Verminder de impact van een aanslag door goede stedebouw

Het ligt voor de hand dat terrorisme de komende jaren en misschien wel de komende decennia een onderdeel blijft van ons leven. Het is ook niet ondenkbaar dat Nederland met een aanslag te maken krijgt. En daarmee is het een van de vele risico’s waar we dagelijks mee te maken hebben.

Dagelijks wagen we ons in het verkeer, doen we gevaarlijk werk (nou ja, sommigen van ons) en accepteren we de risico’s van ontploffende treinen, chemische fabrieken, LPG-stations, tankwagens en wat niet meer mis kan gaan. Hoe veilig ons werelddeel ook is, helemaal zonder gevaar is ons leven niet.

De meeste van die risico’s zijn gereguleerd. Er gelden maximumsnelheden en eisen voor auto’s om het verkeer veilig te houden, en bij omgevingsrisico’s gelden normen en eisen per type risicobron. Al die normen en eisen zorgen er niet voor dat gevaren helemaal verdwijnen. Een ontploffende fabriek levert een geaccepteerd aantal gewonden én doden op. Dat is afschuwelijk, maar die doden horen bij onze manier van leven en maken onze manier van leven ook mogelijk.

Terrorisme in steden

Terrorisme staat daar haaks op. Terrorisme is geen geaccepteerd gevaar. Terrorisme levert ons geen voordelen op, we vinden het onrechtvaardig. Maar met die constatering schieten we natuurlijk niet zoveel op. We kunnen ons beter voorbereiden op de gevolgen. Wat doen we als terroristen zichzelf opblazen in een van onze metro’s, stadsbussen, voetbalstadions of op Schiphol? Daarbij kunnen we veel leren van de lessen van het Netwerk Ontwerp Veilige Omgeving. Zij vertaalden externe veiligheid naar stedebouwkundig jargon. Het enige verschil tussen ontploffende LPG-stations en ontploffende zelfmoordterroristen is dat de risicobron (de zelfmoordterrorist dus) onvoorspelbaar is. Zowel qua locatie als qua impact van de ontploffing.

Maar als de bom eenmaal is afgegaan, zijn er veel overeenkomsten. Omstanders moeten kunnen vluchten, hulpdiensten moeten de rampplek kunnen bereiken, er is bluswater nodig, net als stelplaatsen voor reddingsvoertuigen, enzovoorts. Dat zijn stedebouwkundige ingrepen. Die zijn lastig, omdat je natuurlijk niet weet hoe groot de bom is en waar hij afgaat. Hoewel daar wel wat zinnigs over te zeggen is.

Zo lopen locaties die een sterk onderdeel zijn van ons dagelijkse leven én waar veel mensen aanwezig zijn een bovengemiddeld groot risico. Dat type locaties kunnen we gemakkelijk in kaart brengen, om er vervolgens fysieke maatregelen te nemen die kans op een succesvolle aanslag verkleinen. Denk aan de poortjes op stations of de hoge stoepen bij het ministerie van BuZa.

Het voorkomen van aanslagen is het werk van geheime diensten, politieagenten en buurtwerkers. Het beperken van de impact van een aanslag doen planologen en stedebouwers. Dat verlaagt de kans op slachtoffers, maar maakt ook het gevaar overzichtelijker en de angst kleiner.