruimte samenspel te ontwerpen.

Maar eigenlijk moet je bij iedere speelplek bij het ontwerp altijd voorkomen dat je medegebruik belemmert, bijvoorbeeld door ontoegankelijkheid (fysiek en sociaal). Maar let op: wat mij betreft is het niet nodig ieder speelplekje in de buurt speciaal in te richten. Hooguit als dit speelplekje ervoor zorgt dat ouders hun kind met een beperking samen met buurkinderen daardoor wel zelfstandig buiten laten spelen. Deze steunplek in aanvulling op de centrale plek geeft tijdelijke meerwaarde en bevordert de zelfstandigheid en de stap naar inclusie voor het kind met een handicap. Dit is vergelijkbaar met iets aanbieden voor een tijdelijke kinderpiek van jonge kinderen of het aanleggen van een grastrapveldje omdat er veel basisschooljeugd woont.

Die zelfstandigheid is het keyword. Niet zelfstandig betekent onder begeleiding en dan kun je ook wat verder weg naar die centrale speelplek, waar meer te beleven is. De gemeente is geen oppas, maar kan wel randvoorwaarden scheppen die dingen mogelijk maken. Maatwerk dus, zoals hier boven al staat geschreven.

Inclusive ontwerpen

Er zijn op internet, bij de NSGK, in wenkenbladen en diverse boeken genoeg richtlijnen gegeven waaraan een speelplek moet voldoen om geschikt te zijn voor gehandicapten. Ik beperk me dan ook tot een paar zeer simpele voorbeelden waarmee je met kleine aanpassingen veel kunt betekenen voor alle kinderen, met of zonder beperking.

  • Zo verplicht een nestschommel al snel tot samenspelen;
  • kun je van een brede taludglijbaan ook naast elkaar glijden;
  • geeft een zand- of watertafel op rolstoelhoogte ruimte aan zowel de zitters als de staanders;
  • kun je aan een picknicktafel - waar je ten minste aan een kant onder kunt rijden - samen eten;
  • en zijn verharde paden voor zowel de skelterraces als de rolstoelraces en deze kruisen de samenspeelmogelijkheden op de speelplek.

Kern ervan is steeds weer dat er niet naast elkaar wordt gespeeld, maar met elkaar.

Vergeet in het ontwerp niet de omgeving te betrekken; zo kunnen geurige bloemen, bijzondere bomen en struiken, heuvels waar je vanaf mag rollen, erg veel belevingswaarde hebben (en moet ik het nog herhalen: voor zowel kinderen met als zonder handicap).

Een speeltuinvereniging kan en gaat vaak een stap verder. Er zijn goede voorbeelden van speeltuinbesturen die echt hebben ingezet op samenspelen met en zonder handicap. Van heinde en verre komen dan op een mooie zomerdag de kinderen en ouders met bussen daarnaartoe. Een specifiek toestel is hier, net als in het speciaal onderwijs, wel op zijn plek voor juist die unieke ervaring.

Inclusive opvoeden

Bij opvoeden hoor je ook kinderen te leren omgaan met moeilijke situaties. Als je je als ouder of kind ongemakkelijk voelt in de aanwezigheid van een gehandicapt kind, moet je je realiseren dat je zelf een sociale handicap hebt opgelopen (is namelijk nooit aangeboren). Wat is dan een betere plek om hiervan te revalideren dan op de speelplek?

Te vaak hoor ik ouders van kinderen zonder, maar óók met een beperking zeggen: ‘Mijn kind kan dat niet’ of: ‘Dat is te gevaarlijk voor mijn kind.’ We zijn veel te bezorgd geraakt en ontnemen daarmee onze kinderen de kans zich zelfstandig te ontwikkelen, te leren opstaan, te leren (weer)  te vallen, om trots op zichzelf te zijn als ze weer een stap verder zijn gekomen.

3 things to be more inclusive

  • Schep randvoorwaarden in het beleid die maatwerk mogelijk maken indien zich dit voordoet.
  • Centrale buurtplekken worden altijd ontworpen met de inclusiebril op, zodat er in iedere speelbuurt altijd een plek is voor kinderen met en zonder handicap om samen te spelen.
  • Laat uw speelplekken eens testen door de speeltuinbende.nl

Johan Oost
OBB Speelruimtespecialisten
Johan@obb-ingenieurs.nl